Polder Nijbroek

Bijzonder gebied tussen de dijken

Auteur: Plaatselijk Belang Nijbroek Page 2 of 4

Opbrengst thema-avonden: inspiratie, ideeën en initiatieven voor de polder

Op 3, 10 en 17 oktober vonden drie verdiepende thema-avonden plaats, op zoek naar concrete mogelijkheden voor de toekomst van de polder Nijbroek. Drie avonden met een volle zaal Nijbroekers; drie avonden met boeiende gesprekken; drie avonden vol inspiratie, ideeën en mogelijke initiatieven. 

In een eerste en tweede bijeenkomst hebben zowel Nijbroekers als experts van buiten het gebied hun blik op de polder gedeeld. Er is gesproken over dat wat bijzonder en kenmerkend is uit het verleden; er is gesproken over wat speelt in het heden; én er is gesproken over dat wat belangrijk en wenselijk is voor de toekomst. Op basis hiervan is in drie avonden gezocht naar concrete aanknopingspunten voor deze toekomst.

Werken, wonen en verblijven in de polder: drie verdiepende thema-avonden

Werken in de polder
De eerste thema-avond werd vanuit het (agrarisch-)economische perspectief naar de polder gekeken. De Nijbroekse polder is ooit ontgonnen om er vruchtbare landbouwgronden van te maken en nog steeds is het landschap een bron van inkomsten. Ontwikkelingen in de landbouw, maar bijvoorbeeld ook op het gebied van energie hebben echter potentieel grote invloed op de kwaliteiten van het landschap.

Het werd duidelijk dat het loont om zelf het heft in handen te nemen als Nijbroek en met een voorstel te komen op het gebied van onder andere duurzame energie, om zo sterker te staan tegen ongewenste initiatieven van buitenaf. Grote windturbines en grootschalige zonneakkers worden over het algemeen niet gewaardeerd, ze passen niet goed bij de schaal van het Nijbroekse landschap, zo wordt besproken. Kleinere inpassingen en oplossingen, daar staan Nijbroekers wel voor open. Dit zou in eigen beheer kunnen. Aan de tafels werden ideeën voor een energiecoöperatie van en voor Nijbroekers geopperd. Of zelfs een bredere gebiedscoöperatie, waar ontwikkeling van het landschap ook onderdeel van is.

Wonen in de polder
De tweede thema-avond stond de leefbaarheid in de polder Nijbroek centraal. Jan Winsemius  introduceerde hier het begrip ‘woonarrangementen’; kijken naar leefbaarheid vanuit het geheel van woningen, voorzieningen en kwaliteiten die een gebied voor bepaalde doelgroepen te bieden heeft. De woonarrangementen voor de polder Nijbroek moeten worden opgebouwd rondom de unieke kwaliteiten van het gebied. Kleinschalige experimenten met nieuwe woonvormen zouden een goede aanvulling kunnen zijn op het huidige aanbod, zowel voor jong als oud.

Verblijven in de polder
Verblijven was het thema van de derde avond, waarin onderwerpen als ecologie, water en recreatie aan bod kwamen. Er werd geopperd op sommige plekken in de polder de waterstanden een natuurlijker beloop te geven. Nu is het waterbeheer veelal gericht op het zo snel mogelijk afvoeren van het water, de polder uit. Maar misschien is dat anno 2018 niet overal meer passend, omdat we in de loop der jaren anders met ons landschap om kunnen en willen gaan.

Iets nattere of drogere stukken grond bieden ook nieuwe kansen voor de biodiversiteit in het gebied. Cor Heidenrijk legt uit dat Nijbroek eigenlijk niet zo aantrekkelijk meer is voor weidevogels. Veel inwoners vinden dit erg jammer. Nattere stukken grond maken het aantrekkelijker voor vogels weer terug te keren, in combinatie met stroken hoger gras en kruiden langs weilanden, groene plekken rondom het dorp of watergangen.

Elke thema-avond werd aan verschillende tafels gesproken over concrete mogelijkheden voor de toekomst van Nijbroek

Vervolg
Dit is een kleine greep uit de inspiratie, ideeën en mogelijke initiatieven die verzameld zijn in de gesprekken. Er was ruimte voor discussie en er werd constructief meegedacht over mogelijkheden. Het is scherper geworden hoe de gewenste toekomst van de polder Nijbroek eruit ziet én er zijn volop ideeën verzameld om aan de slag te gaan met deze toekomst.

De verzamelde input wordt verwerkt tot een samenhangend toekomstbeeld voor de polder Nijbroek. Op woensdagavond 28 november kun je horen en zien wat er voort is gekomen uit de gesprekken die we de afgelopen maanden met elkaar hebben gevoerd. Nieuwsgierig? We zien je graag de 28e!

Uitnodiging thema-avond Verblijven: 17 oktober

Aanstaande woensdagavond vindt de derde verdiepende thema-avond plaats. Na de thema’s ‘werken‘ en ‘wonen‘, staat nu ‘verblijven in de polder‘ centraal.

Kenmerkend voor het Nijbroekse landschap is onder andere de eeuwenoude combinatie van nut en lust, zoals Marinke Steenhuis in het cultuurhistorische verhaal van Nijbroek benoemde tijdens de tweede bijeenkomst op 12 september. Nijbroek was een plek om te werken, maar het gebied werd ook vroeger al gebruikt om te ontspannen en te recreëren. Hoe willen we het Nijbroekse landschap anno 2018 ervaren en beleven? Hoe worden kwaliteiten (beter) zichtbaar en hoe blijft de polder ook in de toekomst een aantrekkelijke plek voor mens en dier? Landschap, ecologie, water en recreatie komen aan bod.

Je bent van harte uitgenodigd om woensdagavond 17 oktober mee te denken! De avond start om 20.00 uur in Dorpshuis de Arend. Lees hier meer over het programma.

#15 | Ons dagelijks brood

Op de keukentafel ligt het fotoalbum met de herinneringen aan het 50-jarig jubileum van de winkel van Arie van Gortel, vader van Alie Hamer. Ze laat de foto’s, felicitatiekaarten en krantenartikelen zien. Het is in de woonkeuken bij Alie en Gerrit Hamer lekker warm en gezellig op deze kille oktoberdag. In het weiland achter hun tuin loopt een aantal geiten. Bij de eerste regendruppels hollen ze naar binnen. Onder het keukenraam staat een mand met tijdschriften, een herinnering aan vervlogen tijden. Alie gebruikte die mand bij het venten van het brood.

Arie van Gortel en zijn vrouw Janneke kwamen uit Vaassen. Arie was bakker en iemand die ook in zijn vrije tijd niet stilzat. Hij was in 1923 medeoprichter van de Christelijke Gemengde Zangvereniging “Hosanna”, dat nog altijd bestaat. Het ondernemen zat Arie in het bloed. Hij zocht een geschikt pand voor een eigen bakkerij en die vond hij in 1931 aan de Benedenste Kruisweg in Nijbroek. “Hier in de keuken was toen de bakkerij“, vertelt Alie terwijl ze een lekker cakeje bij de thee uitdeelt, “maar mijn vader besloot in een aangrenzend vertrek een nieuwe bakkerij in te richten.” Er was ook nog een café aan de voorkant, maar dat wilde haar vader beslist niet voortzetten. Die ruimte werd tot  kruidenierswinkel omgebouwd.

In alle vroegte werd er tarwebrood gebakken, ook krenten- en rozijnenbrood. Tweemaal in de week bakte Arie roggebrood. Het bakken daarvan duurde wel 16 uur. Die roggebroden hadden een gewicht van 4 of 8 pond. Als er brood overbleef, dan werd dat aan hun twee koeien gevoerd. Invriezen was immers nog niet mogelijk.

De oven werd gestookt met rijshout, “riesemieten” noemden ze dat. Daarvan lag een hele berg achter het huis. Die berg takken kwam tijdens de oorlog goed van pas, want het was een ideale plaats om de fietsen onder te verbergen. Geen enkele fiets was immers veilig voor de Duitsers, zelfs kinderfietsen niet.

En dat herinnert Alie zich maar al te goed. Op een dag kwam er een Duitser die zo maar haar fietsje inpikte. In haar kinderogen was hij groot en dik. Alie begon vreselijk te huilen, maar de man trok zich daar niets van aan. Hij reed, hoe bestaat het, er op weg. Maar om als grote, dikke Duitser op een klein kinderfietsje te rijden, moet je wel een circusartiest zijn en dat was de man niet. Even verderop viel hij. Of uit frustratie, of misschien toch uit medelijden om het huilende kind liet hij het fietsje achter.

De spannendste momenten waren voor Arie wanneer zijn vrouw Janneke naar het 12 km verder gelegen Twello moest om de voedselbonnen in te leveren. Ze ging altijd samen met mevr. Jansen die aan het Dorpsplein een bakkerijwinkel had. Gelukkig hebben er zich nooit nare dingen voorgedaan.

“De oorlog was een tijd waarin je mensen leerde kennen”, zou Arie later in een kranteninterview vertellen. “Nooit heb ik mij ten koste van anderen verrijkt. Ik had op de zwarte markt bakken met geld kunnen verdienen, maar tot dat soort praktijken verlaagde ik me niet. Maar van bepaalde personen die ik toen geholpen heb, heb ik na de oorlog niets meer gehoord.” Doelde hij op de mensen die bij hem ondergedoken hadden gezeten of op de mensen die hij voedselhulp gaf?

Arie was principieel. Op zondag was en bleef de winkel gesloten. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen en heeft hem ook klanten gekost. Gas en elektriciteit waren er in die tijd in Nijbroek nog niet en het kwam voor, dat er mensen op zondag zonder kousjes voor hun petroleumstel zaten en bij Arie aanklopten. Zij werden niet geholpen, want Arie vond dat men hierop van te voren beter had moeten letten. Daarentegen stond hij altijd klaar, ook op zondag, als er zich onverwacht een probleem voordeed. Iemand was plotseling ziek geworden en had aspirine nodig. Een babyflesje was gebroken en er moest een nieuwe komen. Op zondag gaf hij het mee zonder dat hij geld daarvoor wilde.

Arie en Janneke van Gortel hadden als een van de weinigen in de omgeving telefoon. Maar deze telefoon werd niet alleen door henzelf gebruikt. Er moesten boodschappen aan mensen worden doorgegeven. Wanneer er een dokter of een veearts nodig was – en dat kon midden in de nacht zijn – ging Janneke vaak eerst nog even kijken, hoe ernstig de situatie was alvorens te bellen.

Als dochter van een middenstander hielp Alie al vroeg in de zaak mee. Toen ze eenmaal achttien was, was het nodig dat ze zo gauw mogelijk haar rijbewijs haalde, zodat het brood met de auto rondgebracht kon worden. Ze is er trots op de eerste vrouw in Nijbroek met een rijbewijs te zijn.

Een aantal wegen in de Polder was wel verhard, maar meestal alleen met grind. De onverharde wegen waren zo slecht, dat het Arie zelfs een keer was overkomen, dat hij met zijn transportfiets over de kop sloeg en in de wetering terechtkwam. Met een nat pak kwam hij bij zijn hevig geschrokken vrouw. “Ach, alleen maar drie broden verdronken”. Die laconieke humor was hem eigen. Toen Alie haar vader, die op de brommer reed, eens bijna onder de auto kreeg en ze hem daarover verwijtend aansprak, zei hij: “Nou en, dan had er in de krant gestaan: dochter overrijdt vader”.

Het bezorgen van het brood met de auto bleek ook een hele opgave, zelfs als de weg met grind verhard was. Vaak kon Alie met haar auto de boerenerven niet op en moest ze een heel eind met haar broodmand lopen. Dat was vooral moeilijk op winterse dagen, zeker in de winter van 1963, die als de koudste van de vorige eeuw te boek staat. De auto was vaker dan eens helemaal ingesneeuwd. Gelukkig was er altijd die aardige postbode, die haar hielp om hem uit te graven. Op haar beurt nam Alie de post mee, die ze met het brood bezorgde. Alie was ook blij dat er ook nog iemand was, die haar die winter zo maar spontaan hielp met het bezorgen.

In maart viel eindelijk de dooi in. Met het ontluiken van de eerste voorjaarsbloemen, kwam ook de lente in Alies leven tot bloei. Gerrit, meubelmaker, was geboren in Terwolde en zijn ouders waren toen hij acht jaar oud was naar het Breestuk in Nijbroek verhuisd. De naam Hamer komt al eeuwen in Polder Nijbroek voor. Gerrit zou zo maar een afstammeling kunnen zijn van Gijsbertus Hamer, die in de 14de eeuw landontginner in de Polder was en een kleinzoon had, die Gherit heette.

In 1965 zijn Gerrit en Alie getrouwd. Het huis van Alies ouders was groot genoeg om er twee woningen van te maken en zo mocht het jonge stel zich vanaf hun eerste huwelijksdag in deze tijd van grote woningnood met een eigen onderkomen gelukkig prijzen.

In zijn vrije tijd hielp Gerrit mee in de zaak van zijn schoonvader. Vooral op vrijdagavond moest er flink aangepakt worden om alle boodschappen, die de volgende dag moesten worden afgeleverd, in te pakken. Maar de zangrepetities op die avond bij het Nijbroekse koor “Oefening en Stichting”  liet hij zich niet afpakken.  Na haar trouwen werd Alie ook lid van het koor van Gerrit, waarvoor hij al sinds tientallen jaren vrijwilligerswerk doet.  Toen het 75-jarig bestaan van het koor samenviel met het 60-jarig lidmaatschap van Gerrit, werd hem tijdens het jubileumconcert door burgemeester Jos Penninx een lintje uitgereikt. Gerrit bleef er rustig onder, maar Alie kon van alle opwinding de hele nacht daarna niet slapen.

De kruidenierswinkel bleef voor de Arie van Gortel zijn grote passie, ook nadat zijn vrouw was overleden, ook nadat hij zelf geen brood meer bakte. Voor het 50-jarig jubileum had de buurt tot zijn verrassing alles versierd en het was goed te zien, hoe de mensen meeleefden. “Ik hoop”, zo zei deze diepgelovige man, “dat God het mij geeft, dat ik tot het einde de winkel mag houden.” En de krant kopte: “Na een halve eeuw gaat hij rustig door met zijn werk”. Nog zes jaar zou de winkel aan de Benedenste Kruisweg open zijn. De laatste jaren van zijn leven ging Arie steeds verder achteruit en in 1987 is hij op zijn 88ste verjaardag overleden. Met zijn heengaan verdween ook voorgoed een van de laatste winkels in Polder Nijbroek.

Dit is het vijftiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Uitnodiging thema-avond Wonen: 10 oktober

Afgelopen woensdag vond de eerste verdiepende thema-avond van het project Polder Nijbroek plaats, waar ‘werken in de polder’ centraal stond. Er is in verschillende groepen gediscussieerd over wat wel en juist niet wenselijk is voor de Nijbroekse polder op het gebied van landschap, landbouw, economie en duurzame energie. Concrete mogelijkheden als een energiecoöperatie of zelfs een bredere gebiedscoöperatie van en voor Nijbroekers kwamen naar voren. Komende woensdag volgt de tweede avond, met ‘wonen in de polder’ als thema.

Het agrarisch-economische perspectief heeft grote invloed op het Nijbroekse landschap, maar Nijbroek is echter niet slechts een plek om te werken. Of je nu wel of niet je geld binnen de dijken van de polder verdient, Nijbroek is voor haar inwoners een geliefde plek om te wonen. Het is een kleine, relatief actieve gemeenschap. De continuïteit van deze gemeenschap is echter niet vanzelfsprekend. Wat maakt Nijbroek leefbaar en wat is er in de toekomst nodig om Nijbroek leefbaar te houden? Dat is de vraag die komende woensdag centraal staat. Onderwerpen als wonen voor jong en oud en voorzieningen komen daarbij aan bod.

Je bent wederom van harte uitgenodigd mee te denken op 10 oktober, 20.00 uur in Dorpshuis de Arend.

#14 | Een plek onder de zon

Vanuit hun open keuken zien Tom Vissers en Els Nijenhuis de ochtendzon opkomen. En het is voor hen heerlijk om in de middag en avond in de kamer of op het terras van de zon te genieten, terwijl ze uitkijken over de uitgestrekte weilanden in de richting van Geerstraat. Hier is hun plek onder de zon. Met hun kinderen Luuk en Sara van respectievelijk drie en anderhalf jaar oud wonen zij in het nieuwe wijkje dat ruim 6 jaar geleden werd opgeleverd. Het bekende lied van René Froger was in hun kindertijd hun grote favoriet. Nu hebben ze zelf een eigen huis en waar René simpelweg wel eens wat gelukkiger zou willen zijn, geldt dit voor Tom en Els absoluut niet.

Het stel zocht een woonplek niet te ver van hun werk. En wat doe je dan? Dan trek van je vanuit je – toen gezamenlijke – werkplek een cirkel om naar een woning te zoeken. Zo kwam Nijbroek in beeld, een dorp waarvan ze nog nooit gehoord hadden. Vanaf het eerste moment waren ze helemaal weg van de plek waar hun toekomstige woning gebouwd zou worden.

Het was een goede keuze. O, er was eerst zeker een vooroordeel. Kleine boerendorpen, daar kom je toch moeilijk tussen? Als dat al zo zou zijn, dan zeker niet in Nijbroek. Je wordt overal bij betrokken. Ze woonden er nog maar net toen het Dikke Mik feest begon. Een buurvrouw nam hen mee en zorgde er voor dat ze gelijk al veel mensen leerden kennen. Tom en Els hadden al gauw door, dat mensen die hier betrokken zijn bij de diverse, en soms heel verschillende activiteiten en verenigingen op allerlei manieren samenwerken.

Hoe twee heel verschillende organisaties elkaar kunnen vinden, bewees het beachvolleybaltoernooi op zaterdag 15 september. Dat weekend ging het nieuwe kerkseizoen van start. Kerk en Dorpshuis, vonden elkaar om dit toernooi te organiseren. Het werd een groot succes, maar daar leek het eerst niet op. Op de sluitingsdatum had zich nog maar één team aangemeld, terwijl er op tien ploegen was gerekend. Die kwamen er wel, maar pas drie dagen later. Dat typeert de mentaliteit in Nijbroek. Je kunt op de mensen rekenen, maar verwacht niet dat men al dagen, laat staan weken van te voren, bezig is om zich ergens voor op te geven.

In een gemeenschap waar je je zo opgenomen voelt, blijf je niet buitenspel staan. Op woensdagavonden gingen Tom en Els als vrijwilliger bardiensten in het Dorpshuis draaien. Al gauw zag Tom in, welke spilfunctie het Dorpshuis heeft binnen de Polder Nijbroek. Daarom meldde hij zich aan toen een bestuursfunctie vacant werd. Inmiddels is hij nu voorzitter. Dit vrijwilligerswerk kan hij alleen doen doordat Els hem daarin volledig steunt. Op haar beurt verleent  ook zij nog wel eens als vrijwilliger allerlei hand- en spandiensten.

Tom en Els maken deel uit van Stan (netwerk van burgerhulpverleners in reanimatiesituaties) in Polder Nijbroek. Zij vinden het belangrijk om naar hun medemensen om te kijken. Zelf hebben ze ook ervaren hoe Nijbroekers met hen meeleefden toen Luuk werd geboren. Om zijn geboorte dorpskundig te maken, had Tom een speciale geboorteapp aangelegd. Toen het heugelijke nieuws eenmaal geappt was, schakelde een aantal mensen na hun felicitaties de groepsapp uit. Maar ze kwamen daar snel op terug. Het ging die eerste weken niet goed met Luuk. Zo leefde iedereen met hen in deze eerste spannende weken van zijn leventje mee. Op 28 december kwam Luuk thuis. In de Nieuwjaarsnacht ging de baby mee naar buiten toen Els en Tom naar het vuurwerk bij het Dorpshuis gingen kijken. Ze waren verrast van al die warme reacties die ze daar kregen,  diep onder de indruk hoe een heel dorp met je begaan is als het niet goed gaat.

In het nieuwe wijkje hebben ze gezellige, vaak nog jonge buren. Hoewel ze elkaar bij allerlei activiteiten in het dorp tegenkomen, willen ze ook wel eens graag wat met elkaar doen. Zo kan er spontaan een barbecue of een ander feestje georganiseerd worden, waaraan iedereen zijn steentje bijdraagt.

Het is voor Tom en Els heerlijk om rustig over straat met Luuk en Sara naar de speeltuin te wandelen of om de pony’s wat te eten te geven. Ze hopen dat de kleintjes ook eens zullen beseffen wat een geluk ze hebben in deze prachtige omgeving op te groeien, in een plek onder de zon, ook als het regent.

Dit is het veertiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Uitnodiging thema-avonden op 3, 10 en 17 oktober

Op 3, 10 en 17 oktober zullen workshops plaatsvinden waar we concrete mogelijkheden voor de toekomst van polder Nijbroek zullen verkennen. Kwaliteiten, ontwikkelingen, belangen, zorgen en vragen zijn blootgelegd; kennis over de polder vroeger en nu is verzameld. Vanuit deze basis gaan we op zoek naar concrete kansen en toekomstperspectieven. Heb je ideeën voor Nijbroek of spar je graag mee over mogelijkheden? Sluit aan bij de workshops op 3, 10 en 17 oktober, 20.00 uur in Dorpshuis de Arend.

Drie workshops – op zoek naar kansen voor de toekomst van Nijbroek

In de eerste twee bijeenkomsten is een eerste beeld ontstaan, door met zowel Nijbroekers als experts naar de polder te kijken. Nijbroekers hebben aangegeven wat ze belangrijk vinden voor de toekomst van de polder. Maar hoe gaan we de gewenste toekomst van Nijbroek realiseren? Welke kwaliteiten kunnen versterkt worden? Waar is verbetering nodig? Welke kansen bieden actuele ontwikkelingen voor deze verbetering? Kortom: welke keuzes zijn er te maken en wat leveren ze op?

Waar we de eerste bijeenkomsten hebben gezocht naar wat belangrijk is, gaan we nu op zoek naar hoe we dat kunnen realiseren. Dit doen we vanuit drie perspectieven. De eerste workshop op 3 oktober staat in het teken van werken in de polder; het agrarisch-economische perspectief staat centraal. De avond van 10 oktober komt het thema wonen in de polder aan bod. De laatste workshop op 17 oktober staat in het teken van verblijven in de polder.

Workshop 1: werken in de polder – 3 oktober

Het Nijbroekse landschap levert van oudsher geld op. Dit was ooit de reden om het moerasachtige gebied te ontginnen en het land is door de eeuwen heen een bron van inkomsten gebleven. Het landschap kent een ‘agrarische schoonheid’, het historische cultuurlandschap wordt gewaardeerd door bewoners en bezoekers. Ontwikkelingen in de landbouw en op het gebied van energie hebben echter potentieel grote invloed op de kwaliteiten van het landschap. Wat is hier al dan niet wenselijk, mogelijk en passend? Lees hier meer over de eerste avond.

Workshop 2: wonen in de polder – 10 oktober

Het agrarisch-economische perspectief heeft grote invloed op het (beheer van het) landschap; Nijbroek is echter niet slechts een plek om te werken. Of je nu wel of niet je geld binnen de dijken van de polder verdient, Nijbroek is voor haar inwoners een geliefde plek om te wonen. Het is een kleine, relatief actieve gemeenschap. De continuïteit van deze gemeenschap is echter niet vanzelfsprekend. Wat maakt Nijbroek leefbaar en wat is er in de toekomst nodig om Nijbroek leefbaar te houden? Onderwerpen als wonen voor jong en oud en voorzieningen komen aan bod.

Workshop 3: verblijven in de polder – 17 oktober

Kenmerkend voor het Nijbroekse landschap is onder andere de eeuwenoude combinatie van nut en lust, zoals Marinke Steenhuis tijdens de tweede bijeenkomst in het cultuurhistorische verhaal van Nijbroek benoemt. Het gebied werd ook vroeger al gebruikt om te ontspannen en te recreëren. Hoe blijft Nijbroek een aantrekkelijke plek voor mens én dier? Wat kan beter? Onderwerpen als recreatie en ecologie in relatie tot het Nijbroekse landschap staan centraal.

Je bent van harte uitgenodigd mee te denken op één of meerdere avonden, vanaf 20.00 uur in Dorpshuis de Arend.

#13 | Het gelui(d) van Nijbroek

Een mooie zaterdagmiddag in oktober. We gingen naar Nijbroek om aan vrienden ons nieuw aangekochte huis te laten zien. Toen wij de auto uitstapten, sloeg de torenklok half vijf. Meteen daarop werden wij verrast door de klokken die begonnen te luiden; eerst de kleine, gevolgd door de warme klanken van de grote, overgaand in een melodieus samenspel. Het klonk als een feest. En het was alsof ze speciaal voor ons werden geluid. Welkom in Nijbroek. Na al die jaren zijn we aan het luiden gewend geraakt, maar we zouden het niet willen missen en vaak komt nog dat gevoel van blijdschap terug als we de klokken horen.

Jannie Berends, die als koster betrokken is bij de kerk, vertelt dat de kleine klok via een elektrisch systeem in werking gezet wordt, maar de grote wordt daarentegen traditioneel geluid. Meestal doet zij dat. Als je op zondagmorgen via de klokkentoren de kerk betreedt, dan zie je hoe zij het dikke touw, die naar de grote klok leidt, hanteert. En zo kan Jannie tijdens het luiden elke kerkganger welkom heten.

Jaren geleden had haar zwager Aart Berends tijdelijk de openstaande vacature van koster op zich genomen, naast de andere functies die hij al in de kerk had. Jannie en haar man Teun besloten om hem te ontlasten. Dat deden ze klaarblijkelijk zo goed, dat na enige tijd het kerkbestuur hen vroeg om het totale kosterschap op zich te nemen. Dat hebben ze vele jaren op vrijwillige basis gedaan. Hun inzet werd erg gewaardeerd, zo zelfs dat in een speciale kerkdienst beiden door de burgemeester van de gemeente Voorst een lintje uitgereikt kregen.

Een belangrijke taak van de koster is het luiden van de klok, elke zaterdagmiddag. In de winter wordt om 4 uur geluid, in de zomer om 7 uur en in de periodes daartussen op- of aflopend met een half uur. Op zondagen of kerkelijke hoogtijdagen worden de klokken als een oproep aan het dorp een uur voor aanvang van de dienst geluid. Dan volgt er nog een tweede keer, een kwartier van te voren: mensen het is nu tijd om naar binnen te gaan. Komt het daardoor dat je eigenlijk nooit iemand te laat de kerk ziet binnenkomen?

Meestal luidde Teun de klokken en iedereen in de Polder Nijbroek wist dat. Totdat er in juli 2016 een agressieve tumor bij hem werd ontdekt. Twee maanden later, op 11 september, overleed hij, slechts 64 jaar. Een klap voor Jannie, voor het gezin, voor de kerk en de Polder Nijbroek.

Teun was er zo van overtuigd, dat Jannie na zijn overlijden als koster zou aanblijven, dat hij dat al zonder verder met haar te overleggen, had laten weten. En Jannie is koster gebleven en haar werkzaamheden deelt ze nu met Johan en Alie Gerrits. Het drietal weet dat ze er niet alleen voor staan, maar dat ze gedragen worden door de gemeente. Op de eerste plaats wordt om de twee weken de kerk door vrijwilligers schoongemaakt en ook voor de jaarlijkse schoonmaak melden zich voldoende mensen aan. Wanneer er na speciale diensten van alles moet worden opgeruimd, dan is dat in een wip gebeurd door de vele helpende handen.

Het voorbereiden van de wekelijkse diensten maakt ook deel uit van de werkzaamheden van Jannie. Het zijn vaak routinematige dingen, zoals het aansteken van de kaars, het zorgen voor een glas water voor de predikant, maar het ordelijk verlopen van de dienst zit juist in dat soort kleinigheden.

Spannende momenten blijven voor haar de speciale diensten, zoals bij huwelijken en begrafenissen. Jannie komt dan pas tot rust als de dienst begonnen is en de dominee zijn eerste woorden spreekt. Als koster moet je van te voren overal aan denken en van alles regelen. En als je toch iets vergeet, dan word je ’s morgens om 6 uur met een schrik wakker. Zoals die ene keer toen er in de winter een begrafenis was. De kachel was niet aangezet. Teun hals-over-kop naar de kerk, maar zo gauw krijg je die niet op temperatuur. Ze belden rond in het dorp en binnen mum van tijd hadden ze overal blaaskacheltjes vandaan gehaald. Maar alle moeite ten spijt, die hielpen niet veel. Zo werd deze begrafenis een extra koude bedoening.

Jannie zal ook nooit vergeten, dat er twee huwelijksinzegeningen op een en dezelfde dag waren. De eerste was vroeg in de middag, in een sober aangeklede kerk. Maar voor de tweede moest de kerk heel uitbundig versierd worden. Hiervoor hadden de vrienden van het bruidspaar maar enkele uren tijd. Er moesten roosjes en kaarsen langs de lambrisering komen en in het voorste gedeelte arenkoren, stenen en kaarsen. Ook moesten er zijden doeken door de prachtige antieke lampen worden gedrapeerd. Maar dat deed Teun zelf. Niemand anders mocht aan die lampen komen. Het contrast met het eerste huwelijk kon niet groter zijn. Na afloop werd het bruidspaar met rozenblaadjes uitgezwaaid. Hier had het kosterspaar niet op gerekend. Toen de bruiloft al in volle gang was, waren Teun en Jannie nog bezig om alles op te ruimen en om de ingetrapte rozenblaadjes van de vloer te schrobben. Voortaan geen rozenblaadjes meer.

Jannie voelt zich op haar plaats als koster in de gemeente van Nijbroek. Het luiden van de klokken geeft haar voldoening. En op zaterdag in het bijzonder brengt haar dat rust. Na het luiden blijft ze vaak nog even in de kerk achter om die rust op zich te laten inwerken, even terug te denken aan Teun. En daarin weet zij zich niet alleen, want vooral het luiden op zaterdag houdt bij veel dorpsbewoners de herinnering aan Teun nog levend.

Dit is het dertiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Wat is kenmerkend voor Nijbroek? – Tweede bijeenkomst

Woensdag 12 september vond de tweede bijeenkomst van het project Polder Nijbroek plaats. Waar we de vorige keer met Nijbroekers spraken over toekomstscenario’s voor de polder, waren het deze avond mensen van buitenaf die hun blik op Nijbroek deelden. Wat zagen zij?

Kernwaarden uit de historie van de polder
Welke inspiratie kan er geput worden uit de geschiedenis van de polder Nijbroek om keuzes te maken voor de toekomst? Marinke Steenhuis (SteenhuisMeurs) start met het historische verhaal van Nijbroek. Ze is het archief in gedoken en biedt ons verschillende kernwaarden.

Vrije lieden
De polder Nijbroek is een oude ontginning, uit 1328. Bij de ontginning van de polder werd Nijbroek een afzonderlijk richterambt met een eigen rechter en schepenen. Later werd ook de kerk zelfstandig, met een eigen pastoor. In oude brieven staat vermeld dat de inwoners van de polder ‘vrije lieden’ zouden zijn; ze hoefden geen andere overheid te erkennen dan de graaf van Gelre. “Het is bijzonder dat Nijbroek van oudsher een richterambt was; Nijbroek was volledige zelfstandig qua bestuur, rechtspraak, kerk en waterstaat” zo vertelt Steenhuis. De zelfstandigheid en mentaliteit van ‘we doppen onze eigen boontjes’ is voelbaar tot op de dag van vandaag.

Nut en Lust
Wat Steenhuis verder kenmerkend vindt, is de aloude combinatie van werk en recreatie; nut en lust. Er werd hard gewerkt op de boerderijen, maar het waren niet alleen plekken om te werken. Er mocht ook genoten worden van de  omgeving. Veel boerderijen hadden een ‘lanterskamer’, een kamer voor de landheer.
Van oudsher is Nijbroek overigens grotendeels zelfvoorzienend in voedsel en bouwmaterialen, maar levert opbrengsten aan een grotere markt. Iets wat Steenhuis aanduidt als ‘glokaal’. Ze noemt daarbij ook de fruitteelt, die vroeger veel in het gebied te vinden was.

Een uniek ontginningslandschap  met agrarische schoonheid
Het in cultuur brengen van de moerasachtige gronden van Nijbroek heeft geleid tot een uniek ontginningslandschap dat tot op de dag van vandaag nog herkenbaar is. De kavels, de weteringen, de dorpskern en de oude boerenerven zijn allemaal onderdeel van dit verhaal. De polder is een gebied met bijzondere natuurwaarden en ‘agrarische schoonheid’; de groene long in de stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen.

Deze kernwaarden uit het verleden bieden inspiratie om het Nijbroek van de toekomst vorm te geven; ze vormen het verhaal waar polder Nijbroek op voort kan bouwen. Het is de uitdaging de kwaliteiten van de polder naar de toekomst te brengen, waar nodig te versterken of te repareren.

De negen lagen van het Nijbroekse landschap
Als basis hiervoor ontleedt Catherine Visser (DaF-architecten) het landschap van de polder Nijbroek in negen lagen die kenmerkend zijn voor dit gebied.

De eerste laag wordt gevormd door de oeverwallen en kommen; er zijn variaties in de ondergrond ontstaan door restgeulen en oude oeverwallen van de IJssel. Deze variaties in de ondergrond zijn voelbaar voor degene die het land bewerken, maar ook zichtbaar op RAF-kaarten uit de oorlog. Door het landschap lopen de typerende weteringen, het tweede landschapselement. De weteringen beheren het water binnen de polder en weren het water van buiten de polder. Een derde kenmerkende laag is de omdijking van de polder. Dijken vormen de randen van de polder en markeren het verschil tussen binnen en buiten. Ze vertellen een gevarieerd verhaal waar stuwen, bruggen, ophogingen, bomen en andere details onderdeel van uitmaken.

Catherine Visser ontleedt het Nijbroekse landschap in negen kenmerkende lagen.

Daarna zoomt Catherine verder in. Zo delen de kavels de Nijbroekse polder op in regelmatige stroken, met 60 meter als meest gangbare maat. De kavels worden begrenst door sloten, hagen en bomenrijen, hoewel kavelgrenzen niet overal meer goed herkenbaar zijn. De vijfde laag is het dorp, waar kerk en gaard het middelpunt vormen. De boomgaard als ‘lege midden’ is bijzonder; het dorp heeft een groene kern. Volgende lagen worden gevormd door wegen, erven en de bosjes en bomen.

De negende laag is het water. Het begint met water en het eindigt met water; water is belangrijk in het Nijbroekse landschap. Het noorden kent hogere waterstanden; naar het zuiden toe wordt het water zo diep dat je het haast niet meer in de sloten ziet staan. De negen lagen vormen de bouwstenen van het landschap en de gereedschapskist voor de toekomst.

Het speelveld van vandaag
Maar wat is het krachtenveld rondom deze bouwstenen? Het Nijbroekse landschap wordt gebruikt om te wonen, te werken en te verblijven; vanaf de Middeleeuwen tot nu. Welke ontwikkelingen hebben we mee te maken? Nationale en soms zelf internationale trends en ontwikkelingen spelen een rol, maar ook regionale zaken beïnvloedden de polder.

Paul de Graaf (Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek) en Jan-Willem van der Schans (Universiteit Wageningen) hebben het agrarisch-economisch perspectief onder de loep genomen en met verschillende boeren en ondernemers in de polder gesproken. De landbouw in de polder Nijbroek wordt getypeerd door grotendeels grondgebonden bedrijven. Beperkte schaalvergroting en ruilverkaveling en de vele familiebedrijven maken dat de bedrijven een menselijke schaal hebben behouden. Het oude kavelpatroon functioneert nog steeds goed; de boerenstand lijkt goed geworteld in het gebied. De voornaamste uitdagingen zitten in opvolging, vernatting en verdroging en nieuwe regelgeving, zo vertellen ze.

Relevante ontwikkelingen hiernaast zijn de vestiging van intensieve bedrijven van elders, ecologische verschraling, toegankelijke woningmarkt en lokale gronden die in handen komen van investeerders van elders in combinatie met het energievraagstuk dat speelt; krachten en machten waar Nijbroek -gevraagd of ongevraagd- mee te maken heeft.

Inspirerende voorbeelden
Voorbeelden uit andere delen van Nederland laten zien hoe deze ontwikkelingen tot kansen kunnen leiden. Een voorbeeld dichtbij is de polder Mastenbroek, tussen Zwolle, Genemuiden en Hasselt. Ook dit is een eeuwenoude, Middeleeuwse ontginning; “het jongere broertje van polder Nijbroek” zo vertelt Steenhuis. De geplande uitbreiding van Zwolle in de jaren negentig maakte dat boeren en andere inwoners in actie kwamen om de kwaliteiten van de polder te beschermen. Ze zetten zich in om cultuurhistorische waarden veilig te stellen in de economische en maatschappelijk realiteit van het heden. Zo richtten ze een wooncoöperatie op om bouwontwikkelingen zelf in de hand te kunnen houden en is er een website waarop vele lokale verhalen te vinden zijn. Er is zelfs een parfum, een ‘Eau de Polder’ waarin je de geur van de polder, het gras, de kruiden en het voorjaar kunt ruiken.

‘Veranderen om jezelf te blijven’
“Je moet veranderen om jezelf te blijven”, sluit Steenhuis haar verhaal af. Hiermee vat ze samen wat ook De Graaf toelicht. De wereld verandert en die veranderingen hebben hun invloed op Nijbroek. Welke invloed dat is, daar kan Nijbroek in dit project richting aan geven. Als we niets doen, haalt de realiteit de polder mogelijk in. Als we het heft in eigen handen nemen, kunnen we passende oplossingen zoeken voor de ontwikkelingen om ons heen en de kansen benutten die deze ontwikkelingen bieden.

Workshops op 3, 10 en 17 oktober
De input van Nijbroekers bij de eerste bijeenkomst vormt samen met de input van de tweede avond de onderlegger voor het maken van een visie voor de polder Nijbroek. In drie workshops op 3, 10 en 17 oktober zullen we rondom de thema’s Werken, Wonen en Verblijven de vertaalslag maken naar concrete mogelijkheden voor de toekomst. We nodigen je van harte uit met ons mee te denken!

En voor wie meer terug wil zien van de tweede bijeenkomst, de presentaties komen binnenkort beschikbaar op deze website.

#12 | Over serveren en grond omkeren

Samen met zijn broer Martin verspreidt Tonnie Pannekoek in de vroege avond het zand voor het eerste beachvolleybaltoernooi van Nijbroek op 14 en 15 september 2018. Ondanks dat Tonnie nu met pensioen is, is het verplaatsen van grond nog steeds zijn grote hobby. En in dit geval komt die samen met zijn oude passie voor volleyballen.

Die sport beoefende Tonnie graag in zijn jeugd. In Nijbroek werd in de tweede helft van de zestiger jaren de volleybalclub DVS (Door Vriendschap Sterk) opgericht om de jongeren meer aan het sporten te krijgen. Tonnie was er met een groepje van 10-12 jongens en meisjes vanaf het eerste uur bij. Er werd in dit prille begin in de schuur van het houtvezelbedrijf Fikse gevolleybald. De afspraak was wel, dat als tegenprestatie de spelers op zaterdag hielpen met het balen van de houtkrullen.

DVS begon in de laagste regionen van de competitie. De Nijbroekers bleken talent te hebben en ze waren fanatiek. Vier keer achter elkaar werd de ploeg kampioen en promoveerde. Daarmee haalde men zelfs de regionale pers. Geen wonder dat door deze successen de club groeide en op een gegeven moment waren er wel zo’n honderd leden uit Nijbroek en omgeving. De “thuis”-wedstrijden werden in Apeldoorn gespeeld.

Om te trainen was er behoefte aan meer ruimte en die kwam er ook. Dankzij de prestaties van DVS heeft Nijbroek een prachtige gymzaal aan de Middendijk. Helaas heeft DVS maar een jaar of tien bestaan. De club is opgegaan in SVA Emst.

Misschien is het beachvolleyballen de aanzet voor het oprichten van een nieuwe vereniging. Want het is jammer dat DVS niet meer bestaat. Het volleyballen had een belangrijke functie binnen de gemeenschap. Ouders leefden met de sport van hun kinderen mee en brachten hen naar de wedstrijden. En natuurlijk was de club ook een ontmoetingsplaats voor jongens en meisjes. En van het een kwam het ander. Zo hebben Tonnie en Mieke elkaar hier ontmoet. Zij trouwden en gingen in een nieuwgebouwd huis naast de boerderij van Tonnies ouders aan de Veluwsedijk wonen. In 1992 verhuisden zij naar het monumentale pand op het Dorpsplein dat daarvoor de winkel van Willem en Teuntje Jacobs was.

Vanaf zijn dertiende draaide Tonnie al in het bedrijf van zijn vader mee. Hij hielp mee met het snoeien van hoogstambomen en het maaien van gras. Die werkzaamheden waren welkome aanvullingen op het inkomen van het zware boerenbestaan.

Tonnie nam later het bedrijf van zijn vader over. Het landbouwgedeelte stootte hij in 2002 af en het verzetten van grond werd zijn specialiteit. En er was werk genoeg. Het onderhoud aan de sloten werd een belangrijke inkomstenbron voor zijn bedrijf. Deze sloten lopen langs de rechthoekige kavels in Nijbroek, die een breedte van 30, 60 of 90 meter hebben. Tonnie heeft wel eens uitgerekend dat de totale lengte van de sloten wel 150 tot 175 km moet zijn.

Tonnie maakte vaak lange dagen, vooral als het veevoer voor de wintervoorraad werd ingekuild. Langs de randen van de meerdere lagen plastic waarmee zo’n kuilhoop luchtdicht wordt afgedekt, moest Tonnie dan grond aanbrengen. Vaak kleigrond, dat droog keihard is of in natte toestand overal aan blijft plakken. Het afdichten moet altijd snel na het inkuilen gebeuren. Een secuur werk, waarbij je het folie beslist niet mag beschadigen, want dat beschermt een grote waarde aan veevoer.

Maar ook een grondverzetter heeft wel eens een feestje. Het 25-jarig huwelijksfeest van de schoonouders van Tonnie werd op een vrijdag gevierd. Maar voor zaterdagavond moest er nog een aantal kuilhopen worden gedicht. Tonnie besloot om op het op die bruiloft maar bij een paar pilsjes te laten. Toen iedereen na afloop naar huis en naar bed ging, stapte hij op zijn graafmachine en begon de kuilen onder te dekken.

Bij de eerste twee adressen had men hem niet gehoord of men deed alsof. Maar op het derde adres kwam de boer meteen naar buiten. “Wat ben jij van plan? Dit kun je niet maken met je dronken kop!” Maar Tonnie legde uit, dat hij helemaal niet dronken was en dat hij wel die nacht moest beginnen om alle werkzaamheden voor de zaterdagavond af te krijgen. De boer heeft nog een tijdje staan kijken tot hij het vertrouwen had dat het allemaal goed zou gaan.

In de 80-er en 90-er jaren van de vorige eeuw werkte Tonnie ook vaak mee aan het uitvoeren van natuurprojecten. Het gebeurde nog wel eens dat hij dan in aanvaring kwam met boeren, die het nut  niet inzagen van kikkerpoelen die moesten worden aangelegd. “Waarom doe je daar aan mee? Zonde wat hier gebeurt. Dit land kunnen wij veel beter voor onze gewassen gebruiken!” Die poelen zouden er toch wel komen en Tonnie heeft er heel wat aangelegd. En hij is trots op de bijnaam die hij toen kreeg: de Poelenman.

Een aantal jaren is hij gemeenteraadslid geweest. En dat kenmerkt de man, die naast zijn drukke werkzaamheden ook zijn vrije tijd steekt in het belang van de gemeenschap. Zo is hij ook nu nog altijd actief. Vaak zie je hem rijden op een van zijn machines, het gras maaien in de boomgaard naast de kerk of op het kerkhof. Hij maakt deel uit van het project Polder Nijbroek en samen met Mieke laat hij zijn stem horen bij het koor Oefening en Stichting.

En die stem brengt Tonnie ook heel duidelijk naar voren wanneer hij zegt, dat de Polder Nijbroek niet meer de Polder van weleer is. De weteringen, waarop de sloten van Nijbroek uitkomen, werden in de 14de eeuw speciaal om de Polder geleid en de dijken daarlangs markeerden het  oorspronkelijke gebied binnen de Polder. Maar deze grenzen zijn gedeeltelijk verdwenen. Een deel van de dijken behoort nu tot Terwolde en dat is historisch en landschappelijk gezien niet juist. Alle dijken zouden weer deel van de Polder Nijbroek moeten uitmaken.

Een polder die uniek is en waaraan wandelaars en fietsers hun hart kunnen ophalen. Maar op het gebied van recreatie kan er nog veel voor hen worden verbeterd. Zo vindt Tonnie dat de Wellerweg, die vroeger een doorgaande weg tussen Deventer en Apeldoorn was, een goed begaanbare weg voor fietsers en wandelaars moet worden. Ook van de Zeedijk naar de Vloeddijk via de Blankemate zou een fietsroute aangelegd moeten worden. En niet te vergeten het fietspaadje over het schouwpad naar Doevedans moet verbreed worden. Het is nu zo smal is, dat je bij een verkeerde beweging zo de plomp zou kunnen inrijden. En hij heeft nog veel meer ideeën om de dagrecreatie te bevorderen.

“Wist je,” zei Tonnie tot slot, “dat Nijbroek het koudste deel van de gemeente Voorst is? Dat komt door de vlakte en de wind die er overheen waait. Ik vind dat niet zo erg. Voor mij is het belangrijkste, dat de mensen hier warm zijn.”

Dit is het twaalfde verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#11 | De Geitenboerderij van Geert en Oetine

Geert had een nieuwe vriendin, Oetine een nieuwe auto.

Die mocht Geert lenen om ergens in Zuid-Holland een bok voor de geitenfokvereniging te bekijken. Hij nam een paar kenners mee, een wat excentriek echtpaar. De bok werd door hen allen goedgekeurd voor de zware taak die hem wachtte. Het echtpaar vond het geen punt om het dier gelijk mee te nemen. “Nee, dat kan niet”, zei Geert. Hij bedoelde: “Nee, dat wil ik niet in de nieuwe auto van mijn nieuwe vriendin.” Maar de overredingskracht van het stel was te groot. Met de achterbank wat naar voren paste de bok precies in de bak van de Citroën Dyane. Hij kon geen kant meer uit en het arme dier kwam helemaal klem te zitten toen de vrouw met haar dikke achterwerk  op de achterbank plofte. En meuren in die auto. Met het dak open was het nog een beetje uit te houden. Die stank is dagenlang blijven hangen. Oetine was laaiend. Als verpleegster had ze haar uniform al aan als ze in het verzorgingshuis kwam en ze wist het zeker, al die tijd droeg ze die vreselijke stank bij zich.

Nu 37 jaar later kunnen ze er om lachen. Veel kunnen Geert en Oetine over hun grote passie vertellen: het opfokken van geiten en het maken van allerlei geitenproducten.

Pioniers waren zij op dit gebied. Indertijd waren er maar twee geitenboerderijen in Nederland en melk en vlees van geiten kon je hier aan de straatstenen niet kwijt. Toch had Geert in Nieuw-Zeeland gezien, dat er wel degelijk een markt voor deze producten was. Mensen met een koemelkallergie dronken daar geitenmelk. En er was een grote export van ingevroren geitenmelk naar Taiwan.

De liefhebberij voor de geiten zat hem in het bloed, want later besefte hij dat zijn vader vroeger ook melkgeiten had gehad en dat hij thuis geitenmelk te drinken kreeg.

Met Oetine heeft hij 12 jaar zijn geitenhouderij in Apeldoorn opgebouwd tot zij daar door stadsuitbreiding weg moesten. Het perceel aan de Ossenkolkweg, waar ze hun nieuwe bedrijf opbouwden, lag voor hun gevoel in Nijbroek, ook al wonen ze officieel in Terwolde. Geert en Oetine waren helemaal op Nijbroek gericht: de school voor de kinderen, de kerk, de festiviteiten zoals Dikke Mik.

Het echtpaar had een prachtige geitenstal toen in 2001 het noodlot toesloeg: de MKZ. Ook hun dieren moesten preventief worden geruimd. De financiële klap was groot. Voor de koeien die geruimd werden, kregen de boeren een vergoeding volgens een schaalverdeling. Er bestond echter geen norm voor een financiële regeling voor de vernietiging van geiten. Zij kregen voor de dieren slechts een klein deel van de werkelijke waarde. Maar groter dan het financiële verlies was, net als bij de andere boeren in de omgeving, het verdriet bij het zien van de lege stallen. Het heeft enkele jaren geduurd voordat ze hiervan zodanig hersteld waren, dat ze echt weer de draad konden oppakken.

Het monument van de MKZ staat op het Dorpsplein. Het is maar klein en het lijkt een beetje in een hoek te zijn weggedrukt, zoals mensen vaak verdriet wegdrukken. Het gedicht op dit monument werd door Mathilde geschreven, de toen 10-jarige dochter van Geert en Oetine.

Donker
Een koe loeit,
Een schaap blaat,
Een geit mekkert,
Een varken knort.
Geluid maken ze allemaal…
Maar opeens is het in de wei zo kaal.
Iedereen heeft verdriet en iedereen is boos.
Ja… verdriet hebben we allemaal.
De dieren zijn geruimd.

En juist die zin over het mekkeren van de geiten was de kunstenaar vergeten om op het monument aan te brengen. Dat kon natuurlijk niet. De geiten, de dieren van hun boerderij, werden niet genoemd. Mathilde liet het er ook niet bij zitten. Zij heeft hemel en aarde moeten bewegen, maar uiteindelijk heeft de kunstenaar het volledige gedicht op het monument moeten plaatsen.

Het MKZ-monument op het Dorpsplein, met een gedicht van dochter Mathilde.

Na de MKZ-crisis kwamen er diverse koppels geiten, maar het waren eigenlijk geen dieren om te fokken. De ommekeer kwam toen ze bij een meelevende geitenboer een koppel kochten dat uit hun eigen bloedlijn kwam. Ze pakten toen ook het maken van kaas weer op en zo kwam het plezier in hun werk terug.

Het mekkeren dat verstomd was, klinkt nu weer vrolijk in een stal met een paar honderd geiten. De firma v.d. Weerd uit Oene brengt hun de dieren als ze een dag oud zijn. Gedurende een jaar worden ze dan door Geert en Oetine opgefokt. Daarna gaan ze weer terug.

Om niet geheel afhankelijk van de fokkerij te zijn, begonnen Geert en Oetine ook met een camping en met de verhuur van huisjes. De vele gasten genieten er van de prachtige natuur en de rust van de omgeving. Maar blijft dat zo? Zij zijn bezorgd. Dit prachtige landschap, dat niet bij de grens van Nijbroek ophoudt, moeten mensen tijdens wandelingen en fietstochten kunnen ervaren.

Wat dat betreft heeft het echtpaar nog een leuk idee voor het project Polder Nijbroek. Trek de doodlopende weg langs hun boerderij door als wandelpad naar de Wetering en maak hier een bruggetje. Het zou nog mooier zijn als er een trekpont zou komen te liggen. Zó kun je het klompenpad van Nijbroek verbinden met het Welsums Kippeneindje.

Geitenkaas kon je tot 15 jaar geleden alleen maar in de speciaalzaak kopen. Nu vind je die in elke supermarkt. Hun pionierswerk heeft zijn vruchten afgeworpen. Oetine maakt nu nog verse zachte geitenkaas, Libanese yoghurtkaas en geitenyoghurt. De winkel van Geert en Oetine staat bekend om zijn grote diversiteit aan geitenproducten. Daarnaast verkopen ze er ook wijn van biologisch geteelde druiven van eigen bodem. Het beheer van de wijngaard hebben ze uit handen gegeven.

Hoe mooi kan het leven zijn. Genieten, thuis, in je tuin, op je balkon, of op een bankje aan de Wetering, uitkijkend over Polder Nijbroek, met en goed glas wijn, zo maar uit de IJsselvallei en heerlijke geitenkaas erbij.

Dit is het elfde verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

Page 2 of 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén