#11 | De Geitenboerderij van Geert en Oetine

Geert had een nieuwe vriendin, Oetine een nieuwe auto.

Die mocht Geert lenen om ergens in Zuid-Holland een bok voor de geitenfokvereniging te bekijken. Hij nam een paar kenners mee, een wat excentriek echtpaar. De bok werd door hen allen goedgekeurd voor de zware taak die hem wachtte. Het echtpaar vond het geen punt om het dier gelijk mee te nemen. “Nee, dat kan niet”, zei Geert. Hij bedoelde: “Nee, dat wil ik niet in de nieuwe auto van mijn nieuwe vriendin.” Maar de overredingskracht van het stel was te groot. Met de achterbank wat naar voren paste de bok precies in de bak van de Citroën Dyane. Hij kon geen kant meer uit en het arme dier kwam helemaal klem te zitten toen de vrouw met haar dikke achterwerk  op de achterbank plofte. En meuren in die auto. Met het dak open was het nog een beetje uit te houden. Die stank is dagenlang blijven hangen. Oetine was laaiend. Als verpleegster had ze haar uniform al aan als ze in het verzorgingshuis kwam en ze wist het zeker, al die tijd droeg ze die vreselijke stank bij zich.

Nu 37 jaar later kunnen ze er om lachen. Veel kunnen Geert en Oetine over hun grote passie vertellen: het opfokken van geiten en het maken van allerlei geitenproducten.

Pioniers waren zij op dit gebied. Indertijd waren er maar twee geitenboerderijen in Nederland en melk en vlees van geiten kon je hier aan de straatstenen niet kwijt. Toch had Geert in Nieuw-Zeeland gezien, dat er wel degelijk een markt voor deze producten was. Mensen met een koemelkallergie dronken daar geitenmelk. En er was een grote export van ingevroren geitenmelk naar Taiwan.

De liefhebberij voor de geiten zat hem in het bloed, want later besefte hij dat zijn vader vroeger ook melkgeiten had gehad en dat hij thuis geitenmelk te drinken kreeg.

Met Oetine heeft hij 12 jaar zijn geitenhouderij in Apeldoorn opgebouwd tot zij daar door stadsuitbreiding weg moesten. Het perceel aan de Ossenkolkweg, waar ze hun nieuwe bedrijf opbouwden, lag voor hun gevoel in Nijbroek, ook al wonen ze officieel in Terwolde. Geert en Oetine waren helemaal op Nijbroek gericht: de school voor de kinderen, de kerk, de festiviteiten zoals Dikke Mik.

Het echtpaar had een prachtige geitenstal toen in 2001 het noodlot toesloeg: de MKZ. Ook hun dieren moesten preventief worden geruimd. De financiële klap was groot. Voor de koeien die geruimd werden, kregen de boeren een vergoeding volgens een schaalverdeling. Er bestond echter geen norm voor een financiële regeling voor de vernietiging van geiten. Zij kregen voor de dieren slechts een klein deel van de werkelijke waarde. Maar groter dan het financiële verlies was, net als bij de andere boeren in de omgeving, het verdriet bij het zien van de lege stallen. Het heeft enkele jaren geduurd voordat ze hiervan zodanig hersteld waren, dat ze echt weer de draad konden oppakken.

Het monument van de MKZ staat op het Dorpsplein. Het is maar klein en het lijkt een beetje in een hoek te zijn weggedrukt, zoals mensen vaak verdriet wegdrukken. Het gedicht op dit monument werd door Mathilde geschreven, de toen 10-jarige dochter van Geert en Oetine.

Donker
Een koe loeit,
Een schaap blaat,
Een geit mekkert,
Een varken knort.
Geluid maken ze allemaal…
Maar opeens is het in de wei zo kaal.
Iedereen heeft verdriet en iedereen is boos.
Ja… verdriet hebben we allemaal.
De dieren zijn geruimd.

En juist die zin over het mekkeren van de geiten was de kunstenaar vergeten om op het monument aan te brengen. Dat kon natuurlijk niet. De geiten, de dieren van hun boerderij, werden niet genoemd. Mathilde liet het er ook niet bij zitten. Zij heeft hemel en aarde moeten bewegen, maar uiteindelijk heeft de kunstenaar het volledige gedicht op het monument moeten plaatsen.

Het MKZ-monument op het Dorpsplein, met een gedicht van dochter Mathilde.

Na de MKZ-crisis kwamen er diverse koppels geiten, maar het waren eigenlijk geen dieren om te fokken. De ommekeer kwam toen ze bij een meelevende geitenboer een koppel kochten dat uit hun eigen bloedlijn kwam. Ze pakten toen ook het maken van kaas weer op en zo kwam het plezier in hun werk terug.

Het mekkeren dat verstomd was, klinkt nu weer vrolijk in een stal met een paar honderd geiten. De firma v.d. Weerd uit Oene brengt hun de dieren als ze een dag oud zijn. Gedurende een jaar worden ze dan door Geert en Oetine opgefokt. Daarna gaan ze weer terug.

Om niet geheel afhankelijk van de fokkerij te zijn, begonnen Geert en Oetine ook met een camping en met de verhuur van huisjes. De vele gasten genieten er van de prachtige natuur en de rust van de omgeving. Maar blijft dat zo? Zij zijn bezorgd. Dit prachtige landschap, dat niet bij de grens van Nijbroek ophoudt, moeten mensen tijdens wandelingen en fietstochten kunnen ervaren.

Wat dat betreft heeft het echtpaar nog een leuk idee voor het project Polder Nijbroek. Trek de doodlopende weg langs hun boerderij door als wandelpad naar de Wetering en maak hier een bruggetje. Het zou nog mooier zijn als er een trekpont zou komen te liggen. Zó kun je het klompenpad van Nijbroek verbinden met het Welsums Kippeneindje.

Geitenkaas kon je tot 15 jaar geleden alleen maar in de speciaalzaak kopen. Nu vind je die in elke supermarkt. Hun pionierswerk heeft zijn vruchten afgeworpen. Oetine maakt nu nog verse zachte geitenkaas, Libanese yoghurtkaas en geitenyoghurt. De winkel van Geert en Oetine staat bekend om zijn grote diversiteit aan geitenproducten. Daarnaast verkopen ze er ook wijn van biologisch geteelde druiven van eigen bodem. Het beheer van de wijngaard hebben ze uit handen gegeven.

Hoe mooi kan het leven zijn. Genieten, thuis, in je tuin, op je balkon, of op een bankje aan de Wetering, uitkijkend over Polder Nijbroek, met en goed glas wijn, zo maar uit de IJsselvallei en heerlijke geitenkaas erbij.

Dit is het elfde verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.