Polder Nijbroek

Bijzonder gebied tussen de dijken

Maand: oktober 2019

#21 | VERKEERDE AFSLAG – GOED AANGEKOMEN

Als Jan Lammers half september 2004 bezig is om een preek te maken, gaat de telefoon. Het is Jannie Stenfert, die hem belt namens de protestante gemeente in Nijbroek om een beroep op hem te doen als predikant. Nijbroek? Nooit van gehoord.

Jan is dominee in Amsterdam en heeft daarnaast een baan in het onderwijs, die hem steeds zwaarder valt. Het zou prima passen om naast Amsterdam een tweede gemeente te hebben. Maar in een dorpje op de Veluwe? Zijn vriendin Sita, ze kennen elkaar inmiddels een jaar, heeft zo haar bedenkingen. Ze is huisarts in Amsterdam, heeft sinds kort haar eigen woning, en ze moet er niet aan denken om deel uit te gaan maken van een of andere zware Veluwse geloofsgemeenschap.

Maar zo’n aanbod sla je zo maar niet af en ze besluiten om eerst maar eens, zonder zichzelf bekend te maken, een kerkdienst bij te wonen. Daaraan willen ze nog een fikse wandeling vastknopen. De weidse omgeving moet immers prachtig zijn. Het is wel even zoeken; navigatie is nog niet algemeen. Als ze vanaf de A50 richting Nijbroek rijden, zien ze het bord naar de kerk van de gereformeerde gemeente aan de Gaartherweg. Die afslag moeten ze niet hebben. Terug naar de hoofdweg zien ze over de weilanden tussen een paar bomen een toren. Daar zal het dan toch moeten zijn, maar een bord Nijbroek valt nog nergens te bekennen. Pas bij de rotonde zien ze welke kant ze op moeten.

Bij de kerk worden ze gesignaleerd door Jannie en haar man Aart. Beiden hebben er geen idee van dat dit de eerste kennismaking is met hun toekomstige predikant en zijn partner. Ze zien  er in hun wandelkleding niet uit als toekomstige bewoners van de pastorie. De preek van ds. Marchal is uitdagend en enthousiasmerend. Jan spreekt met groot respect over deze dominee, die hij later in Beekbergen zal opvolgen.

Veel van de vooroordelen die Sita heeft, zijn door deze kerkdienst al weggenomen en Jan ziet deze eerste kennismaking met Nijbroek als Gods leiding. Toch zal er nog heel water door de IJsselvallei stromen voordat hij officieel in zijn ambt wordt bevestigd. Dat gebeurt op 5 juni 2005.

Sita blijft vooralsnog als huisarts in Amsterdam werken, maar besluit later om bij Jan in de pastorie in te trekken. De inzegening van hun kerkelijk huwelijk is op zaterdag 14 juni 2008. Het paar voelt zich ondergedompeld in een warm bad. Zij passen helemaal bij Nijbroek en Nijbroek bij hen. Toch wordt er van buiten het dorp heel verschillend naar de dominee gekeken. In Amsterdam spreken ze over hem als de gereformeerde bondsdominee van de Veluwe, terwijl gelovigen uit zwaardere gemeenschappen in de omgeving van Nijbroek hem de vrijzinnige dominee noemen. Jan maakt dat niet zo veel uit. Voor hem is belangrijk, dat er in Polder Nijbroek ruimte voor het geloof is, dat de mensen mild zijn en zich voor elkaar inzetten, ongeacht of ze nu wel of niet naar de kerk gaan. Hier voel je de betrokkenheid, want die kerk is van ons allemaal.

Op de pastorie genieten Jan en Sita dagelijks van de vele vogels om hen heen. Zelf hebben ze krielkippen, zwarte  kippen met dominees kopjes, hoe kan het ook anders. Midden op het grasveld staat een Bijbelse boom, de vijg. Die hadden ze als cadeau van een intervisiegroepje van Sita gekregen. Stekken ervan hebben ze bij hun latere  verhuizing naar Beekbergen meegenomen en twee ervan zijn uitgelopen.

Jan heeft een geweldige periode meegemaakt in de ruim 10 jaar dat hij dominee in Nijbroek was. Er was een buitengewoon goed contact met de dorpsbewoners. Pastoraal zeer betrokken genoot hij van de feestelijke momenten van huwelijksinzegeningen en doop. En niet te vergeten van die speciale momenten dat er koninklijke onderscheidingen werden uitgereikt, zelfs in de dienst op zondag.

Hoe dankbaar een taak als dominee mag zijn, voel je misschien nog wel het beste wanneer er spanning of verdriet is. Dat je echt op die momenten iets voor mensen mag betekenen. Het begeleiden van mensen die terminaal zijn, het leiden van begrafenissen, het er zijn voor de nabestaanden.

Jan gaat het erg aan het hart, dat het hem niet gelukt is om de jeugd meer bij de kerk te betrekken. De openingskampen voor het nieuwe seizoen in september werden wel goed bezocht, ook kwamen de jongelui geregeld op de catechisatie, maar de gesprekken over het geloof kregen in zijn beleving steeds minder diepgang. Alhoewel, het ook wel eens gebeurde dat er een tiener bij hem kwam en vroeg: “Dominee, mag ik ook op de catechisatie?” Van zo’n vraag kon Jan echt blij worden. Hij hoopt dat hij hen toch waardevolle dingen heeft kunnen meegeven voor hun verdere leven.

Voor Jan was een absoluut hoogtepunt het organiseren van het optreden van de bekende groep Sela in augustus 2013. Hij had het idee gekregen om de grote ontmoetingstent van Dikke Mik daarvoor te gebruiken. Op zondag stond die immers toch maar leeg, terwijl er wel bewaking moest rondlopen. Waarom niet zo iets als een evangelisatiedienst organiseren? Iets bijzonders, speciaal voor de jeugd.
En dat werd het, een fantastische avond. De temperatuur lag ’s avonds nog altijd boven de 25 graden en in de tent was het bloedheet. Dat weerhield meer dan 800 mensen er niet van om een prachtig concert van Sela bij te wonen. Nog meer dan door dit geweldige optreden, nog meer dan door de enorme belangstelling was Jan getroffen door het grote enthousiasme van de vele vrijwilligers die voor de PR en voor het bijeenbrengen van de nodige gelden hadden gezorgd.

In 2014 deed Nijbroek mee aan het programma “Zomer in Gelderland” van Omroep Gelderland. Een van de opdrachten bestond uit het optrommelen van tien mensen met een speciaal rijbewijs. Nijbroek zou Nijbroek niet zijn als dat niet lukte. Daar stonden ze, op een rij, ieder met een bord met zijn of haar “speciale rijbewijs”. Jan maakte ook deel uit van deze groep. Op zijn bord stond “verkeerde afslag”. Hij was in zijn loopbaan een andere weg ingeslagen dan die hij oorspronkelijk voor ogen had. Jan had arts willen worden. “Maar nu met een arts getrouwd, is het helemaal goed gekomen”, zei hij. “Het komt voor, dat ik tegen een van de gemeenteleden moet zeggen: daarmee moet je naar de dokter. En omgekeerd, dat mijn vrouw zegt: dit hoort meer bij een geestelijk verzorger thuis.”

Op 1 mei 2016 nam Jan in een volgepakte kerk en tijdens een drukbezochte receptie in het Dorpshuis afscheid van Nijbroek. Sita en hij waren intussen al naar Beekbergen verhuisd, een bewuste keuze om de nieuwe dominee alle bewegingsvrijheid te geven. Aan alles merk je dat Jans hart nog altijd voor een groot deel in Nijbroek ligt. Hij leeft erg mee met de dorpsgemeenschap. Het doet hem goed, dat hij nog regelmatig wordt gevraagd om hier te preken en hij ervaart het echt als iets bijzonders wanneer dorpsbewoners, die naar elders zijn vertrokken, hem nog vragen om hun kindje te dopen.

Vanuit zijn studeerkamer in de pastorie had Jan zicht op de appelboom die hij bij zijn verbintenis met Nijbroek van zijn kinderen had gekregen. De kinderen zeiden erbij dat ze hoopten dat zowel de appelboom als het predikantschap van hun vader vruchten zou dragen. Als hij dan naar buiten keek, kon Jan genieten van de bloesem en de vele appels die er aan de boom hingen maar vooral van de herinnering aan de warme woorden van zijn kinderen.  De grote wens die Jan voor Polder Nijbroek heeft, is dat het een bloeiende gemeenschap mag blijven en dat de inwoners als een overvolle appelboom vrucht mogen blijven dragen.

Dit is het éénentwintigste verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#20 | De Ossenhoeve

In het uiterste zuidwesten van Polder Nijbroek ligt sinds 1872 de boerderij “De Ossenhoeve”. De naam is terug te voeren op een stal, die hier van oudsher had gestaan, waar ossen werden ondergebracht, die voor het ontginnen van het land werden ingezet. Het oorspronkelijke woonhuis van de boerderij vormde één geheel met de koeien- en paardenstal. Het dagelijks vertrek van de woning bestond uit een grote keuken-kamer met bedstee. Boven waren er dan nog extra slaapkamers. Dat hier al vroegere bewoning was geweest, bleek toen bij latere sloopwerkzaamheden onder de vloer nog een holte van een open vuurplaats werd aangetroffen. Hier vond men ook nog een haam, een ketting met tandjes om de ketel op verschillende hoogtes op te hangen.

Nutsvoorzieningen waren er niet. Pas in 1955 werd het pand op het elektriciteits- en telefoonnet aangesloten. Men moest daarna nog eens bijna 20 jaar wachten voordat er gas en verwarming kwam. Als je je wilde wassen, dan deed je dat buiten bij de pomp. Binnen brandde het fornuis, maar dan wel zomer en winter, zodat er altijd een warmtebron was om te koken of om de was op te warmen. Je behoefte deed je in het privaat op de deel. Bij wijze van toiletpapier lagen er oude kranten. Elke zaterdag werd de poepton op de mestvaalt geleegd.

Net als andere dijken in het buitengebied van Nijbroek was de Bekendijk, waaraan “De Ossenhoeve” ligt, een weg vol kuilen en door de klei en modder in de winter en natte periodes bijna onbegaanbaar.

Hier werd Bernard Horstman, de huidige eigenaar, geboren. Hij vertelt met trots dat “De Ossenhoeve” al vier generaties lang in handen van de familie is. Zijn overgrootvader Jannes van Voorst was hier in 1902 begonnen. Jannes was getrouwd met Antonia Vosselman, beiden kwamen uit Epe. Een groot gezin, maar het noodlot sloeg toe. Antonia overleed bij de geboorte van haar tiende kind. 

Je vrouw, je moeder verliezen, maar tijd om te rouwen was er nauwelijks. Het bedrijf moest door, het gezin moest door. Jansje, – Opoe, zoals Bernard haar noemt – was het oudste meisje in het gezin, 10 jaar. Zij moest de taken van haar moeder overnemen. Ze werd van school gehaald om voor haar vader en haar negen broertjes en zusjes zorgen. Dit bleef ze doen tot aan haar huwelijk met Bernards opa, die ook Bernard Horstman heette. (Je ziet steeds weer dezelfde namen terugkomen, omdat je het eerste kind naar je opa of oma vernoemde, het tweede naar je vader of moeder en het volgende naar een oom of tante.) 

Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren, maar het jongste kind overleed helaas bij de geboorte, omdat het te groot was. Onnodig. De dokter had een inschattingsfout gemaakt. Hij had haar naar het ziekenhuis in Deventer moeten sturen.

Hun tweede zoon, Johan, de vader van Bernard, was in 1923 geboren. Hij had een goede neus voor ondernemen. Altijd bezig om juist die producten te telen waar extra vraag naar was en waarvoor mensen bereid waren om wat meer te betalen, zoals vroege aardappelen en suikerbieten. Hij had een bongerd van 3 ha met appel-, peren- en pruimenbomen. Vooral de pruimen brachten, als ze gaaf werden aangeboden, een aanzienlijk deel van het jaarinkomen op. In het seizoen zag je Johan driemaal per week met paard en wagen naar de veiling in Twello rijden.

Naast landbouwer en boer was hij ook imker. Naar heidehoning was de grootste vraag, dus die bracht het meeste geld op. Je moest dan ook niet gek opkijken als je hem op zijn fiets, vol beladen met vier of zes bijenkorven, over de bospaden richting Uddel zag rijden om ze daar op de heide te plaatsen.

In de oorlog werd Bernards vader samen met een van de buurjongens, Hendrik Hekkert, voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland gedeporteerd. Gelukkig was er iemand die er voor kon zorgen, dat zij bij een boer vlak over de grens tewerkgesteld werden. Drie jaar bleef hij daar en opa en opoe Horstman moesten het in die tijd op hun boerderij alleen zien te rooien.

Zoals in de meeste gezinnen in Nijbroek nam ook bij de familie Horstman het geloof een belangrijke plaats in. Het boerenleven, het leven met de natuur, maakte dat men zich in de Polder afhankelijk voelde van God. Duidelijk komt dit naar voren in het wapen en volkslied van het dorp: “Uw wapen spreekt van arbeid ook, de spade in de grond. Steeds werkzaam tot de avond valt, van de vroege morgenstond.”

In het huis, dat in 1966 voor de kop-hals-rompboerderij werd gebouwd, vertelt Bernard vol enthousiasme over zijn bedrijf. Zijn vrouw Hermien schenkt koffie in en is wat verbaasd, dat ik die flinke scheut boerenmelk er niet in wil. Ze hebben een zoon en twee dochters. Het doet hen verdriet, dat geen van hen het ziet zitten om boer te worden. 

Je merkt in alles dat het echtpaar gedreven is door het boerenleven en Bernard vertelt uitgebreid en met kennis van zaken hierover. In 1990 heeft hij het bedrijf van zijn vader overgenomen. We lopen door de stallen, langs de koeien, de kalveren en melkmachines. Het boerenbedrijf is in de loop der jaren erg veranderd. Net als bij topsporters worden van koeien de hoogst mogelijke prestaties verlangd. Gaf een koe 50 jaar geleden nog 6500 liter melk per jaar, nu is dat bijna het dubbele. En de ontwikkelingen gaan door, ook op het gebied van landbouwmachines.

De MKZ van 2001 heeft een diepe wond achtergelaten. Op 17 mei werden er 91 dieren geruimd. Net daarvoor had Bernard nog een koe moeten helpen, die een dood kalf droeg. Dat moest hij er zelf met de grootste moeite uithalen, want de dierenarts mocht niet komen.   

Bernard en Hermien stonden toen overal alleen voor. Vader Johan was op leeftijd, de kinderen waren nog erg jong. Ze voelden zich gevangenen op hun eigen bedrijf. Zelfs de boodschappen mochten ze niet halen, daarvoor zorgde de familie. 

Op 27 augustus kregen Bernhard en Hermien hun nieuwe koeien. Maar de impact op alles wat er gebeurd was, was zo groot, dat Bernard een jaar na het uitbreken van de crisis overspannen werd. Ook in latere jaren kwamen de klachten weer terug. Hoewel niet ideaal, was er gelukkig hulp van Abeos, een organisatie die arbeidskrachten uitleent en waarvan Bernard lid was.

Gelukkig is er nu rust gekomen. De 50 koeien, die ze nu hebben, vragen alle aandacht, maar in tegenstelling tot vroeger is er nu zelfs af en toe tijd voor een korte vakantie. Ver van te voren plannen gaat niet. Ze kunnen pas besluiten om te gaan als ze zeker weten dat de weersomstandigheden gunstig genoeg zijn om het bedrijf achter te laten.

Bernard is als boer erg betrokken bij “Een Rijk Landschap”, een werkgroep binnen Polder Nijbroek, die zich voornamelijk inzet voor biodiversiteit en recreatie. Via deze groep probeert hij zijn droom waar te maken om in de dorpskern met een volkstuin te beginnen, als hij eenmaal met pensioen is. Niet alleen om het dorp van biologische groenten te voorzien, maar ook om de mensen bij te brengen, dat groenten en aardappelen niet vanzelf groeien en wat je allemaal moet doen om plagen en ziektes te voorkomen. 

Hij ziet die tuin al helemaal voor zich, met een Veluwse kippenschuur met veel glas en een uitloop en dat alles omringd door een haag. Gezien het enthousiasme waarmee hij vertelt, is hem de uitvoering van deze droom wel toevertrouwd. Zo kan er in de toekomst een nieuw pareltje aan Polder Nijbroek worden toegevoegd. 

Dit is het twintigste verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén