#3 | De kruidenierswinkel

“Bij graafwerkzaamheden aan het Dorpsplein kwamen ze voor ons huis nog een complete witte muur tegen”, zo vertelt Willem Jacobs. Het bleek de binnenmuur van de kelder van de T-boerderij te zijn die hier vroeger had gestaan. Je kon daaruit duidelijk afleiden dat de weg toen veel smaller was. Nadat de werkzaamheden voltooid waren, werd de muur weer onder de klinkers en de stoep van het Dorpsplein begraven. Die boerderij heette “Roosendaelsgaarde”.  Op het perceel waar deze boerderij had gestaan, hebben Willem en Teuntje Jacobs in 1992 hun huis laten bouwen. Als herinnering aan de vroegere boerderij hingen ze een bord aan de voorkant van hun huis met daarop in sierlijke letters “Roosendaelshof” geschilderd.

Willem werd als zoon van een fietsenmaker geboren in De Vecht. Naast een fietsenzaak hadden zijn ouders ook een kruidenierswinkel. Het hele gezin hielp mee. Jong als hij was, ging Willem op de transportfiets de omgeving rond om de boodschappenboekjes op te halen en de boodschappen te brengen. De klant waar hij het liefste kwam, was fam. Jacobs aan de Kadijk, een ver familielid van Willem. Hier werkte Teuntje. Zij keek telkens uit naar dat moment waarop de boodschappen bezorgd werden.

Teuntje en Willem hadden al bijna zeven jaar verkering toen ze opeens de kans kregen om het huis met kruidenierswinkel en café van de gezusters Kers in Nijbroek te kopen. (De volledige vergunning was al vergeven.) Het was leeg komen te staan nadat een van beide zussen was overleden en de ander door ziekte de zaak niet kon voortzetten. Iedereen in de omtrek kende het café, want hier vond de jaarlijkse grasverkoop plaats. Dat kopen van de rechten om op een bepaald stuk land het gras te maaien en te hooien moet een groots gebeuren zijn geweest.

Willem en Teuntje wilden maar wat graag een kruidenierswinkel beginnen. Maakten ze wel kans om dit pand te kopen? De werkgever van Teuntje wist hoe je zoiets moest aanpakken en mede dankzij zijn hulp waren zij opeens eigenaar van het huis met de kruidenierswinkel.

In alles kregen zij enorme medewerking. Het ging onvoorstelbaar snel. Binnen drie maanden was de noodzakelijke verbouwing klaar. Op een woensdag in oktober 1952 trouwde het paar en twee dagen later openden zij hun kruidenierswinkel. De klantenkring van zijn moeder werd aan Willem overgedaan. Teuntje hielp de klanten in de winkel. Dat was zwaar werk. Bijna alles moest nog worden afgewogen.

Ook als trotse winkeleigenaar bleef Willem rondgaan om de boodschappenboekjes op te halen en het bestelde af te leveren. De gezinnen waren in die tijd groot. Bepaalde producten, zoals melk, hoefde hij bij de boerengezinnen niet te leveren, want die hadden ze zelf wel. In de vijftiger jaren was er nog veel armoede onder de mensen, maar men had zijn trots. Roomboter was duur in die dagen en het alternatief was Blue Band. Als je dat kocht, liet je dat niet aan een ander weten. Willem wist precies hoe hiermee om te gaan. Hij zorgde ervoor dat de margarine steevast onderop in de boodschappenmand kwam te liggen.

Sommige mensen waren erg op de centen. Willem herinnert zich een vrouw die bij hem een inmaakpot had gekocht van 30 liter. Maar eenmaal thuis beweerde ze dat daar nooit zoveel inging en Willem moest opdraven om te bewijzen dat de inhoud wel klopte. Maar hoe doe je dat? Hij wist er wel wat op. In een melkbus ging ook 30 liter. Hij vulde die en goot het water over in de pot. Het klopte precies.

In 1988 begon Teuntje hartproblemen te krijgen. Het was niet verantwoord om de winkel voort te zetten. Voor het echtpaar Jacobs was dit een moeilijke beslissing. Bovendien was het een groot verlies voor het dorp. De winkel had een markante plaats ingenomen. Mensen die de tijd van de winkel hebben meegemaakt, spreken nog altijd met respect over Willem en Teuntje Jacobs. Ze vertellen nog met weemoed, dat je bij onverwachte visite rustig buiten sluitingstijd naar de naastliggende schuur kon gaan om daar zelf bier of limonade, of wat je maar nodig had, te halen. Je schreef op wat je meenam en betaalde later. Alles gebeurde in goed vertrouwen. “Dat klopt”, beaamt Willem, “en wij zijn nooit te kort gekomen.”

Nadat ze met de winkel gestopt zijn, hebben Teuntje en Willem nog lang van elkaar en hun kinderen in hun nieuwe huis mogen genieten. Ze zijn maar liefst 65 jaar getrouwd geweest. “72 jaar waren wij in totaal bij elkaar”. Helaas ging Teuntje de laatste jaren van haar leven hard achteruit. Je zag haar nog met haar rollator het dagelijkse rondje door het dorp lopen. Tot het allemaal niet meer ging. Ze kreeg een liefdevolle verzorging op Casa Bonita in Twello, waar ze in februari 2018 is overleden. In een volle kerk namen wij tijdens een indrukwekkende dienst afscheid van deze geliefde vrouw.

Dit is het derde verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#2 | Een natuurlijk landschap met MRIJ-vee

Fietsers en wandelaars die vanaf de Vaassenseweg over het Geersepad naar Nijbroek gaan, zien in de  S-bocht een groot bord met een rijmelarij:  Blij met MRIJ in de wei. Menigeen zal zich afvragen waar die afkorting voor staat. Maar een ander, die die roodbonte koeien ziet, zal zich herinneren, dat hiermee  het vee uit het rivierengebied bedoeld wordt: Maas, Rijn en IJssel.

Henk van Eek kan er alles over vertellen. Hij woont aan de Monnikenweg in een mooi huis, dat gebouwd werd nadat zijn boerderij in 2011 was afgebrand.

Henks voorouders waren als imkers rond 1800 van Kootwijkerbroek naar Nijbroek verhuisd.  Het houden van bijen maakte plaats voor het houden van vee. Er werd een fokbedrijf voor MRIJ-vee opgezet. Dat is nu in handen van Wim, een van zijn zoons.

Het zijn hoofdzakelijk bio-boeren die deze koeien houden. In een tijd waarin milieu en duurzaamheid zo centraal staan, scoort het MRIJ-vee hoog. Het is een dubbeldoel ras, wat wil zeggen, dat de koe zowel geschikt is voor melk- als vleesproductie. Het leeft veel soberder dan menig ander ras. Zodra de lente komt, kleuren de roodbonte koeien de groene weilanden van Nijbroek. Bijvoeren gebeurt indien nodig alleen met maïs en kuilvoer.

De dieren kunnen wel 10-12 jaar oud worden. “We hebben zelfs een keer een koe gehad, die 23 jaar is geworden.” Je zou denken, dat het vlees van die oudere koeien taai en niet meer lekker is, maar niets is minder waar. Het lekkerste vlees dat bij de slager terechtkomt, is juist van het MRIJ-vee.

Hoewel Henk van Eek erg trots is op het MRIJ-vee spreekt hij met alle respect over de collega boerenbedrijven in Nijbroek die Holstein-vee (zwart bont) hebben, een ras dat op de eerste plaats gehouden wordt voor de melkproductie.

In 2001 werd het bedrijf van Henk van Eek, net als alle andere bedrijven in de omgeving, getroffen door de MKZ-crisis. Al het vee werd geruimd, hoewel het niet ziek was. De vraag is dan, hoe ga je verder? Het duurt jaren voordat je een nieuw fokbedrijf hebt opgebouwd.

“En dan is het wonderlijk om te zien, dat er mensen zijn die je zo nabij staan, dat ze je werkelijk willen voorthelpen.” Een bevriend fokbedrijf uit Winterswijk bood hem aan om 20 eersteklas koeien te kopen, en later nog eens 25, wat betekende dat hij de halve veestapel van het dat bedrijf overnam. Zo werd er een nieuwe start gemaakt.

Op dit ogenblik heeft zoon Wim 90 koeien. Men exporteert naar de omliggende landen. Het sperma van de stieren gaat via de KI-stations naar veebedrijven over de hele wereld. En de toekomst? Wilbert, de kleinzoon, heeft zo jong als hij is, het al helemaal in de vingers. Henk maakt zich geen zorgen over voortzetting van het bedrijf door de volgende generatie. En zo blijven mens en dier blij met MRIJ-vee in de wei.

Dit is het tweede verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#1 | Naar Nijbroek

In toeval geloven wij niet. Maar toevallig reden wij die vrijdagavond in juli 2006 wel verkeerd. Het huis aan de Dijkhuizenweg stond leeg. We liepen er om heen en wij waren meteen weg van de plek. Aan de voorkant het zicht op de boomgaard met daarachter de middeleeuwse kerk en vanuit de achtertuin een weidse blik over het landschap.

Die zondag fietsten we binnendoor naar Nijbroek om het huis opnieuw te bekijken. Een plaatsaanduiding was er onderweg niet en wij vroegen de weg aan mensen die in de tuin zaten koffie te drinken. “Nijbroek?” Ze moesten lachen. Dat was duidelijk verkeerd. De klemtoon ligt op “broek”: Nijbroek.

Bij het dorpshuis dronken wij koffie. De beheerder vertelde over het dorp, de historie, de verscheidenheid aan mensen, de feestelijke bijeenkomsten zoals Koninginnedag, de jaarlijkse kermis en kerstmarkt.

Het huis leek nog aantrekkelijker dan de eerste keer. Wij waren verkocht, maar dat betekende nog niet gekocht. Enkele maanden hebben wij moeten onderhandelen, omdat er zó veel aan het huis en de tuin gedaan moest worden. Uiteindelijk was het zo ver. Later hebben wij vaker tegen elkaar gezegd, dat wij het toch hadden moeten kopen, ook als wij niet hadden kunnen verbouwen.

Onze gasten zijn net als wij verrukt van de plek. “Als je bedenkt, dat wij voor zo’n uitzicht naar de camping gaan”, zei onze schoonzus. En iemand anders merkte op, toen hij in de kamer een schilderij bekeek: “Maar dat is je mooiste schilderij!” en hij doelde op het uitzicht vanuit het raam op de kerk.

Je loopt naar buiten en bent in de natuur. Winkels? Nee, die zijn er niet. We missen ze net zo min als de files en de stoplichten. Je bent trouwens zo in een van de omliggende dorpen, zelfs met de bus, of in 20 minuten in het centrum van Apeldoorn of Deventer.

Voor ons was de beheerder van het dorpshuis een echte ambassadeur van het dorp. De gemeenschapszin die hij noemde, ervaren wij elke keer opnieuw zonder dat het ook maar ooit benauwt. Ook na 12 jaar is Nijbroek nog steeds een plaats om verliefd op te zijn.

Ria en Herman van den Nieuwendijk

Dit is het eerste verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Voorwoord “Wij doen het nog altijd samen!” Nijbroekers in beeld.

“Wij doen het nog altijd samen!”

Min of meer met deze woorden eindigt het historisch toneelstuk dat in augustus 2014 door  23 dorpsbewoners live voor Omroep Gelderland werd opgevoerd. Nijbroek zou stadsrechten krijgen, maar de bisschop van Deventer blokkeerde dit. Hij duldde geen nieuwe stad in zijn omgeving. Een heraut kwam de negatieve beslissing aan de bevolking van Nijbroek vertellen. Daardoor werden aan Nijbroek de privileges onthouden die aan stadrechten verbonden waren. De mensen werden zo kwaad, dat ze de heraut met paardenvijgen bekogelden. Uit de menigte sprong iemand naar voren: “Inwoners van Nijbroek, beheerst u. Wij laten ons niet uit het veld slaan door de bisschop van Deventer. Wij hebben hem niet nodig. Wij zijn Nijbroekers. Wij hebben goede landbouwgrond, wij hebben prachtig vee, en alles wat wij doen, dat doen wij samen. Wij zullen arbeiden onder de zon en zo de toekomst van onze gemeenschap opbouwen.”

Een vette knipoog naar de geschiedenis, maar het toneelstuk typeert de gemeenschap polder Nijbroek: zelfstandig, trots, eigenzinnig, hard werkend en bovenal gemeenschapszin.

Deze karaktereigenschappen komen in de blog naar voren waarin verhalen van mensen worden opgetekend, die jarenlang, ja soms zelfs hun hele leven al in de polder Nijbroek wonen, verhalen die niet verloren mogen gaan. Zij zullen veelal vertellen over het verleden, terwijl anderen hun visie geven op het heden en de toekomstige ontwikkeling van het gebied.

Maak kennis met het uitgebreide vrijwilligerswerk, dat uiteenloopt van de jaarlijkse kermis “Dikke Mik” tot aan het schoonhouden van de kerk en het draaiend houden van het Dorpshuis. Nieuwkomers vertellen waarom ze in Nijbroek zijn gaan wonen en hoe ze hun favoriete plek daar hebben gevonden.

U wordt meegenomen naar de weiden en de sloten in het unieke landschap van de polder Nijbroek, een gebied dat niet verloren mag gaan. Geniet van de verhalen van de mensen die daar wonen en dit groene landschap zo kleurrijk maken.

Deze reeks wordt geschreven door Herman van den Nieuwendijk, onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en wonend aan de Dijkhuizenweg.