Wat is kenmerkend voor Nijbroek? – Tweede bijeenkomst

Woensdag 12 september vond de tweede bijeenkomst van het project Polder Nijbroek plaats. Waar we de vorige keer met Nijbroekers spraken over toekomstscenario’s voor de polder, waren het deze avond mensen van buitenaf die hun blik op Nijbroek deelden. Wat zagen zij?

Kernwaarden uit de historie van de polder
Welke inspiratie kan er geput worden uit de geschiedenis van de polder Nijbroek om keuzes te maken voor de toekomst? Marinke Steenhuis (SteenhuisMeurs) start met het historische verhaal van Nijbroek. Ze is het archief in gedoken en biedt ons verschillende kernwaarden.

Vrije lieden
De polder Nijbroek is een oude ontginning, uit 1328. Bij de ontginning van de polder werd Nijbroek een afzonderlijk richterambt met een eigen rechter en schepenen. Later werd ook de kerk zelfstandig, met een eigen pastoor. In oude brieven staat vermeld dat de inwoners van de polder ‘vrije lieden’ zouden zijn; ze hoefden geen andere overheid te erkennen dan de graaf van Gelre. “Het is bijzonder dat Nijbroek van oudsher een richterambt was; Nijbroek was volledige zelfstandig qua bestuur, rechtspraak, kerk en waterstaat” zo vertelt Steenhuis. De zelfstandigheid en mentaliteit van ‘we doppen onze eigen boontjes’ is voelbaar tot op de dag van vandaag.

Nut en Lust
Wat Steenhuis verder kenmerkend vindt, is de aloude combinatie van werk en recreatie; nut en lust. Er werd hard gewerkt op de boerderijen, maar het waren niet alleen plekken om te werken. Er mocht ook genoten worden van de  omgeving. Veel boerderijen hadden een ‘lanterskamer’, een kamer voor de landheer.
Van oudsher is Nijbroek overigens grotendeels zelfvoorzienend in voedsel en bouwmaterialen, maar levert opbrengsten aan een grotere markt. Iets wat Steenhuis aanduidt als ‘glokaal’. Ze noemt daarbij ook de fruitteelt, die vroeger veel in het gebied te vinden was.

Een uniek ontginningslandschap  met agrarische schoonheid
Het in cultuur brengen van de moerasachtige gronden van Nijbroek heeft geleid tot een uniek ontginningslandschap dat tot op de dag van vandaag nog herkenbaar is. De kavels, de weteringen, de dorpskern en de oude boerenerven zijn allemaal onderdeel van dit verhaal. De polder is een gebied met bijzondere natuurwaarden en ‘agrarische schoonheid’; de groene long in de stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen.

Deze kernwaarden uit het verleden bieden inspiratie om het Nijbroek van de toekomst vorm te geven; ze vormen het verhaal waar polder Nijbroek op voort kan bouwen. Het is de uitdaging de kwaliteiten van de polder naar de toekomst te brengen, waar nodig te versterken of te repareren.

De negen lagen van het Nijbroekse landschap
Als basis hiervoor ontleedt Catherine Visser (DaF-architecten) het landschap van de polder Nijbroek in negen lagen die kenmerkend zijn voor dit gebied.

De eerste laag wordt gevormd door de oeverwallen en kommen; er zijn variaties in de ondergrond ontstaan door restgeulen en oude oeverwallen van de IJssel. Deze variaties in de ondergrond zijn voelbaar voor degene die het land bewerken, maar ook zichtbaar op RAF-kaarten uit de oorlog. Door het landschap lopen de typerende weteringen, het tweede landschapselement. De weteringen beheren het water binnen de polder en weren het water van buiten de polder. Een derde kenmerkende laag is de omdijking van de polder. Dijken vormen de randen van de polder en markeren het verschil tussen binnen en buiten. Ze vertellen een gevarieerd verhaal waar stuwen, bruggen, ophogingen, bomen en andere details onderdeel van uitmaken.

Catherine Visser ontleedt het Nijbroekse landschap in negen kenmerkende lagen.

Daarna zoomt Catherine verder in. Zo delen de kavels de Nijbroekse polder op in regelmatige stroken, met 60 meter als meest gangbare maat. De kavels worden begrenst door sloten, hagen en bomenrijen, hoewel kavelgrenzen niet overal meer goed herkenbaar zijn. De vijfde laag is het dorp, waar kerk en gaard het middelpunt vormen. De boomgaard als ‘lege midden’ is bijzonder; het dorp heeft een groene kern. Volgende lagen worden gevormd door wegen, erven en de bosjes en bomen.

De negende laag is het water. Het begint met water en het eindigt met water; water is belangrijk in het Nijbroekse landschap. Het noorden kent hogere waterstanden; naar het zuiden toe wordt het water zo diep dat je het haast niet meer in de sloten ziet staan. De negen lagen vormen de bouwstenen van het landschap en de gereedschapskist voor de toekomst.

Het speelveld van vandaag
Maar wat is het krachtenveld rondom deze bouwstenen? Het Nijbroekse landschap wordt gebruikt om te wonen, te werken en te verblijven; vanaf de Middeleeuwen tot nu. Welke ontwikkelingen hebben we mee te maken? Nationale en soms zelf internationale trends en ontwikkelingen spelen een rol, maar ook regionale zaken beïnvloedden de polder.

Paul de Graaf (Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek) en Jan-Willem van der Schans (Universiteit Wageningen) hebben het agrarisch-economisch perspectief onder de loep genomen en met verschillende boeren en ondernemers in de polder gesproken. De landbouw in de polder Nijbroek wordt getypeerd door grotendeels grondgebonden bedrijven. Beperkte schaalvergroting en ruilverkaveling en de vele familiebedrijven maken dat de bedrijven een menselijke schaal hebben behouden. Het oude kavelpatroon functioneert nog steeds goed; de boerenstand lijkt goed geworteld in het gebied. De voornaamste uitdagingen zitten in opvolging, vernatting en verdroging en nieuwe regelgeving, zo vertellen ze.

Relevante ontwikkelingen hiernaast zijn de vestiging van intensieve bedrijven van elders, ecologische verschraling, toegankelijke woningmarkt en lokale gronden die in handen komen van investeerders van elders in combinatie met het energievraagstuk dat speelt; krachten en machten waar Nijbroek -gevraagd of ongevraagd- mee te maken heeft.

Inspirerende voorbeelden
Voorbeelden uit andere delen van Nederland laten zien hoe deze ontwikkelingen tot kansen kunnen leiden. Een voorbeeld dichtbij is de polder Mastenbroek, tussen Zwolle, Genemuiden en Hasselt. Ook dit is een eeuwenoude, Middeleeuwse ontginning; “het jongere broertje van polder Nijbroek” zo vertelt Steenhuis. De geplande uitbreiding van Zwolle in de jaren negentig maakte dat boeren en andere inwoners in actie kwamen om de kwaliteiten van de polder te beschermen. Ze zetten zich in om cultuurhistorische waarden veilig te stellen in de economische en maatschappelijk realiteit van het heden. Zo richtten ze een wooncoöperatie op om bouwontwikkelingen zelf in de hand te kunnen houden en is er een website waarop vele lokale verhalen te vinden zijn. Er is zelfs een parfum, een ‘Eau de Polder’ waarin je de geur van de polder, het gras, de kruiden en het voorjaar kunt ruiken.

‘Veranderen om jezelf te blijven’
“Je moet veranderen om jezelf te blijven”, sluit Steenhuis haar verhaal af. Hiermee vat ze samen wat ook De Graaf toelicht. De wereld verandert en die veranderingen hebben hun invloed op Nijbroek. Welke invloed dat is, daar kan Nijbroek in dit project richting aan geven. Als we niets doen, haalt de realiteit de polder mogelijk in. Als we het heft in eigen handen nemen, kunnen we passende oplossingen zoeken voor de ontwikkelingen om ons heen en de kansen benutten die deze ontwikkelingen bieden.

Workshops op 3, 10 en 17 oktober
De input van Nijbroekers bij de eerste bijeenkomst vormt samen met de input van de tweede avond de onderlegger voor het maken van een visie voor de polder Nijbroek. In drie workshops op 3, 10 en 17 oktober zullen we rondom de thema’s Werken, Wonen en Verblijven de vertaalslag maken naar concrete mogelijkheden voor de toekomst. We nodigen je van harte uit met ons mee te denken!

En voor wie meer terug wil zien van de tweede bijeenkomst, de presentaties komen binnenkort beschikbaar op deze website.