Polder Nijbroek

Bijzonder gebied tussen de dijken

Maand: oktober 2018

#16 | Wonen in een open landschap

Het kan wel eens heel goed uitpakken als je je wooneisen moet bijstellen. Ronald Zuijderduijn en Sofie Bardoel waren op zoek naar een woning die vanwege werk en sociale contacten ten zuiden van Apeldoorn moest liggen. Beiden hadden een lang gekoesterde wens om in het buitengebied te wonen. Daarbij had Ronald de voorkeur voor een jaren dertig woning en voor Sofie was het belangrijk dat die woning in een weids landschap zou staan. Zij komt uit Leuth, een dorpje bij Nijmegen, waar ze genoot van de prachtige vergezichten. De hoop ooit zo iets voor zichzelf te hebben, had ze al lang opgegeven.

Ze hadden geen woning gevonden. Daarom besloten ze hun zoektocht naar “boven de A1” te verleggen en warempel in Nijbroek konden ze hun droom realiseren

Het huis voldeed aan hun eisen, karakteristiek, uit de jaren dertig, niet te groot en met een geweldig grote tuin met weidse uitzichten. En niet te vergeten betaalbaar, maar daarvoor moest er wel flink verbouwd worden. Het huis was de voormalige dienstwoning van het hoofd van de openbare school, de heer Vunderink. Zijn vrouw was hier tot aan haar overlijden in september 2013 blijven wonen.

Vol enthousiasme vertellen ze hoe goed het vanaf het moment dat ze er gingen kijken, voelde en hoe bijzonder het was, dat er meteen contact was met de mensen uit de buurt. Het huis moest geheel worden gestript, maar daar zagen ze helemaal niet tegenop. Het huis kon immers naar hun eigen wensen worden opgebouwd. Zo werd het echt een huis van henzelf waaraan ze hun eigen sfeer konden geven. Er werd vaart achter de verbouwing gezet, want het doel was om binnen twee maanden de woning klaar te hebben. Met behulp van vele vrienden werd de klus geklaard!

Ronald en Sofie zijn erg enthousiast over de plek die ze nu hebben. Het open landschap, het weidse uitzicht, waar Sofie zo naar had verlangd. Daarbij komt nog dat ze een deel van het aangrenzende perceel, dat tot de kerk behoorde, konden kopen. Zij mijmeren erover wat ze er allemaal mee kunnen doen, maar de plannen zijn nog niet concreet. Er is al wel een walnotenboom geplant en er zullen zeker nog meer vruchtbomen komen. Misschien ook wat dieren in de wei. Nu hebben ze alleen nog maar een hond en een kat.

De hond, Milo, heeft wat weg van een herder. Hij was in Roemenië op straat gevonden. Via een organisatie, die zich voor dit soort honden inzet, kreeg Milo asiel in Nederland. Hij werd bij een jonge vrouw in huis geplaatst, maar door omstandigheden kon zij hem niet langer verzorgen en vanaf dat moment heeft Sofie zich over hem ontfermd. Milo is bij haar in goede handen, want Sofie is hondengedragsdeskundige. “Het is een grote lieverd voor het gezin, luistert goed en is binnen een rustige hond. Desondanks is de hond nog niet geheel in onze samenleving geïntegreerd. Hij heeft een verleden en heeft de neiging zijn naasten goed te beschermen. Dat train je er niet zo maar uit, maar we zijn op de goede weg.” De kat vindt het allemaal wel best. Hij wacht op de brug tot ze van hun werk thuis komen en soms wandelt hij een eindje mee als ze Milo uitlaten.

Sofie en Ronald hebben in de korte tijd dat ze in Nijbroek wonen al veel fijne contacten binnen het dorp opgebouwd. Ze genieten van de rust en de stilte, althans dat zeggen ze, want ze lijken een druk bestaan te leiden en ze zijn bovendien nog altijd bezig met hun huis. Daarnaast helpt Sofie af en toe  als vrijwilliger in het Dorpshuis. Toen de werkgroep Polder Nijbroek werd opgericht, meldde ze zich gelijk aan als lid. Ronald vindt het project “Polder Nijbroek” een uitgelezen kans om als bewoner je invloed te laten gelden op de toekomst van het gebied. Hij is erg benieuwd hoe de acties, die hieruit voortvloeien, zullen uitwerken. Zelf wil hij graag meedenken over het verduurzamen van de polder.

Het wonen op de voor hen ideale plek willen ze met een ideale gedachte uitbreiden. Juist in dit poldergebied moet het mogelijk zijn om de kring, waaruit je je voedsel betrekt, kleiner te maken. Het lam, dat ze van de buurman kregen, was hiervan de eerste invulling. Ons voedsel kopen wij in de supermarkten en het komt van over heel de wereld. Dat vinden wij heel gewoon en iedereen doet er aan mee. Maar denk ecologisch en haal het van dichterbij. In Polder Nijbroek loopt overal melk- en slachtvee rond. Er wordt groente en fruit verbouwd. Al die streekproducten uit de Polder moeten ook hier aangeboden en gekocht worden, of misschien nog beter geruild.

Onmogelijk, niet te realiseren? Er zijn van die ideeën die als een mosterdzaadje gelanceerd worden en uiteindelijk een grootse uitwerking hebben.

Sofie en Ronald zijn blij met hun jaren dertig woning in het open landschap en Nijbroek mag blij zijn met deze mensen die met hun ideeën de Polder willen verrijken.

Dit is het zestiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Opbrengst thema-avonden: inspiratie, ideeën en initiatieven voor de polder

Op 3, 10 en 17 oktober vonden drie verdiepende thema-avonden plaats, op zoek naar concrete mogelijkheden voor de toekomst van de polder Nijbroek. Drie avonden met een volle zaal Nijbroekers; drie avonden met boeiende gesprekken; drie avonden vol inspiratie, ideeën en mogelijke initiatieven. 

In een eerste en tweede bijeenkomst hebben zowel Nijbroekers als experts van buiten het gebied hun blik op de polder gedeeld. Er is gesproken over dat wat bijzonder en kenmerkend is uit het verleden; er is gesproken over wat speelt in het heden; én er is gesproken over dat wat belangrijk en wenselijk is voor de toekomst. Op basis hiervan is in drie avonden gezocht naar concrete aanknopingspunten voor deze toekomst.

Werken, wonen en verblijven in de polder: drie verdiepende thema-avonden

Werken in de polder
De eerste thema-avond werd vanuit het (agrarisch-)economische perspectief naar de polder gekeken. De Nijbroekse polder is ooit ontgonnen om er vruchtbare landbouwgronden van te maken en nog steeds is het landschap een bron van inkomsten. Ontwikkelingen in de landbouw, maar bijvoorbeeld ook op het gebied van energie hebben echter potentieel grote invloed op de kwaliteiten van het landschap.

Het werd duidelijk dat het loont om zelf het heft in handen te nemen als Nijbroek en met een voorstel te komen op het gebied van onder andere duurzame energie, om zo sterker te staan tegen ongewenste initiatieven van buitenaf. Grote windturbines en grootschalige zonneakkers worden over het algemeen niet gewaardeerd, ze passen niet goed bij de schaal van het Nijbroekse landschap, zo wordt besproken. Kleinere inpassingen en oplossingen, daar staan Nijbroekers wel voor open. Dit zou in eigen beheer kunnen. Aan de tafels werden ideeën voor een energiecoöperatie van en voor Nijbroekers geopperd. Of zelfs een bredere gebiedscoöperatie, waar ontwikkeling van het landschap ook onderdeel van is.

Wonen in de polder
De tweede thema-avond stond de leefbaarheid in de polder Nijbroek centraal. Jan Winsemius  introduceerde hier het begrip ‘woonarrangementen’; kijken naar leefbaarheid vanuit het geheel van woningen, voorzieningen en kwaliteiten die een gebied voor bepaalde doelgroepen te bieden heeft. De woonarrangementen voor de polder Nijbroek moeten worden opgebouwd rondom de unieke kwaliteiten van het gebied. Kleinschalige experimenten met nieuwe woonvormen zouden een goede aanvulling kunnen zijn op het huidige aanbod, zowel voor jong als oud.

Verblijven in de polder
Verblijven was het thema van de derde avond, waarin onderwerpen als ecologie, water en recreatie aan bod kwamen. Er werd geopperd op sommige plekken in de polder de waterstanden een natuurlijker beloop te geven. Nu is het waterbeheer veelal gericht op het zo snel mogelijk afvoeren van het water, de polder uit. Maar misschien is dat anno 2018 niet overal meer passend, omdat we in de loop der jaren anders met ons landschap om kunnen en willen gaan.

Iets nattere of drogere stukken grond bieden ook nieuwe kansen voor de biodiversiteit in het gebied. Cor Heidenrijk legt uit dat Nijbroek eigenlijk niet zo aantrekkelijk meer is voor weidevogels. Veel inwoners vinden dit erg jammer. Nattere stukken grond maken het aantrekkelijker voor vogels weer terug te keren, in combinatie met stroken hoger gras en kruiden langs weilanden, groene plekken rondom het dorp of watergangen.

Elke thema-avond werd aan verschillende tafels gesproken over concrete mogelijkheden voor de toekomst van Nijbroek

Vervolg
Dit is een kleine greep uit de inspiratie, ideeën en mogelijke initiatieven die verzameld zijn in de gesprekken. Er was ruimte voor discussie en er werd constructief meegedacht over mogelijkheden. Het is scherper geworden hoe de gewenste toekomst van de polder Nijbroek eruit ziet én er zijn volop ideeën verzameld om aan de slag te gaan met deze toekomst.

De verzamelde input wordt verwerkt tot een samenhangend toekomstbeeld voor de polder Nijbroek. Op woensdagavond 28 november kun je horen en zien wat er voort is gekomen uit de gesprekken die we de afgelopen maanden met elkaar hebben gevoerd. Nieuwsgierig? We zien je graag de 28e!

Uitnodiging thema-avond Verblijven: 17 oktober

Aanstaande woensdagavond vindt de derde verdiepende thema-avond plaats. Na de thema’s ‘werken‘ en ‘wonen‘, staat nu ‘verblijven in de polder‘ centraal.

Kenmerkend voor het Nijbroekse landschap is onder andere de eeuwenoude combinatie van nut en lust, zoals Marinke Steenhuis in het cultuurhistorische verhaal van Nijbroek benoemde tijdens de tweede bijeenkomst op 12 september. Nijbroek was een plek om te werken, maar het gebied werd ook vroeger al gebruikt om te ontspannen en te recreëren. Hoe willen we het Nijbroekse landschap anno 2018 ervaren en beleven? Hoe worden kwaliteiten (beter) zichtbaar en hoe blijft de polder ook in de toekomst een aantrekkelijke plek voor mens en dier? Landschap, ecologie, water en recreatie komen aan bod.

Je bent van harte uitgenodigd om woensdagavond 17 oktober mee te denken! De avond start om 20.00 uur in Dorpshuis de Arend. Lees hier meer over het programma.

#15 | Ons dagelijks brood

Op de keukentafel ligt het fotoalbum met de herinneringen aan het 50-jarig jubileum van de winkel van Arie van Gortel, vader van Alie Hamer. Ze laat de foto’s, felicitatiekaarten en krantenartikelen zien. Het is in de woonkeuken bij Alie en Gerrit Hamer lekker warm en gezellig op deze kille oktoberdag. In het weiland achter hun tuin loopt een aantal geiten. Bij de eerste regendruppels hollen ze naar binnen. Onder het keukenraam staat een mand met tijdschriften, een herinnering aan vervlogen tijden. Alie gebruikte die mand bij het venten van het brood.

Arie van Gortel en zijn vrouw Janneke kwamen uit Vaassen. Arie was bakker en iemand die ook in zijn vrije tijd niet stilzat. Hij was in 1923 medeoprichter van de Christelijke Gemengde Zangvereniging “Hosanna”, dat nog altijd bestaat. Het ondernemen zat Arie in het bloed. Hij zocht een geschikt pand voor een eigen bakkerij en die vond hij in 1931 aan de Benedenste Kruisweg in Nijbroek. “Hier in de keuken was toen de bakkerij“, vertelt Alie terwijl ze een lekker cakeje bij de thee uitdeelt, “maar mijn vader besloot in een aangrenzend vertrek een nieuwe bakkerij in te richten.” Er was ook nog een café aan de voorkant, maar dat wilde haar vader beslist niet voortzetten. Die ruimte werd tot  kruidenierswinkel omgebouwd.

In alle vroegte werd er tarwebrood gebakken, ook krenten- en rozijnenbrood. Tweemaal in de week bakte Arie roggebrood. Het bakken daarvan duurde wel 16 uur. Die roggebroden hadden een gewicht van 4 of 8 pond. Als er brood overbleef, dan werd dat aan hun twee koeien gevoerd. Invriezen was immers nog niet mogelijk.

De oven werd gestookt met rijshout, “riesemieten” noemden ze dat. Daarvan lag een hele berg achter het huis. Die berg takken kwam tijdens de oorlog goed van pas, want het was een ideale plaats om de fietsen onder te verbergen. Geen enkele fiets was immers veilig voor de Duitsers, zelfs kinderfietsen niet.

En dat herinnert Alie zich maar al te goed. Op een dag kwam er een Duitser die zo maar haar fietsje inpikte. In haar kinderogen was hij groot en dik. Alie begon vreselijk te huilen, maar de man trok zich daar niets van aan. Hij reed, hoe bestaat het, er op weg. Maar om als grote, dikke Duitser op een klein kinderfietsje te rijden, moet je wel een circusartiest zijn en dat was de man niet. Even verderop viel hij. Of uit frustratie, of misschien toch uit medelijden om het huilende kind liet hij het fietsje achter.

De spannendste momenten waren voor Arie wanneer zijn vrouw Janneke naar het 12 km verder gelegen Twello moest om de voedselbonnen in te leveren. Ze ging altijd samen met mevr. Jansen die aan het Dorpsplein een bakkerijwinkel had. Gelukkig hebben er zich nooit nare dingen voorgedaan.

“De oorlog was een tijd waarin je mensen leerde kennen”, zou Arie later in een kranteninterview vertellen. “Nooit heb ik mij ten koste van anderen verrijkt. Ik had op de zwarte markt bakken met geld kunnen verdienen, maar tot dat soort praktijken verlaagde ik me niet. Maar van bepaalde personen die ik toen geholpen heb, heb ik na de oorlog niets meer gehoord.” Doelde hij op de mensen die bij hem ondergedoken hadden gezeten of op de mensen die hij voedselhulp gaf?

Arie was principieel. Op zondag was en bleef de winkel gesloten. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen en heeft hem ook klanten gekost. Gas en elektriciteit waren er in die tijd in Nijbroek nog niet en het kwam voor, dat er mensen op zondag zonder kousjes voor hun petroleumstel zaten en bij Arie aanklopten. Zij werden niet geholpen, want Arie vond dat men hierop van te voren beter had moeten letten. Daarentegen stond hij altijd klaar, ook op zondag, als er zich onverwacht een probleem voordeed. Iemand was plotseling ziek geworden en had aspirine nodig. Een babyflesje was gebroken en er moest een nieuwe komen. Op zondag gaf hij het mee zonder dat hij geld daarvoor wilde.

Arie en Janneke van Gortel hadden als een van de weinigen in de omgeving telefoon. Maar deze telefoon werd niet alleen door henzelf gebruikt. Er moesten boodschappen aan mensen worden doorgegeven. Wanneer er een dokter of een veearts nodig was – en dat kon midden in de nacht zijn – ging Janneke vaak eerst nog even kijken, hoe ernstig de situatie was alvorens te bellen.

Als dochter van een middenstander hielp Alie al vroeg in de zaak mee. Toen ze eenmaal achttien was, was het nodig dat ze zo gauw mogelijk haar rijbewijs haalde, zodat het brood met de auto rondgebracht kon worden. Ze is er trots op de eerste vrouw in Nijbroek met een rijbewijs te zijn.

Een aantal wegen in de Polder was wel verhard, maar meestal alleen met grind. De onverharde wegen waren zo slecht, dat het Arie zelfs een keer was overkomen, dat hij met zijn transportfiets over de kop sloeg en in de wetering terechtkwam. Met een nat pak kwam hij bij zijn hevig geschrokken vrouw. “Ach, alleen maar drie broden verdronken”. Die laconieke humor was hem eigen. Toen Alie haar vader, die op de brommer reed, eens bijna onder de auto kreeg en ze hem daarover verwijtend aansprak, zei hij: “Nou en, dan had er in de krant gestaan: dochter overrijdt vader”.

Het bezorgen van het brood met de auto bleek ook een hele opgave, zelfs als de weg met grind verhard was. Vaak kon Alie met haar auto de boerenerven niet op en moest ze een heel eind met haar broodmand lopen. Dat was vooral moeilijk op winterse dagen, zeker in de winter van 1963, die als de koudste van de vorige eeuw te boek staat. De auto was vaker dan eens helemaal ingesneeuwd. Gelukkig was er altijd die aardige postbode, die haar hielp om hem uit te graven. Op haar beurt nam Alie de post mee, die ze met het brood bezorgde. Alie was ook blij dat er ook nog iemand was, die haar die winter zo maar spontaan hielp met het bezorgen.

In maart viel eindelijk de dooi in. Met het ontluiken van de eerste voorjaarsbloemen, kwam ook de lente in Alies leven tot bloei. Gerrit, meubelmaker, was geboren in Terwolde en zijn ouders waren toen hij acht jaar oud was naar het Breestuk in Nijbroek verhuisd. De naam Hamer komt al eeuwen in Polder Nijbroek voor. Gerrit zou zo maar een afstammeling kunnen zijn van Gijsbertus Hamer, die in de 14de eeuw landontginner in de Polder was en een kleinzoon had, die Gherit heette.

In 1965 zijn Gerrit en Alie getrouwd. Het huis van Alies ouders was groot genoeg om er twee woningen van te maken en zo mocht het jonge stel zich vanaf hun eerste huwelijksdag in deze tijd van grote woningnood met een eigen onderkomen gelukkig prijzen.

In zijn vrije tijd hielp Gerrit mee in de zaak van zijn schoonvader. Vooral op vrijdagavond moest er flink aangepakt worden om alle boodschappen, die de volgende dag moesten worden afgeleverd, in te pakken. Maar de zangrepetities op die avond bij het Nijbroekse koor “Oefening en Stichting”  liet hij zich niet afpakken.  Na haar trouwen werd Alie ook lid van het koor van Gerrit, waarvoor hij al sinds tientallen jaren vrijwilligerswerk doet.  Toen het 75-jarig bestaan van het koor samenviel met het 60-jarig lidmaatschap van Gerrit, werd hem tijdens het jubileumconcert door burgemeester Jos Penninx een lintje uitgereikt. Gerrit bleef er rustig onder, maar Alie kon van alle opwinding de hele nacht daarna niet slapen.

De kruidenierswinkel bleef voor de Arie van Gortel zijn grote passie, ook nadat zijn vrouw was overleden, ook nadat hij zelf geen brood meer bakte. Voor het 50-jarig jubileum had de buurt tot zijn verrassing alles versierd en het was goed te zien, hoe de mensen meeleefden. “Ik hoop”, zo zei deze diepgelovige man, “dat God het mij geeft, dat ik tot het einde de winkel mag houden.” En de krant kopte: “Na een halve eeuw gaat hij rustig door met zijn werk”. Nog zes jaar zou de winkel aan de Benedenste Kruisweg open zijn. De laatste jaren van zijn leven ging Arie steeds verder achteruit en in 1987 is hij op zijn 88ste verjaardag overleden. Met zijn heengaan verdween ook voorgoed een van de laatste winkels in Polder Nijbroek.

Dit is het vijftiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Uitnodiging thema-avond Wonen: 10 oktober

Afgelopen woensdag vond de eerste verdiepende thema-avond van het project Polder Nijbroek plaats, waar ‘werken in de polder’ centraal stond. Er is in verschillende groepen gediscussieerd over wat wel en juist niet wenselijk is voor de Nijbroekse polder op het gebied van landschap, landbouw, economie en duurzame energie. Concrete mogelijkheden als een energiecoöperatie of zelfs een bredere gebiedscoöperatie van en voor Nijbroekers kwamen naar voren. Komende woensdag volgt de tweede avond, met ‘wonen in de polder’ als thema.

Het agrarisch-economische perspectief heeft grote invloed op het Nijbroekse landschap, maar Nijbroek is echter niet slechts een plek om te werken. Of je nu wel of niet je geld binnen de dijken van de polder verdient, Nijbroek is voor haar inwoners een geliefde plek om te wonen. Het is een kleine, relatief actieve gemeenschap. De continuïteit van deze gemeenschap is echter niet vanzelfsprekend. Wat maakt Nijbroek leefbaar en wat is er in de toekomst nodig om Nijbroek leefbaar te houden? Dat is de vraag die komende woensdag centraal staat. Onderwerpen als wonen voor jong en oud en voorzieningen komen daarbij aan bod.

Je bent wederom van harte uitgenodigd mee te denken op 10 oktober, 20.00 uur in Dorpshuis de Arend.

#14 | Een plek onder de zon

Vanuit hun open keuken zien Tom Vissers en Els Nijenhuis de ochtendzon opkomen. En het is voor hen heerlijk om in de middag en avond in de kamer of op het terras van de zon te genieten, terwijl ze uitkijken over de uitgestrekte weilanden in de richting van Geerstraat. Hier is hun plek onder de zon. Met hun kinderen Luuk en Sara van respectievelijk drie en anderhalf jaar oud wonen zij in het nieuwe wijkje dat ruim 6 jaar geleden werd opgeleverd. Het bekende lied van René Froger was in hun kindertijd hun grote favoriet. Nu hebben ze zelf een eigen huis en waar René simpelweg wel eens wat gelukkiger zou willen zijn, geldt dit voor Tom en Els absoluut niet.

Het stel zocht een woonplek niet te ver van hun werk. En wat doe je dan? Dan trek van je vanuit je – toen gezamenlijke – werkplek een cirkel om naar een woning te zoeken. Zo kwam Nijbroek in beeld, een dorp waarvan ze nog nooit gehoord hadden. Vanaf het eerste moment waren ze helemaal weg van de plek waar hun toekomstige woning gebouwd zou worden.

Het was een goede keuze. O, er was eerst zeker een vooroordeel. Kleine boerendorpen, daar kom je toch moeilijk tussen? Als dat al zo zou zijn, dan zeker niet in Nijbroek. Je wordt overal bij betrokken. Ze woonden er nog maar net toen het Dikke Mik feest begon. Een buurvrouw nam hen mee en zorgde er voor dat ze gelijk al veel mensen leerden kennen. Tom en Els hadden al gauw door, dat mensen die hier betrokken zijn bij de diverse, en soms heel verschillende activiteiten en verenigingen op allerlei manieren samenwerken.

Hoe twee heel verschillende organisaties elkaar kunnen vinden, bewees het beachvolleybaltoernooi op zaterdag 15 september. Dat weekend ging het nieuwe kerkseizoen van start. Kerk en Dorpshuis, vonden elkaar om dit toernooi te organiseren. Het werd een groot succes, maar daar leek het eerst niet op. Op de sluitingsdatum had zich nog maar één team aangemeld, terwijl er op tien ploegen was gerekend. Die kwamen er wel, maar pas drie dagen later. Dat typeert de mentaliteit in Nijbroek. Je kunt op de mensen rekenen, maar verwacht niet dat men al dagen, laat staan weken van te voren, bezig is om zich ergens voor op te geven.

In een gemeenschap waar je je zo opgenomen voelt, blijf je niet buitenspel staan. Op woensdagavonden gingen Tom en Els als vrijwilliger bardiensten in het Dorpshuis draaien. Al gauw zag Tom in, welke spilfunctie het Dorpshuis heeft binnen de Polder Nijbroek. Daarom meldde hij zich aan toen een bestuursfunctie vacant werd. Inmiddels is hij nu voorzitter. Dit vrijwilligerswerk kan hij alleen doen doordat Els hem daarin volledig steunt. Op haar beurt verleent  ook zij nog wel eens als vrijwilliger allerlei hand- en spandiensten.

Tom en Els maken deel uit van Stan (netwerk van burgerhulpverleners in reanimatiesituaties) in Polder Nijbroek. Zij vinden het belangrijk om naar hun medemensen om te kijken. Zelf hebben ze ook ervaren hoe Nijbroekers met hen meeleefden toen Luuk werd geboren. Om zijn geboorte dorpskundig te maken, had Tom een speciale geboorteapp aangelegd. Toen het heugelijke nieuws eenmaal geappt was, schakelde een aantal mensen na hun felicitaties de groepsapp uit. Maar ze kwamen daar snel op terug. Het ging die eerste weken niet goed met Luuk. Zo leefde iedereen met hen in deze eerste spannende weken van zijn leventje mee. Op 28 december kwam Luuk thuis. In de Nieuwjaarsnacht ging de baby mee naar buiten toen Els en Tom naar het vuurwerk bij het Dorpshuis gingen kijken. Ze waren verrast van al die warme reacties die ze daar kregen,  diep onder de indruk hoe een heel dorp met je begaan is als het niet goed gaat.

In het nieuwe wijkje hebben ze gezellige, vaak nog jonge buren. Hoewel ze elkaar bij allerlei activiteiten in het dorp tegenkomen, willen ze ook wel eens graag wat met elkaar doen. Zo kan er spontaan een barbecue of een ander feestje georganiseerd worden, waaraan iedereen zijn steentje bijdraagt.

Het is voor Tom en Els heerlijk om rustig over straat met Luuk en Sara naar de speeltuin te wandelen of om de pony’s wat te eten te geven. Ze hopen dat de kleintjes ook eens zullen beseffen wat een geluk ze hebben in deze prachtige omgeving op te groeien, in een plek onder de zon, ook als het regent.

Dit is het veertiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén