Polder Nijbroek

Bijzonder gebied tussen de dijken

Maand: augustus 2018

Tweede bijeenkomst op 12 september

Met een volle zaal Nijbroekers is op 20 juni het project Polder Nijbroek van start gegaan. Gewenste toekomstbeelden voor de polder zijn verkend en belangrijke thema’s op de kaart gezet. Op woensdagavond 12 september volgt de tweede bijeenkomst. Denk (weer) met ons mee!

De input van Nijbroekers wordt deze avond aangevuld met inzichten van experts. Vanuit cultuurhistorisch, landschappelijk en agrarisch-economisch perspectief hebben zij naar Nijbroek gekeken en met betrokkenen binnen en buiten Nijbroek gesproken. Wat is typerend voor de polder? Hoe is de polder ontstaan? En welke ontwikkelingen spelen nu die kansen bieden voor de toekomst? Ze delen hun blik.

Ook zullen deze avond de themagroepen toegelicht worden, die op 3, 10 en 17 oktober plaatsvinden. Dan zullen specifieke thema’s verder worden uitgediept, zoals energie, landschap, cultuurhistorie, recreatie, leefbaarheid en economie. Interesse? Reserveer de data vast in je agenda!

We zien je graag 12 september om 20.00 uur, in Dorpshuis de Arend, Dorpsplein 2, Nijbroek.

#10 | Wat doet Nijbroek in Roemenië?

Veel van de tuinen van de inwoners van polder Nijbroek worden bemest met de compost die verkocht wordt door de Stichting Vrienden van Loamnes. Voorafgaand aan de verkoop, altijd op de eerste  zaterdag van maart, staan er op het Dorpsplein 23 pallets compost en potgrond. De negen leden van de Stichting gaan samen met twintig vrijwilligers al vroeg op pad om huis aan huis in Nijbroek en De Vecht de zakken te verkopen. En met succes. Zo langzamerhand weet elke inwoner wel dat de gehele opbrengst bestemd is voor twee dorpen in Roemenië: Loamnes en Hoghilag. Tussen de middag is er een lunch met soep en broodjes voor de mannen die met al die zakken grond moeten sjouwen en aan het eind van de dag komen ze allemaal bij Wim van der Snel thuis samen. Het is daar dan nog even beslist gezellig, want dat kun je wel aan zijn vrouw Minie overlaten. Een week later wordt dezelfde actie in Terwolde vanuit de woning van Willie en Evert Slijkhuis nog eens grondig overgedaan.

De compostactie is niet de enige manier waarop men geld probeert binnen te krijgen. Ook op de kerstmarkt in Nijbroek is de Stichting elk jaar aanwezig en daarnaast zijn er de nodige sponsoren.

Wim vertelt hoe men op het idee is gekomen om een hulpstichting voor deze twee dorpen op te richten. Na de val van Ceaușescu in 1989 werd in Deventer een hulpactie voor de Roemeense stad Sibiu opgezet. Sibiu is een middeleeuwse stad in het hart van Roemenië met 150.000 inwoners. Het enthousiasme waarmee men zich inzette, sloeg over naar twee diakenen uit Terwolde en Nijbroek. Zij hoorden dat er fietsen, vooral kinderfietsen nodig waren. Die wisten ze overal vandaan te halen. De fietsen werden gerepareerd en door de Nijbroeker Johan de Weerd naar Loamnes gebracht.

Er raakten meer mensen bij betrokken en in de loop van de tijd besloten ze om hun hulp op de gemeente Loamnes, 25 km ten noorden van Sibiu, te concentreren. Er werd daarvoor een eigen stichting opgericht. Het eerste wat daar moest worden aangepakt was het schoolgebouw. De kinderen zaten in tochtige en koude ruimten. Dat probleem was voorbij toen binnen twee jaar met geld van de Stichting alle ramen waren vervangen.

Goed schoolmeubilair was er ook niet en dat is nog steeds een probleem, evenals het tekort aan schoolborden. Als er ergens overtollig schoolmeubilair wordt aangeboden, zijn de leden er als de kippen bij om te kijken of ze dat voor een habbekrats of zelfs gratis op de kop kunnen tikken. En dan moeten ze echt even aan het werk.

Zoals enkele dagen voor het gesprek met Wim. Hij was met enkele mensen bij een school in Apeldoorn geweest om banken en stoelen op te halen. Alles moesten ze zelf versjouwen en in een lesvrachtwagen van rijschool De Weerd laden. Dit meubilair gaat in april 2019 naar Roemenië. Het is een prettige bijkomstigheid dat de boel niet hoeft te worden uitgeladen, want tijdens het lessen moet de vrachtwagen beladen zijn. Dus dat komt mooi uit.

De Stichting heeft verder veel kunnen bereiken om de gezondheidszorg te verbeteren. De dokterspost in Loamnes is door de vrijwilligers met hulp van lokale bewoners gebouwd. Op de muur ervan werd een bordje gemetseld met in het Roemeens en Nederlands de tekst: “Deze dokterspost is mede mogelijk gemaakt door de Vrienden van Loamnes”. Gelukkig kan de dokter nu ook beschikken over stromend water. Het valt voor ons moeilijk voor te stellen, dat dit tot voor kort nog niet zo was. Maar er is nu door de overheid een waterleiding naar het dorp aangelegd. Op de school in Hasag, dat deel uitmaakt van de gemeente Loamnes, moet er echter nog altijd water voor de toiletten met een tractor met giertank aangevoerd worden.

Een wel heel bijzonder project wist de Stichting in Sibiu te realiseren. Daar worden dagelijks zo’n 25 lichamelijk en geestelijk gehandicapte leerlingen met busjes naar hun school Casa Luminii (Huis van Licht) gebracht. Hun klaslokaal bevindt zich niet op de begane grond en tot voor kort moesten alle kinderen door de chauffeurs naar boven gedragen worden, een zware klus, elke dag weer. Een traplift was hier onontbeerlijk. Met een gift van “Vrienden van Loamnes” kon die in Roemenië worden aangeschaft. Maar daar bleef het natuurlijk niet bij.  De vrijwilligers installeerden de lift zelf in de school. Zo werd letterlijk een zware last bij de mensen van hun schouders gehaald.

Op een gegeven moment beschikte de Stichting over een eigen bus om de goederen te transporteren. Die had men tot een soort vrachtwagen omgebouwd. Er waren daarin voldoende slaapplekken voor de vrijwilligers. Aan die bus zat nog een aanhangwagen gekoppeld. Bij een van de transporten – ze waren ergens in Oostenrijk – zagen ze tijdens het rijden opeens vlammen onder de bus vandaan komen. Vreselijk geschrokken kon iedereen nog net op tijd de bus verlaten, maar de bus en de vracht waren reddeloos verloren. Sindsdien nemen vaak Roemeense chauffeurs de spullen mee als retourvracht. Als mede-sponsor van de transporten stelt ook Rijschool De Weerd zijn vrachtwagens ter beschikking.

De hulpacties, die door “Stichting Vrienden van Loamnes” worden georganiseerd, vragen veel inzet van de vrijwilligers, niet alleen qua tijd maar ook fysiek. Bovendien hebben ze met mensen uit een heel andere cultuur te maken, die niet gewend zijn om altijd zo snel te reageren als wij hier gewend zijn. Dat kan nog wel eens frustrerend zijn. Ook moet men steeds bedacht zijn op corruptie en misbruik van de goederen.

Maar dat weerhoudt de leden van de Stichting er niet van om vol goede moed door te gaan. De contacten zijn goed. Om kennis op te doen over recycling en waterzuivering is een delegatie uit Loamnes enkele jaren geleden naar Nijbroek gekomen. Zij werden bij particulieren ondergebracht. De leden hadden voor de Roemenen excursies naar de toenmalige VAR en naar de waterzuiveringsinstallatie in Apeldoorn georganiseerd. Het is mooi te zien, dat mede naar aanleiding van dat bezoek een eigen waterzuivering in Loamnes kon worden geïnstalleerd.

Alle hulde voor Stichting Vrienden van Loamnes. Denk eens al die vrijwilligers wanneer je je planten op het terras en in de tuin dankzij hun potgrond en compost weer zo mooi in bloei staan. Via kleinschalige projecten zetten zij zich in om het zware leven van de mensen in de dorpen Loamnes en Hoghilag te verlichten, zodat ook hun leven tot bloei kan komen.

Dit is het tiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#9 | Het Dorpshuis gered

In 1978 werd er in verband met het 650-jarig bestaan van Nijbroek een reddingsoperatie opgezet om het Dorpshuis “De Arend” te behouden. Henk van Eek herinnert zich nog, dat er sprake van was om het Dorpshuis te slopen. Op die plaats zou, hoe bedenk je het, een oudpapierhandel gevestigd worden. Dat moeten we met zijn allen voorkomen, was de algehele sfeer.

Maar daarvoor was veel geld nodig. Er werd een reddingsoperatie opgezet. Henk vertelt, dat de bewoners symbolisch mede-eigenaar van het Dorpshuis konden worden door één vierkante meter voor 100 gulden te kopen. De eerste 40.000 gulden werd via deze actie binnengehaald. Zowel de kerk als de gemeente Voorst deden daar nog elk ca. 90.000 gulden bij en van de kerkelijke diaconie kwam er nog eens een bedrag van 20.000 gulden binnen.

Op deze manier bewees de bevolking van Nijbroek veerkracht en eensgezindheid. De noodzakelijke verbouwingen werden uitgevoerd en zo werd het Dorpshuis, een uniek monument, van de sloop gered.

Op de foto staat een afbeelding van het Dorpshuis “De Arend” uit 1775. Het is een schildering op de deksel van een houtbak die in particulier bezit is.

Dit is het negende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#8 | De Middendijk-Allee

Eigenlijk wel bijzonder dat je geliefde opgroeide in het huis dat door je opa is gebouwd. Mirjam woonde niet ver van Bessel Dalhuisen, aan de overkant van de Middendijk. Na hun huwelijk in 1992 betrokken ze de monumentale boerderij “De Poterijen”, aan het einde van de lange oprijlaan achter de ouderlijke woning van Mirjam. Hier wonen ze nog steeds met hun drie zonen en dochter.

Over die oprijlaan naar “De Poterijen” was in de oorlog een neergeschoten V2 tussen de bomen door gescheerd en zonder te ontploffen in het weiland neergekomen. Bessel had dat ooit van zijn vader gehoord, die verder vertelde dat boeren in de buurt alles van de raket sloopten wat ze maar enigszins konden gebruiken. Een levensgevaarlijke klus. Daarna moest hij tot ontploffing gebracht worden. Men dacht dat veilig te kunnen doen door flink wat strobalen om het projectiel te plaatsen. Natuurlijk hielp dat niets. Alle ruiten in de buurt moesten er aan geloven en een wonder dat er geen verdere ongelukken zijn gebeurd.

Ook wist zijn vader nog dat de vroegere voetbalclub van Nijbroek naast hun boerderij had gespeeld. Kleedkamers waren er niet. De spelers kleedden zich om in een schuur. Als het geregend had, was het pad naar die schuur altijd erg modderig. Gastspelers verwachtten dat niet en ze hadden meestal hun goede  schoenen al onder de vette klei zitten voordat ze in de “kleedkamer” waren. Fanatiek was Nijbroek vooral als de derby tegen Welsum op het programma stond en bij de uitwedstrijd ging iedere rechtgeaarde voetballiefhebber mee. Het voetbalveld van Nijbroek is later naar een wat hogere locatie tussen het dorp en het kruispunt met de Vaassenseweg (nu de rotonde) verplaatst. Uiteindelijk ging de club op in de vereniging van Oene.

Het huis van de familie Dalhuisen ligt wat verscholen aan de Middendijk. Het is een prachtige plek. Vanuit hun tuin zie je in de weide omtrek alleen maar weilanden, afgewisseld met een enkele boerderij en een klein bosje.

De Middendijk is een lange, vrijwel rechte weg, die alleen in het noorden een aantal S-bochten vormt. Aan weerszijden loopt een sloot. Die aan de rechterkant, richting Oene, mondt uit bij het Sluisje, dat op de lijst van Monumentenzorg staat. De huizen, boerenerven en weilanden zijn bereikbaar via bruggetjes, die bijna allemaal geheel in verval zijn geraakt. Oorspronkelijk hadden ze gemetselde gewelfde duikers, zoals op de foto.

Veel bruggetjes met gemetselde duikers langs de Middendijk zijn in verval geraakt of vervangen door betonnen duikers. Jammer, vindt Bessel Dalhuisen.

Ze zagen er schoon en onderhouden uit en dat gaf een zeker aanzien aan de Middendijk. Vele zijn in de loop der jaren ingezakt en overwoekerd door onkruid. Andere zijn helemaal verdwenen en bij die gebleven zijn, is het mooie metselwerk meestal vervangen door lelijke betonnen duikers. Het wordt hoog tijd dat deze bruggen in ere worden hersteld. En dat – vindt Bessel – is een uitdaging voor het project “Polder Nijbroek”.

In elk geval ziet hij het al helemaal voor zich. De Middendijk met hoge bomen, vanaf de Kadijk tot aan het Sluisje bij de Vloeddijk, als een prachtige allee door het groene landschap van Nijbroek met aan beide kanten de mooi gerestaureerde bruggen, elk een monument op zich, als toegang tot de veelal statige boerderijen en huizen.

Dit is het achtste verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#7 | Oefening en Stichting, een koor uit nood geboren

Al eeuwenlang worden de kerkdiensten op zondag in de middeleeuwse kerk (nu PKN) door mensen uit Polder Nijbroek bezocht. Het opluisteren van de diensten met het zingen van psalmen en hymnen was beslist geen streling voor het oor. De liederen waren waarschijnlijk te moeilijk en er werd slecht gezongen. Dat kon zo niet langer en met die zelfkennis werd in 1936 het gemengde koor met de opvoedkundige naam “Oefening en Stichting” in het leven geroepen. Daarbij werd besloten, dat het koor aan kerkdiensten zijn medewerking zou verlenen zonder aan de kerk gebonden te zijn.

Wim van der Snel, secretaris, is samen met zijn vrouw Minie al jaren bij het koor. Ze herinneren zich nog goed dat er ook oudhollandse liedjes ten gehore gebracht werden. Een latere dirigent bracht daar verandering in waarna er alleen nog geestelijke liederen worden gezongen.

In de zestiger en zeventiger jaren was meneer van Essen dirigent. Koorleden werden toen nog vaak alleen bij hun achternaam aangesproken, maar bij deze dirigent durfde men “meneer” niet weg te laten. Het koor had maar liefst zo’n 80 leden. Optredens waren er geregeld, soms ook met het mannenkoor uit Epe. Toen bij zo’n gezamenlijk optreden in de hervormde kerk in Twello een lied verkeerd werd ingezet, kapte meneer Van Essen dat resoluut af en hij liet beide koren opnieuw beginnen. En daar heeft hij naderhand duidelijk zijn mening over gegeven. Een goede dirigent hoort niet gemakkelijk te zijn, maar meneer Van Essen was wel bijzonder streng. Toch had men alom respect voor hem.

In die jaren maakte het koor al jaarlijks een uitstapje, zo ook een keer naar Kleef. Natuurlijk werd daar een terrasje gepakt. “Was wollen Sie trinken? Ein kleines, mittel oder ein grosses Bier? Natuurlijk wilden de vaak nog jonge kerels “ein grote Bier”. Maar ook bij koorleden gaat dat bier zijn natuurlijke weg. Op de terugweg vroeg men de chauffeur om stil te houden, maar die vond dat langs de doorgaande weg onverantwoord. Uiteindelijk moest de bus voor een gesloten spoorwegovergang stoppen en de mannen zagen hun kans schoon om uit de bus te springen. Daar stonden ze, allemaal op een rij. Maar ook het verkeer laat zich niet dwingen. Spoorbomen omhoog, de bus trok op en de mannen stonden  met lege handen, figuurlijk dan. Ze moesten een behoorlijk eind lopen voordat ze weer in de bus, die op een veilige parkeerplaats wachtte, konden stappen. Of de chauffeur aan het eind van de rit zijn normale fooi heeft gehad, vermeldt het verhaal niet.

Een aantal van die mannen en vrouwen van toen is nog altijd lid, sommigen al meer dan 50 jaar en er is zelfs iemand die al zijn 60-jarig jubileum heeft gevierd. Dat jaarlijkse uitstapje aan het begin van het seizoen in september is niet meer weg te denken evenmin als de fietstocht aan het begin van de zomervakantie.

Een van de meest ambitieuze concerten die het koor in de laatste jaren heeft opgevoerd was “The Cruxifixion” onder leiding van de toenmalige dirigent Arjan van Hees. Een heel seizoen had men er voor geoefend. Samen met het inmiddels opgeheven koor van Twello werden kort voor Pasen concerten in de kerken van Twello en Nijbroek gegeven. Die oogstten veel lof en waardering. Het was dan ook een opmerkelijke prestatie, vooral omdat voor veel van de leden het Engels echt een vreemde taal is.

Sinds het 75-jarig bestaan van het koor dragen de vrouwen de rood-zwarte kleding en de mannen zwarte pakken met een rode das. Op 12 november 2016 zou voor het 80-jarig bestaan evenals vijf jaar eerder een jubileumconcert gehouden worden. Helaas sloeg dat jaar bij twee jongere leden de gevreesde ziekte toe. Teun Berends, de beste tenor overleed binnen enkele maanden al in september van dat jaar. De lust om te zingen voor een feestelijk concert was de koorleden wel vergaan. Er werd besloten het concert naar 6 mei 2017 uit te stellen. Het was toen de vraag of de beste sopraan, Annie Koorn, dit nog zou meemaken. Zij heeft er helemaal naar toe geleefd. “Dit nemen ze mij niet af”, zei ze dapper. Het werd haar laatste optreden.

Oefening en Stichting een koor dat uit de nood is geboren. De huidige koordirigent, Lucas Dalhuisen, heeft het niveau van het koor verder weten op te bouwen. Met veel enthousiasme wordt er een aantal keren per jaar in de kerk van Nijbroek en soms ook daarbuiten opgetreden en de concerten dwingen altijd een warm applaus af.

Het koor bestaat nu uit 41 leden. Die komen niet alleen uit de Polder Nijbroek, maar ook uit de omliggende dorpen en zelfs uit Deventer. De mensen bezoeken elke dinsdag zeer trouw de repetitie-avonden.

Nijbroek mag trots zijn op het koor “Oefening en Stichting” en op de mensen die zich inzetten voor de vereniging waartoe zeker het werven van nieuwe leden behoort. Gezien de leeftijd is er natuurlijk verloop. Tot nu toe heeft men dit gelukkig met nieuwe leden kunnen opvangen. Maar willen wij ook in de toekomst van dit voor zo’n klein dorp prachtige koor blijven genieten, dan is het noodzakelijk dat bewoners van de Polder en daarbuiten hun stem in dit koor laten meeklinken.

Dit is het zevende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#6 | Twee geheimzinnige deuren

In de zestiger jaren moesten er nog veel landbouwwegen geasfalteerd worden. Henk van Eek zette zich als gemeenteraadslid bijzonder daarvoor in. Mede door zijn inspanningen werd in 1968 de Monnikenweg van asfalt voorzien, hoewel de gemeente de bewoners een deel van de kosten daarvan liet betalen. Dat was wel tegen het zere been, vooral omdat de bewoners in eerdere jaren de portemonnee al flink hadden moeten trekken om de weg enigszins begaanbaar te houden. Henk van Eek weet nog heel goed dat de Monnikenweg onverhard was. Er zaten veel kuilen in de weg en de buurtbewoners besloten om zelf geld bij elkaar te leggen om de weg te egaliseren en te verharden. Het was 1949. Je zou denken dat zo vlak na de oorlog genoeg puin voorhanden was, maar zo was het niet. Bakstenen van vernielde gebouwen werden zorgvuldig schoon gebikt om opnieuw voor noodwoningen te worden gebruikt.

Op de hoek van de Middendijk en de Monnikenweg had vroeger Huize Fransenberg gestaan. Hier had de richter gewoond, die het spieker (graanopslagplaats) van het naastgelegen klooster tot zijn woning had verbouwd. Volgens oude verhalen zouden de fundamenten daarvan nog in de grond moeten zitten. Als dat al zo was, dan wist niemand precies waar. En wie had er nu trek in om op goed geluk te gaan spitten? Iemand kwam met het briljante idee om de heer Hulsegger uit Gorssel in te huren, een wichelroedeloper. Met zijn wichelroede ging hij eerst op zoek naar wateraders. Toen hij die had gevonden, stelde hij hem in op steen. Waar zijn wichelroede de aanwezigheid van steen aangaf, werden paaltjes neergezet. De buren begonnen te graven en verbaasden zich erover dat tot op de millimeter nauwkeurig de fundering door Hulsegger was aangegeven. Het steen was zacht, verpulverde gemakkelijk en was daardoor uitermate geschikt om de weg te egaliseren. Achteraf bezien is het ontzettend jammer dat een groot deel van die fundering verloren is gegaan, maar in de eerste jaren na de oorlog had men geen oog daarvoor.

Al eeuwen lang bestond er een gerucht over een onderaardse gang die van het klooster naar de kerk zou lopen. En bij het uitgraven kon het niet anders dan dat met het puin ook de verhalen over die gang naar boven kwamen. “Als wij nu eens ….” “Ja, wacht eens even”, zei de heer Kers. Hij woonde in een oude boerderij aan de Monnikenweg 6. “Mijn vader is ooit, bij het bewerken van het land met een schop op een ondergrondse ijzeren deur gestoten.” Er werd al gauw aangenomen, dat dát wel eens de deur zou kunnen zijn die naar die onderaardse gang leidde. En de wichelroedeloper was toch nog bezig, dus als hem verteld werd, waar hij die moest zoeken, dan zou die deur zo gevonden zijn.

De oude heer Kers, die al wel 90 was, werd gevraagd om ongeveer aan te geven waar hij op die deur gestoten was. Dat wilde hij niet, maar na veel aandringen, kwam hij toch aangestrompeld. Iedereen wachtte vol spanning af. Maar de man kon de plaats niet aanwijzen en hoe de wichelroedeloper ook zijn best deed, een deur werd niet gevonden. Al gauw werd gedacht, dat de oude man het allemaal verzonnen had en het verhaal alleen maar verteld had om zelf in de belangstelling te staan. Maar er werd ook gezegd, dat het wel eens zijn vader of grootvader konden zijn geweest, die op die deur waren gestoten en dat hij het verhaal van hen had. Hoe dan ook, de oude man is naderhand nog dagen van de kaart geweest.

Het gerucht over de onderaardse gang werd opnieuw gevoed bij de restauratiewerkzaamheden van de kerk in 1980/81. Er werd toen ook van allerlei onderzoek onder de kerk gedaan, want er bevonden zich hier nog verschillende graven. Daarbij heeft men in de fundering van de zuidelijke buitenmuur een deur ontdekt. Dit moest wel de deur vanuit de kerk zijn, die toegang tot de geheime gang naar het klooster gaf. Maar helaas was er geen geld meer beschikbaar om hiernaar onderzoek te doen.

De deur bleef dicht. Een gemiste kans. Het mysterie van de onderaardse gang en haar twee toegangsdeuren blijft onopgelost.

Dit is het zesde verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén