#13 | Het gelui(d) van Nijbroek

Een mooie zaterdagmiddag in oktober. We gingen naar Nijbroek om aan vrienden ons nieuw aangekochte huis te laten zien. Toen wij de auto uitstapten, sloeg de torenklok half vijf. Meteen daarop werden wij verrast door de klokken die begonnen te luiden; eerst de kleine, gevolgd door de warme klanken van de grote, overgaand in een melodieus samenspel. Het klonk als een feest. En het was alsof ze speciaal voor ons werden geluid. Welkom in Nijbroek. Na al die jaren zijn we aan het luiden gewend geraakt, maar we zouden het niet willen missen en vaak komt nog dat gevoel van blijdschap terug als we de klokken horen.

Jannie Berends, die als koster betrokken is bij de kerk, vertelt dat de kleine klok via een elektrisch systeem in werking gezet wordt, maar de grote wordt daarentegen traditioneel geluid. Meestal doet zij dat. Als je op zondagmorgen via de klokkentoren de kerk betreedt, dan zie je hoe zij het dikke touw, die naar de grote klok leidt, hanteert. En zo kan Jannie tijdens het luiden elke kerkganger welkom heten.

Jaren geleden had haar zwager Aart Berends tijdelijk de openstaande vacature van koster op zich genomen, naast de andere functies die hij al in de kerk had. Jannie en haar man Teun besloten om hem te ontlasten. Dat deden ze klaarblijkelijk zo goed, dat na enige tijd het kerkbestuur hen vroeg om het totale kosterschap op zich te nemen. Dat hebben ze vele jaren op vrijwillige basis gedaan. Hun inzet werd erg gewaardeerd, zo zelfs dat in een speciale kerkdienst beiden door de burgemeester van de gemeente Voorst een lintje uitgereikt kregen.

Een belangrijke taak van de koster is het luiden van de klok, elke zaterdagmiddag. In de winter wordt om 4 uur geluid, in de zomer om 7 uur en in de periodes daartussen op- of aflopend met een half uur. Op zondagen of kerkelijke hoogtijdagen worden de klokken als een oproep aan het dorp een uur voor aanvang van de dienst geluid. Dan volgt er nog een tweede keer, een kwartier van te voren: mensen het is nu tijd om naar binnen te gaan. Komt het daardoor dat je eigenlijk nooit iemand te laat de kerk ziet binnenkomen?

Meestal luidde Teun de klokken en iedereen in de Polder Nijbroek wist dat. Totdat er in juli 2016 een agressieve tumor bij hem werd ontdekt. Twee maanden later, op 11 september, overleed hij, slechts 64 jaar. Een klap voor Jannie, voor het gezin, voor de kerk en de Polder Nijbroek.

Teun was er zo van overtuigd, dat Jannie na zijn overlijden als koster zou aanblijven, dat hij dat al zonder verder met haar te overleggen, had laten weten. En Jannie is koster gebleven en haar werkzaamheden deelt ze nu met Johan en Alie Gerrits. Het drietal weet dat ze er niet alleen voor staan, maar dat ze gedragen worden door de gemeente. Op de eerste plaats wordt om de twee weken de kerk door vrijwilligers schoongemaakt en ook voor de jaarlijkse schoonmaak melden zich voldoende mensen aan. Wanneer er na speciale diensten van alles moet worden opgeruimd, dan is dat in een wip gebeurd door de vele helpende handen.

Het voorbereiden van de wekelijkse diensten maakt ook deel uit van de werkzaamheden van Jannie. Het zijn vaak routinematige dingen, zoals het aansteken van de kaars, het zorgen voor een glas water voor de predikant, maar het ordelijk verlopen van de dienst zit juist in dat soort kleinigheden.

Spannende momenten blijven voor haar de speciale diensten, zoals bij huwelijken en begrafenissen. Jannie komt dan pas tot rust als de dienst begonnen is en de dominee zijn eerste woorden spreekt. Als koster moet je van te voren overal aan denken en van alles regelen. En als je toch iets vergeet, dan word je ’s morgens om 6 uur met een schrik wakker. Zoals die ene keer toen er in de winter een begrafenis was. De kachel was niet aangezet. Teun hals-over-kop naar de kerk, maar zo gauw krijg je die niet op temperatuur. Ze belden rond in het dorp en binnen mum van tijd hadden ze overal blaaskacheltjes vandaan gehaald. Maar alle moeite ten spijt, die hielpen niet veel. Zo werd deze begrafenis een extra koude bedoening.

Jannie zal ook nooit vergeten, dat er twee huwelijksinzegeningen op een en dezelfde dag waren. De eerste was vroeg in de middag, in een sober aangeklede kerk. Maar voor de tweede moest de kerk heel uitbundig versierd worden. Hiervoor hadden de vrienden van het bruidspaar maar enkele uren tijd. Er moesten roosjes en kaarsen langs de lambrisering komen en in het voorste gedeelte arenkoren, stenen en kaarsen. Ook moesten er zijden doeken door de prachtige antieke lampen worden gedrapeerd. Maar dat deed Teun zelf. Niemand anders mocht aan die lampen komen. Het contrast met het eerste huwelijk kon niet groter zijn. Na afloop werd het bruidspaar met rozenblaadjes uitgezwaaid. Hier had het kosterspaar niet op gerekend. Toen de bruiloft al in volle gang was, waren Teun en Jannie nog bezig om alles op te ruimen en om de ingetrapte rozenblaadjes van de vloer te schrobben. Voortaan geen rozenblaadjes meer.

Jannie voelt zich op haar plaats als koster in de gemeente van Nijbroek. Het luiden van de klokken geeft haar voldoening. En op zaterdag in het bijzonder brengt haar dat rust. Na het luiden blijft ze vaak nog even in de kerk achter om die rust op zich te laten inwerken, even terug te denken aan Teun. En daarin weet zij zich niet alleen, want vooral het luiden op zaterdag houdt bij veel dorpsbewoners de herinnering aan Teun nog levend.

Dit is het dertiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.