#19 | Vrouwen in beweging

Dat het een man moest zijn, die met het idee kwam om een vrouwenvereniging op te richten!  Ds. Lindenburg is kort na de oorlog in Nijbroek als predikant aangesteld. Hij vindt het belangrijk dat de vrouwen vaker uit huis gaan om elkaar te ontmoeten. Zijn vrouw is het volkomen met hem eens en samen richten ze met enkele dames in 1947 de Christelijke Vrouwenvereniging Samenwerking op.

Het is een schot in de roos. De vereniging met een christelijke grondslag staat ook open voor andersdenkenden. Tweemaal per maand wordt er een bijeenkomst gehouden. Voor de vrouwen is het een avondje weg uit de dagelijkse beslommeringen van huishouden, boerderij en gezin.

Er zal op die avonden heel wat zijn afgekletst onder het borduren, haken en breien. Al die creatieve handwerkjes worden op de jaarlijkse bazaar uitgestald. De opbrengst daarvan is niet alleen bestemd voor de verenigingskas. Een deel gaat naar landelijke goede doelen. Maar ja, zoals het zo vaak gaat met dit soort dingen, kopen de vrouwen van elkaar. En of dat nu echt de bedoeling was?

Als er besloten wordt om vaker sprekers uit te nodigen, blijft er steeds minder tijd voor handwerken over. Toch wil men de doelstelling om gelden voor goede doelen binnen te halen overeind houden en daarom gaat men in het najaar kamerplanten verkopen. Dit slaat erg aan. Het geld wordt geschonken aan landelijk goede doelen en welke dat zijn hangt veelal af van degene die voor een bepaalde organisatie komt spreken.

Maar ook andere sprekers worden uitgenodigd. Zo kwam er een rijinstructeur, iemand van de politie, en de leukste keer was wel toen die trouwambtenaar kwam, die van te voren gevraagd had of iedereen haar trouwjurk en –album wilde meenemen. Maar wie was de mooiste bruid?

De laatste jaren stagneerde de afzet van kamerplanten en daarom is men overgestapt naar het verkopen van perk- en  terrasplanten. Op de eerste vrijdagavond in mei staat de kleine zaal van het Dorpshuis volgekleurd en volgegeurd met planten die de volgende dag aan de man gebracht worden.

De opbrengsten van de plantenverkoop vloeien natuurlijk ook voor een deel in de verenigingskas. Daarvan kan het jaarlijkse uitstapje betaald worden. Tegenwoordig gaan de leden tegen 5 uur in de middag op stap om iets in de directe omgeving te bekijken en om daarna met elkaar te gaan eten. Maar vroeger trokken ze er echt een hele dag op uit, naar Amsterdam of een andere grote stad. De reisjes werden al in januari met de chauffeur van de VAD, de busdienst die Nijbroek aandeed, besproken. Eenmaal in zo’n stad moest er natuurlijk van alles gekocht worden, vooral kleding. Terug in de bus werd dat allemaal uitgebreid bekeken, zodat de reis naar huis een grote modeshow werd.

Als het over uitstapjes gaat, barsten de verhalen van de vier dames, die bij mij op bezoek zijn, los. Mariëlle Dekker, voorzitter, de bestuursleden Karin Baan, Bep Foks en de oud-voorzitter Minie van der Snel. Grote hilariteit bij die rondtoer op een huifkar tijdens de spits in het centrum van Apeldoorn. Het stoplicht sprong op oranje en de paarden waren in galop. De koetsier kon ze niet meer stoppen en het hele gezelschap stak door rood de weg over. Gelukkig ging alles goed. Ze waren bezig met de Pieter Puijpe rondtoer, een tocht langs kunstwerken van de in Oost-Souburg geboren beeldhouwer.

Zijn kleindochter gidste de dames langs het bronzen borstbeeld van Koning Willem I op het Raadhuisplein, de Kwartjesfontein bij Marialust, de plaquettes op de Gedenknaald en de grafmonumenten van notabelen uit de Apeldoornse gemeenschap op het kerkhof aan de Soerenseweg. Pieter Puijpe en zijn vrouw bleven tot aan hun dood de Zeeuwse klederdracht dragen.

De vrouwenvereniging bestaat nu dan al wel meer dan 70 jaar, maar daar heeft het niet altijd naar uitgezien. Op een gegeven moment waren er zo weinig leden, dat men bang was, dat men de vereniging moest opheffen.

Een zwempartij met schoolkinderen bracht daarin de nodige verandering. Hoe vreemd kan het gaan. Karin vertelt, dat ze eenmaal per jaar vanuit school op woensdag een middagje vrij mochten zwemmen. Kinderen in het water, moeders op de kant, lekker kletsen over van alles en nog wat. Iemand bracht te berde dat de vereniging dringend leden nodig had en spontaan is toen besloten om zich aan te melden. Zo kwamen er opeens 17 nieuwe leden bij, voornamelijk jongere en die zorgden voor een nieuwe impuls. Dat dat gebeurde, ziet Minie als een wonder. “Wij hebben er voor gebeden en opeens was de vereniging weer in volle bloei.”

Minie is 16 jaar voorzitter geweest en zij weet nog veel over “vrôgger”. Zij weet nog, dat met het geld van de plantenopbrengst ook lokale projecten af en toe werden ondersteund. Het pad op het kerkhof moest indertijd hoognodig geasfalteerd worden en vanuit de vrouwenvereniging kon men daaraan met een bedrag van duizend gulden bijdragen.

Ze vertelt verder, dat een van de eerste en langstzittende voorzitters van de vereniging Wil Lankhorst was, de vrouw van de directeur van de christelijke lagere school. Zij verzorgde geheel alleen de avonden. Er werden toen aan het begin en eind van de avond een paar psalmen of gezangen gezongen, men opende en sloot met gebed. Mevr. Lankhorst bracht altijd de overdenking die ze zelf geschreven had. Er werden notulen gemaakt en die werden op de volgende bijeenkomst uitgebreid voorgelezen. Het was duidelijk een andere tijd.

Vermeldenswaardig is ook de naam van Annie Wolters. Zij was, toen de vereniging 50 jaar bestond, de enige nog die er vanaf de oprichting bij geweest was. Zij werd daarom benoemd tot erelid. Dat ging wel met enig vertoon gepaard. Joan Veldwijk zat op de bok van de keurig opgepoetste landauer, waarmee Annie en haar man door Nijbroek werden gereden.

De tijden zijn veranderd. De leden van de vereniging zijn deels wel en deels niet kerkelijk betrokken. Op de maandelijkse grote avond worden geen psalmen meer gezongen en het lezen van de Bijbel heeft plaatsgemaakt voor het vertellen van spiegelverhalen, verhalen die je aan het denken zetten. Vaak worden de avonden met sprekers ingevuld, sinterklaas wordt met elkaar gevierd, en er zijn creatieve avonden. Voor de ouderen wordt er elke maand in de kleine zaal van het Dorpshuis nog een kleine avond gehouden, die door een van de leden zelf georganiseerd wordt. Het is leuk te zien, dat sommige vrouwen niet alleen elkaar ophalen, maar van te voren nog bij een van hen in huis wat voorbabbelen voordat ze naar de vrouwenavond gaan.

De vrouwenvereniging richt zich op die groep vrouwen die de kinderen al groter hebben. Het doel van de vereniging is niet alleen om avonden voor enkel vrouwen te organiseren, maar wat ze doen, willen ze ook met anderen delen. Zo is er eenmaal per jaar een open avond met een interessant onderwerp, waarbij mannen ook van harte welkom zijn. Zelfs waren mannen een keer nodig voor een modeshow. Op een van de open avonden werden liturgiegewaden op de “catwalk” in de historische kerk van Nijbroek geshowd. Onder het vertellen van bijpassende verhalen lieten mannen en een enkele vrouw zien welke gewaden er gedragen werden door o.a. de middeleeuwse dorpspastoor, de vroegere dominee van de strenggereformeerde gemeente en de moderne (vrouwelijke) dominee.

Anne-Marie van de Water is kort geleden tot secretaris benoemd. Het beheer van de verenigingskas ligt bij Karin Baan. Als een zieke wordt bezocht, zorgt Marina Kers voor een bloemetje en zij ziet er ook op toe dat de jubilarissen niet worden vergeten. Aan mensen van 75 jaar en ouder brengen de leden met Pasen altijd een bloemstukje, zelfs als ze als oud-Nijbroeker in een verzorgingstehuis in de omgeving wonen. En mocht iemand geen tijd hebben, iets vergeten zijn of moet er iets extra’s gebeuren, dan heeft de vereniging in Bep Foks een niet te passeren vliegende kiep.

Je merkt dat de vrouwen veel plezier met elkaar hebben. “Samenwerking” is de naam van de vereniging en die eigenschap dragen ze ook uit. Het zij op de kerstmarkt waar ze gebak en worst verkopen, het zij in kleine of grote kring of gewoon op ziekenbezoek. Deze kleinschaligheid binnen het dorp is een groots gebeuren.

Dit is het negentiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.