#19 | Vrouwen in beweging

Dat het een man moest zijn, die met het idee kwam om een vrouwenvereniging op te richten!  Ds. Lindenburg is kort na de oorlog in Nijbroek als predikant aangesteld. Hij vindt het belangrijk dat de vrouwen vaker uit huis gaan om elkaar te ontmoeten. Zijn vrouw is het volkomen met hem eens en samen richten ze met enkele dames in 1947 de Christelijke Vrouwenvereniging Samenwerking op.

Het is een schot in de roos. De vereniging met een christelijke grondslag staat ook open voor andersdenkenden. Tweemaal per maand wordt er een bijeenkomst gehouden. Voor de vrouwen is het een avondje weg uit de dagelijkse beslommeringen van huishouden, boerderij en gezin.

Er zal op die avonden heel wat zijn afgekletst onder het borduren, haken en breien. Al die creatieve handwerkjes worden op de jaarlijkse bazaar uitgestald. De opbrengst daarvan is niet alleen bestemd voor de verenigingskas. Een deel gaat naar landelijke goede doelen. Maar ja, zoals het zo vaak gaat met dit soort dingen, kopen de vrouwen van elkaar. En of dat nu echt de bedoeling was?

Als er besloten wordt om vaker sprekers uit te nodigen, blijft er steeds minder tijd voor handwerken over. Toch wil men de doelstelling om gelden voor goede doelen binnen te halen overeind houden en daarom gaat men in het najaar kamerplanten verkopen. Dit slaat erg aan. Het geld wordt geschonken aan landelijk goede doelen en welke dat zijn hangt veelal af van degene die voor een bepaalde organisatie komt spreken.

Maar ook andere sprekers worden uitgenodigd. Zo kwam er een rijinstructeur, iemand van de politie, en de leukste keer was wel toen die trouwambtenaar kwam, die van te voren gevraagd had of iedereen haar trouwjurk en –album wilde meenemen. Maar wie was de mooiste bruid?

De laatste jaren stagneerde de afzet van kamerplanten en daarom is men overgestapt naar het verkopen van perk- en  terrasplanten. Op de eerste vrijdagavond in mei staat de kleine zaal van het Dorpshuis volgekleurd en volgegeurd met planten die de volgende dag aan de man gebracht worden.

De opbrengsten van de plantenverkoop vloeien natuurlijk ook voor een deel in de verenigingskas. Daarvan kan het jaarlijkse uitstapje betaald worden. Tegenwoordig gaan de leden tegen 5 uur in de middag op stap om iets in de directe omgeving te bekijken en om daarna met elkaar te gaan eten. Maar vroeger trokken ze er echt een hele dag op uit, naar Amsterdam of een andere grote stad. De reisjes werden al in januari met de chauffeur van de VAD, de busdienst die Nijbroek aandeed, besproken. Eenmaal in zo’n stad moest er natuurlijk van alles gekocht worden, vooral kleding. Terug in de bus werd dat allemaal uitgebreid bekeken, zodat de reis naar huis een grote modeshow werd.

Als het over uitstapjes gaat, barsten de verhalen van de vier dames, die bij mij op bezoek zijn, los. Mariëlle Dekker, voorzitter, de bestuursleden Karin Baan, Bep Foks en de oud-voorzitter Minie van der Snel. Grote hilariteit bij die rondtoer op een huifkar tijdens de spits in het centrum van Apeldoorn. Het stoplicht sprong op oranje en de paarden waren in galop. De koetsier kon ze niet meer stoppen en het hele gezelschap stak door rood de weg over. Gelukkig ging alles goed. Ze waren bezig met de Pieter Puijpe rondtoer, een tocht langs kunstwerken van de in Oost-Souburg geboren beeldhouwer.

Zijn kleindochter gidste de dames langs het bronzen borstbeeld van Koning Willem I op het Raadhuisplein, de Kwartjesfontein bij Marialust, de plaquettes op de Gedenknaald en de grafmonumenten van notabelen uit de Apeldoornse gemeenschap op het kerkhof aan de Soerenseweg. Pieter Puijpe en zijn vrouw bleven tot aan hun dood de Zeeuwse klederdracht dragen.

De vrouwenvereniging bestaat nu dan al wel meer dan 70 jaar, maar daar heeft het niet altijd naar uitgezien. Op een gegeven moment waren er zo weinig leden, dat men bang was, dat men de vereniging moest opheffen.

Een zwempartij met schoolkinderen bracht daarin de nodige verandering. Hoe vreemd kan het gaan. Karin vertelt, dat ze eenmaal per jaar vanuit school op woensdag een middagje vrij mochten zwemmen. Kinderen in het water, moeders op de kant, lekker kletsen over van alles en nog wat. Iemand bracht te berde dat de vereniging dringend leden nodig had en spontaan is toen besloten om zich aan te melden. Zo kwamen er opeens 17 nieuwe leden bij, voornamelijk jongere en die zorgden voor een nieuwe impuls. Dat dat gebeurde, ziet Minie als een wonder. “Wij hebben er voor gebeden en opeens was de vereniging weer in volle bloei.”

Minie is 16 jaar voorzitter geweest en zij weet nog veel over “vrôgger”. Zij weet nog, dat met het geld van de plantenopbrengst ook lokale projecten af en toe werden ondersteund. Het pad op het kerkhof moest indertijd hoognodig geasfalteerd worden en vanuit de vrouwenvereniging kon men daaraan met een bedrag van duizend gulden bijdragen.

Ze vertelt verder, dat een van de eerste en langstzittende voorzitters van de vereniging Wil Lankhorst was, de vrouw van de directeur van de christelijke lagere school. Zij verzorgde geheel alleen de avonden. Er werden toen aan het begin en eind van de avond een paar psalmen of gezangen gezongen, men opende en sloot met gebed. Mevr. Lankhorst bracht altijd de overdenking die ze zelf geschreven had. Er werden notulen gemaakt en die werden op de volgende bijeenkomst uitgebreid voorgelezen. Het was duidelijk een andere tijd.

Vermeldenswaardig is ook de naam van Annie Wolters. Zij was, toen de vereniging 50 jaar bestond, de enige nog die er vanaf de oprichting bij geweest was. Zij werd daarom benoemd tot erelid. Dat ging wel met enig vertoon gepaard. Joan Veldwijk zat op de bok van de keurig opgepoetste landauer, waarmee Annie en haar man door Nijbroek werden gereden.

De tijden zijn veranderd. De leden van de vereniging zijn deels wel en deels niet kerkelijk betrokken. Op de maandelijkse grote avond worden geen psalmen meer gezongen en het lezen van de Bijbel heeft plaatsgemaakt voor het vertellen van spiegelverhalen, verhalen die je aan het denken zetten. Vaak worden de avonden met sprekers ingevuld, sinterklaas wordt met elkaar gevierd, en er zijn creatieve avonden. Voor de ouderen wordt er elke maand in de kleine zaal van het Dorpshuis nog een kleine avond gehouden, die door een van de leden zelf georganiseerd wordt. Het is leuk te zien, dat sommige vrouwen niet alleen elkaar ophalen, maar van te voren nog bij een van hen in huis wat voorbabbelen voordat ze naar de vrouwenavond gaan.

De vrouwenvereniging richt zich op die groep vrouwen die de kinderen al groter hebben. Het doel van de vereniging is niet alleen om avonden voor enkel vrouwen te organiseren, maar wat ze doen, willen ze ook met anderen delen. Zo is er eenmaal per jaar een open avond met een interessant onderwerp, waarbij mannen ook van harte welkom zijn. Zelfs waren mannen een keer nodig voor een modeshow. Op een van de open avonden werden liturgiegewaden op de “catwalk” in de historische kerk van Nijbroek geshowd. Onder het vertellen van bijpassende verhalen lieten mannen en een enkele vrouw zien welke gewaden er gedragen werden door o.a. de middeleeuwse dorpspastoor, de vroegere dominee van de strenggereformeerde gemeente en de moderne (vrouwelijke) dominee.

Anne-Marie van de Water is kort geleden tot secretaris benoemd. Het beheer van de verenigingskas ligt bij Karin Baan. Als een zieke wordt bezocht, zorgt Marina Kers voor een bloemetje en zij ziet er ook op toe dat de jubilarissen niet worden vergeten. Aan mensen van 75 jaar en ouder brengen de leden met Pasen altijd een bloemstukje, zelfs als ze als oud-Nijbroeker in een verzorgingstehuis in de omgeving wonen. En mocht iemand geen tijd hebben, iets vergeten zijn of moet er iets extra’s gebeuren, dan heeft de vereniging in Bep Foks een niet te passeren vliegende kiep.

Je merkt dat de vrouwen veel plezier met elkaar hebben. “Samenwerking” is de naam van de vereniging en die eigenschap dragen ze ook uit. Het zij op de kerstmarkt waar ze gebak en worst verkopen, het zij in kleine of grote kring of gewoon op ziekenbezoek. Deze kleinschaligheid binnen het dorp is een groots gebeuren.

Dit is het negentiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#18 | Ik ben Nijbroek niet zat!

Op de tafel staat een vaas met mooie zalmkleurige rozen. Een dampende kop rooibosthee staat voor ons. De antieke wandklok in haar knusse huiskamer geeft aan dat wij tien minuten te vroeg zijn, maar dat klopt niet. We zijn te gast bij Miep Stegeman. We krijgen speculaasjes en brokken van een chocoladeletter aangeboden. Het is immers sinterklaastijd. Het weer past bij de tijd van het jaar. Regendruppels op het raam, maar die verhinderen niet, dat we over het weidse landschap aan de Veluwsedijk in Nijbroek uitkijken.

Het is moeilijk voor te stellen, dat haar boerderijwoning in 1739 werd gebouwd, een van de oudste in de omgeving. Alleen aan de achterzijde staat nog een originele muur. Aan die kant zijn we binnengekomen in een ruimte die nu als schuur wordt gebruikt en waar vroeger een stal is geweest. Via enkele treden zijn we de eigenlijke woning binnengegaan, die vanwege de toenmalige grondwaterstand wat hoger ligt.

In dit huis werd Miep 81 jaar geleden geboren, als een nakomeling in een gezin met zeven kinderen. Ze is hier haar hele leven blijven wonen, net als haar ouders en grootouders. Of een van haar overgrootouders er vanaf de geboorte ook al woonde, kan Miep niet zeggen, maar dan ben je al terug in de eerste helft van de 19de eeuw.

Op enkele meubeltjes staan foto’s, die wij een voor een bekijken. Het meest in het oog springt de foto van de vriendelijk ogende Derk. Ze leerde hem kennen bij het zangkoor Oefening en Stichting, waarvan ze nog altijd lid is. Bij een van de kooruitjes sloeg de vlam over. In 1956 zijn ze getrouwd en ze kregen vijf kinderen. “We hebben het heel erg goed gehad en Derk was een lieve man”, vertelt ze. Na een afnemende gezondheid overleed hij op 21 juni 2013 op 84-jarige leeftijd.

Er is een andere foto waarop ons oog valt.  Dat is hun dochter Greet, die nu 52 is. Zij heeft een beperking door zuurstofgebrek bij de geboorte en woont op ’s Koonings Jaght in Arnhem. “Het  tragische is”, verzucht Miep, “dat dit voorkomen had kunnen worden, als ik tijdig naar het ziekenhuis zou zijn gebracht.”

Eenmaal getrouwd, waren Miep en Derk in het huis van haar ouders gaan wonen. Maar hoe ging dat dan?, vragen wij ons af. En dan kwamen er ook nog vijf kinderen. Werd de woning verbouwd tot een dubbel woonhuis? Nee, niets daarvan. Het pas getrouwde stel trok gewoon bij de ouders in. Ze leefden met elkaar in één huis. En dan was er ook nog Jan, de 10 jaar oudere broer van Miep, die zijn hele leven vrijgezel is gebleven. Natuurlijk was het geven en nemen, maar dat is altijd goed gegaan. Maar je was er voor elkaar, ook toen haar ouders achteruit gingen. Ze werden liefdevol verzorgd en konden er tot aan hun dood blijven wonen.

In het rijtje foto’s ontbreekt broer Jan niet. Net als Miep is hij altijd in het ouderlijk huis blijven wonen tot hij in januari 2018 overleed. Jan was een bekende en geliefde figuur. Hij speelde orgel, vaak in de kerk van Terwolde en soms in Nijbroek. De laatste jaren van zijn leven trok hij als het maar even mogelijk was er met de scootmobiel op uit. Zo bleef hij mensen ontmoeten. Jan was dol op de kinderen van Miep en Derk en dat was wederzijds. Dat lieten ze ook heel mooi blijken op zijn drukbezochte begrafenis.

Jan en Derk hadden het boerenbedrijf van Mieps ouders in 1956 overgenomen en zij vertelt vol bewondering hoe goed beide zwagers altijd hebben samengewerkt. Maar door de MKZ kwam er helaas een voortijdig einde aan hun bedrijf. Dit was een zware klap. Alle zoogdieren met kalfjes die ze hadden, moesten worden vernietigd en daarna hebben ze geen nieuwe veestapel meer opgebouwd.

Ook de schapen van Frank, de jongste zoon, moesten worden afgemaakt. Frank heeft op het erf van het ouderlijk huis zelf een huis gebouwd, waar hij met Yvonne woont. Yvonne komt tijdens ons gesprek net even binnen en desgevraagd vertelt zij, dat alle Blauwe Tesselaars, waaronder veel zwangere dieren, werden vernietigd. Maar na de crisis werd het fokken weer opgepakt. Voor Frank, die in een garage werkt, is het houden van dit schapenras meer dan alleen een hobby. Het bord aan de weg, waarop staat Blauwe Tesselaars, schapenfokkerij” zegt genoeg.

“Wel is het zo”, zegt Miep, “dat wij veel meer weg konden toen we na de MKZ met het bedrijf gestopt waren. We genoten van de vakantiereizen, vooral Zwitserland maakte een grote indruk op ons.” Derk hoefde nooit zo nodig naar het buitenland, maar als ze  terug waren, had hij de grootste praatjes over alles wat ze beleefd hadden.

Nu haar broer Jan er niet meer is, is Miep dit jaar voor het eerst alleen in huis. Maar eenzaam is ze niet. Kinderen en kleinkinderen bezoeken haar regelmatig en vol trots vertelt ze, dat ze een paar weken eerder voor de tweede keer overgrootmoeder is geworden. Zij geniet met volle teugen van mensen om zich heen.

Wel kan ze merken dat de jaren beginnen te tellen. Ze zou graag wat kleiner willen wonen, maar voor ouderen zijn er in Nijbroek geen specifieke woningen. Misschien biedt in de toekomst een zorgwoning op het erf volgens de wet WMO een uitkomst. Weg uit Nijbroek? Dat ziet ze niet zitten. Aan het eind van ons gesprek zegt ze heel gedecideerd: “Nee, ik ben Nijbroek niet zat!”

Dit is het achttiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#17 | Weer thuis in Nijbroek

In de zomer van 2018 kwam Annie van Niersen-Vorselman vanuit Oene terug op haar oude vertrouwde stek aan de Veluwsedijk in Nijbroek. In de boerenwoning waar ze samen met haar man Freek had gewoond, woont nu haar zoon Frank met zijn gezin. Voor haar werd daarnaast een zorgwoning in het kader van de wet WMO gebouwd. In twee dagen stond het huisje er, maar er moest in en rondom nog wel heel wat gebeuren voordat ze er haar intrek kon nemen.

Freek en Annie waren na hun trouwen in het huis van zijn ouders gaan wonen. Hier hadden ze hun boerenbedrijf gehad, maar door de aanleg van de A50 was hun land niet meer vanaf huis te bereiken. Aangezien ze toch al plannen hadden om hun bedrijf uit te breiden, was dit het juiste moment om ergens anders te beginnen.

Hun oog viel op die boerderij aan de Veluwsedijk waar ze vanaf 1976 hun boerenbedrijf met melkvee, vlees- en opfokvarkens hadden. De veestapel werd behoorlijk afgebouwd, nadat ze in 1999 hadden besloten om hun melkquotum te verkopen. Toch hadden ze bij het uitbreken van de MKZ twee jaar later nog altijd 50 stuks vleeskoeien en jong vee.

De MKZ begon op een nabijgelegen bedrijf. Annie weet het nog heel goed. Hun buurt was de eerste waar al het vee werd geruimd. Dat ging allemaal wel zo onvoorstelbaar snel. Nog enkele dagen voor de ruiming werden er bij hen enkele kalveren geboren en de veearts die kwam, had zelf nog niets over de uitbraak van de MKZ gehoord. De besmetting hield iedereen in Nijbroek en omgeving bezig, maar het waren mensen van buiten die er een ramp van maakten. Die uitbraak vond plaats op een dinsdagmiddag. In diezelfde week werd er midden in de nacht geïnventariseerd hoeveel vee elke boer had – dat gaf volgens Annie weer hoe stiekem alles moest gebeuren – en op zaterdag begon men al het vee te ruimen.

Ruim 17 jaar later merk je nog altijd welk een grote impact de MKZ op de mensen uit Nijbroek en de omliggende dorpen heeft gehad. Annie was een van de woordvoerders van de Werkgroep Landbouw en Armoede, een landelijke actiegroep. Ze laat enkele mappen zien met allerlei krantenartikelen over de MKZ en met de correspondentie die ze met allerlei ambtelijke instanties, zoals LTO Nederland, heeft gevoerd. Haar secretaresseopleiding was daarbij goed van pas gekomen. Het was een onzekere tijd en de boeren voelden zich volkomen in de steek gelaten. De minister van landbouw en de ambtenaren die beslisten over het ruimen van de (gezonde) dieren, wisten zichzelf heel goed in de media te profileren, maar de boeren misten hun werkelijke betrokkenheid. Er zijn volgens Annie door beslissende instanties heel veel fouten gemaakt.

De toch al kenmerkende saamhorigheid van de inwoners van Polder Nijbroek kwam in deze tijd nog meer naar voren. Annie belegde met het actiecomité meerdere vergaderingen voor de boeren, hun leveranciers en andere bedrijven die bij de MKZ betrokken waren. Daarbij kon iedereen zijn verhaal kwijt. Er werd actie gevoerd, zelfs tot aan de Tweede Kamer. Met het actiecomité uit de buurt werd er gedemonstreerd bij het hek van de slachterij Gosschalk in Epe, omdat daar de dieren werden vernietigd. De toegang tot de slachterij hadden ze met tractoren geblokkeerd. Maar het gevoel bleef dat ze er alleen voorstonden. Wel was het medeleven dat Koningin Beatrix met haar onverwachte bezoek aan het getroffen gebied toonde voor velen een hart onder de riem.

Aan de andere kant had Annie er moeite mee, dat juist in die tijd van rouw Willem-Alexander en Maxima zich gingen verloven. Het gaf eens te meer aan, dat het leven buiten Nijbroek zijn gewone gang ging.

De besmetting bleef niet tot de dieren beperkt. De mensen hadden het gevoel zelf ook besmet te zijn geraakt, zelfs nadat alle dieren waren geruimd. Het leek wel dat je er op aangekeken werd. Annie weet dat nog heel goed. Toen ze in die tijd even met Freek een paar dagen op verhaal kwam in Limburg, hadden zij constant het gevoel, dat iedereen aan hen kon zien, dat ze uit het MKZ-gebied kwamen, alsof ze de besmetting zo aan anderen zouden kunnen overbrengen.

Voor de veehouders was het volkomen onduidelijk hoe het na het ruimen verder moest en op welke wijze ze financieel gecompenseerd zouden worden. Er werd op initiatief van de kerk in Oene een comité opgericht dat geld voor de gedupeerde boeren ging inzamelen, maar deze op zich goedbedoelde actie liep faliekant fout. De mensen die er over gingen, konden geen goede formule vinden om het geld te verdelen. De boeren hebben er niets van gezien. Het beheer van het geld werd uiteindelijk uit handen gegeven en het werd gebruikt voor een landgoed in Barneveld en voor het aanleggen van ruilverkavelingswegen.

De laatste koe van Nijbroek werd symbolisch op het kerkhof aan de Vaassenseweg begraven. Rond alle bomen langs de weg was een rouwband gebonden. Toen men bij het kerkhof aankwam, verscheen er opeens een regenboog aan de hemel. Dat heeft heel veel indruk op de mensen gemaakt, een teken van hoop op een nieuwe toekomst. De regenboog vind je terug in de MKZ-monumenten van Nijbroek en Terwolde. Het gedenkteken in Terwolde werd door haar overleden broer Johan Vorselman gemaakt en daar is Annie best een beetje trots op.

Na de crisis hebben Freek en Annie nog wel dikbilkoeien gehad. Deze dieren waren niet aan touwen gewend en ze waren behoorlijk wild. Het was daarom altijd een gevaarlijke klus om ze op stal te zetten. Als zo’n koe moest kalveren, moest je echt voelen of er ontsluiting was en de meeste kalveren kwamen via een keizersnee ter wereld.

Toen Annie haar verhaal vertelde, was het de dag ervoor precies 8 jaar geleden dat Freek was overleden, 28 oktober 2010. Er stonden in haar huisje een paar bloemstukjes, die ze bij wijze van troost van buren had gekregen. Het is heel fijn bijzonder dat mensen zo met je blijven meeleven. Dat is bijzonder en toch ook heel gewoon. In de tijd dat Freek ziek was, was er spontane zorg vanuit de buurt. Na zijn overlijden werd door de buren het condoleren georganiseerd, het verkeer werd geregeld en er waren dragers uit de buurt.

Annie heeft na het overlijden van haar man een aantal jaren in Oene gewoond, maar ze is onnoemelijk blij weer terug te zijn in Polder Nijbroek. Geboren in Twello, is dit haar thuis geworden.

Dit is het zeventiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#16 | Wonen in een open landschap

Het kan wel eens heel goed uitpakken als je je wooneisen moet bijstellen. Ronald Zuijderduijn en Sofie Bardoel waren op zoek naar een woning die vanwege werk en sociale contacten ten zuiden van Apeldoorn moest liggen. Beiden hadden een lang gekoesterde wens om in het buitengebied te wonen. Daarbij had Ronald de voorkeur voor een jaren dertig woning en voor Sofie was het belangrijk dat die woning in een weids landschap zou staan. Zij komt uit Leuth, een dorpje bij Nijmegen, waar ze genoot van de prachtige vergezichten. De hoop ooit zo iets voor zichzelf te hebben, had ze al lang opgegeven.

Ze hadden geen woning gevonden. Daarom besloten ze hun zoektocht naar “boven de A1” te verleggen en warempel in Nijbroek konden ze hun droom realiseren

Het huis voldeed aan hun eisen, karakteristiek, uit de jaren dertig, niet te groot en met een geweldig grote tuin met weidse uitzichten. En niet te vergeten betaalbaar, maar daarvoor moest er wel flink verbouwd worden. Het huis was de voormalige dienstwoning van het hoofd van de openbare school, de heer Vunderink. Zijn vrouw was hier tot aan haar overlijden in september 2013 blijven wonen.

Vol enthousiasme vertellen ze hoe goed het vanaf het moment dat ze er gingen kijken, voelde en hoe bijzonder het was, dat er meteen contact was met de mensen uit de buurt. Het huis moest geheel worden gestript, maar daar zagen ze helemaal niet tegenop. Het huis kon immers naar hun eigen wensen worden opgebouwd. Zo werd het echt een huis van henzelf waaraan ze hun eigen sfeer konden geven. Er werd vaart achter de verbouwing gezet, want het doel was om binnen twee maanden de woning klaar te hebben. Met behulp van vele vrienden werd de klus geklaard!

Ronald en Sofie zijn erg enthousiast over de plek die ze nu hebben. Het open landschap, het weidse uitzicht, waar Sofie zo naar had verlangd. Daarbij komt nog dat ze een deel van het aangrenzende perceel, dat tot de kerk behoorde, konden kopen. Zij mijmeren erover wat ze er allemaal mee kunnen doen, maar de plannen zijn nog niet concreet. Er is al wel een walnotenboom geplant en er zullen zeker nog meer vruchtbomen komen. Misschien ook wat dieren in de wei. Nu hebben ze alleen nog maar een hond en een kat.

De hond, Milo, heeft wat weg van een herder. Hij was in Roemenië op straat gevonden. Via een organisatie, die zich voor dit soort honden inzet, kreeg Milo asiel in Nederland. Hij werd bij een jonge vrouw in huis geplaatst, maar door omstandigheden kon zij hem niet langer verzorgen en vanaf dat moment heeft Sofie zich over hem ontfermd. Milo is bij haar in goede handen, want Sofie is hondengedragsdeskundige. “Het is een grote lieverd voor het gezin, luistert goed en is binnen een rustige hond. Desondanks is de hond nog niet geheel in onze samenleving geïntegreerd. Hij heeft een verleden en heeft de neiging zijn naasten goed te beschermen. Dat train je er niet zo maar uit, maar we zijn op de goede weg.” De kat vindt het allemaal wel best. Hij wacht op de brug tot ze van hun werk thuis komen en soms wandelt hij een eindje mee als ze Milo uitlaten.

Sofie en Ronald hebben in de korte tijd dat ze in Nijbroek wonen al veel fijne contacten binnen het dorp opgebouwd. Ze genieten van de rust en de stilte, althans dat zeggen ze, want ze lijken een druk bestaan te leiden en ze zijn bovendien nog altijd bezig met hun huis. Daarnaast helpt Sofie af en toe  als vrijwilliger in het Dorpshuis. Toen de werkgroep Polder Nijbroek werd opgericht, meldde ze zich gelijk aan als lid. Ronald vindt het project “Polder Nijbroek” een uitgelezen kans om als bewoner je invloed te laten gelden op de toekomst van het gebied. Hij is erg benieuwd hoe de acties, die hieruit voortvloeien, zullen uitwerken. Zelf wil hij graag meedenken over het verduurzamen van de polder.

Het wonen op de voor hen ideale plek willen ze met een ideale gedachte uitbreiden. Juist in dit poldergebied moet het mogelijk zijn om de kring, waaruit je je voedsel betrekt, kleiner te maken. Het lam, dat ze van de buurman kregen, was hiervan de eerste invulling. Ons voedsel kopen wij in de supermarkten en het komt van over heel de wereld. Dat vinden wij heel gewoon en iedereen doet er aan mee. Maar denk ecologisch en haal het van dichterbij. In Polder Nijbroek loopt overal melk- en slachtvee rond. Er wordt groente en fruit verbouwd. Al die streekproducten uit de Polder moeten ook hier aangeboden en gekocht worden, of misschien nog beter geruild.

Onmogelijk, niet te realiseren? Er zijn van die ideeën die als een mosterdzaadje gelanceerd worden en uiteindelijk een grootse uitwerking hebben.

Sofie en Ronald zijn blij met hun jaren dertig woning in het open landschap en Nijbroek mag blij zijn met deze mensen die met hun ideeën de Polder willen verrijken.

Dit is het zestiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#15 | Ons dagelijks brood

Op de keukentafel ligt het fotoalbum met de herinneringen aan het 50-jarig jubileum van de winkel van Arie van Gortel, vader van Alie Hamer. Ze laat de foto’s, felicitatiekaarten en krantenartikelen zien. Het is in de woonkeuken bij Alie en Gerrit Hamer lekker warm en gezellig op deze kille oktoberdag. In het weiland achter hun tuin loopt een aantal geiten. Bij de eerste regendruppels hollen ze naar binnen. Onder het keukenraam staat een mand met tijdschriften, een herinnering aan vervlogen tijden. Alie gebruikte die mand bij het venten van het brood.

Arie van Gortel en zijn vrouw Janneke kwamen uit Vaassen. Arie was bakker en iemand die ook in zijn vrije tijd niet stilzat. Hij was in 1923 medeoprichter van de Christelijke Gemengde Zangvereniging “Hosanna”, dat nog altijd bestaat. Het ondernemen zat Arie in het bloed. Hij zocht een geschikt pand voor een eigen bakkerij en die vond hij in 1931 aan de Benedenste Kruisweg in Nijbroek. “Hier in de keuken was toen de bakkerij“, vertelt Alie terwijl ze een lekker cakeje bij de thee uitdeelt, “maar mijn vader besloot in een aangrenzend vertrek een nieuwe bakkerij in te richten.” Er was ook nog een café aan de voorkant, maar dat wilde haar vader beslist niet voortzetten. Die ruimte werd tot  kruidenierswinkel omgebouwd.

In alle vroegte werd er tarwebrood gebakken, ook krenten- en rozijnenbrood. Tweemaal in de week bakte Arie roggebrood. Het bakken daarvan duurde wel 16 uur. Die roggebroden hadden een gewicht van 4 of 8 pond. Als er brood overbleef, dan werd dat aan hun twee koeien gevoerd. Invriezen was immers nog niet mogelijk.

De oven werd gestookt met rijshout, “riesemieten” noemden ze dat. Daarvan lag een hele berg achter het huis. Die berg takken kwam tijdens de oorlog goed van pas, want het was een ideale plaats om de fietsen onder te verbergen. Geen enkele fiets was immers veilig voor de Duitsers, zelfs kinderfietsen niet.

En dat herinnert Alie zich maar al te goed. Op een dag kwam er een Duitser die zo maar haar fietsje inpikte. In haar kinderogen was hij groot en dik. Alie begon vreselijk te huilen, maar de man trok zich daar niets van aan. Hij reed, hoe bestaat het, er op weg. Maar om als grote, dikke Duitser op een klein kinderfietsje te rijden, moet je wel een circusartiest zijn en dat was de man niet. Even verderop viel hij. Of uit frustratie, of misschien toch uit medelijden om het huilende kind liet hij het fietsje achter.

De spannendste momenten waren voor Arie wanneer zijn vrouw Janneke naar het 12 km verder gelegen Twello moest om de voedselbonnen in te leveren. Ze ging altijd samen met mevr. Jansen die aan het Dorpsplein een bakkerijwinkel had. Gelukkig hebben er zich nooit nare dingen voorgedaan.

“De oorlog was een tijd waarin je mensen leerde kennen”, zou Arie later in een kranteninterview vertellen. “Nooit heb ik mij ten koste van anderen verrijkt. Ik had op de zwarte markt bakken met geld kunnen verdienen, maar tot dat soort praktijken verlaagde ik me niet. Maar van bepaalde personen die ik toen geholpen heb, heb ik na de oorlog niets meer gehoord.” Doelde hij op de mensen die bij hem ondergedoken hadden gezeten of op de mensen die hij voedselhulp gaf?

Arie was principieel. Op zondag was en bleef de winkel gesloten. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen en heeft hem ook klanten gekost. Gas en elektriciteit waren er in die tijd in Nijbroek nog niet en het kwam voor, dat er mensen op zondag zonder kousjes voor hun petroleumstel zaten en bij Arie aanklopten. Zij werden niet geholpen, want Arie vond dat men hierop van te voren beter had moeten letten. Daarentegen stond hij altijd klaar, ook op zondag, als er zich onverwacht een probleem voordeed. Iemand was plotseling ziek geworden en had aspirine nodig. Een babyflesje was gebroken en er moest een nieuwe komen. Op zondag gaf hij het mee zonder dat hij geld daarvoor wilde.

Arie en Janneke van Gortel hadden als een van de weinigen in de omgeving telefoon. Maar deze telefoon werd niet alleen door henzelf gebruikt. Er moesten boodschappen aan mensen worden doorgegeven. Wanneer er een dokter of een veearts nodig was – en dat kon midden in de nacht zijn – ging Janneke vaak eerst nog even kijken, hoe ernstig de situatie was alvorens te bellen.

Als dochter van een middenstander hielp Alie al vroeg in de zaak mee. Toen ze eenmaal achttien was, was het nodig dat ze zo gauw mogelijk haar rijbewijs haalde, zodat het brood met de auto rondgebracht kon worden. Ze is er trots op de eerste vrouw in Nijbroek met een rijbewijs te zijn.

Een aantal wegen in de Polder was wel verhard, maar meestal alleen met grind. De onverharde wegen waren zo slecht, dat het Arie zelfs een keer was overkomen, dat hij met zijn transportfiets over de kop sloeg en in de wetering terechtkwam. Met een nat pak kwam hij bij zijn hevig geschrokken vrouw. “Ach, alleen maar drie broden verdronken”. Die laconieke humor was hem eigen. Toen Alie haar vader, die op de brommer reed, eens bijna onder de auto kreeg en ze hem daarover verwijtend aansprak, zei hij: “Nou en, dan had er in de krant gestaan: dochter overrijdt vader”.

Het bezorgen van het brood met de auto bleek ook een hele opgave, zelfs als de weg met grind verhard was. Vaak kon Alie met haar auto de boerenerven niet op en moest ze een heel eind met haar broodmand lopen. Dat was vooral moeilijk op winterse dagen, zeker in de winter van 1963, die als de koudste van de vorige eeuw te boek staat. De auto was vaker dan eens helemaal ingesneeuwd. Gelukkig was er altijd die aardige postbode, die haar hielp om hem uit te graven. Op haar beurt nam Alie de post mee, die ze met het brood bezorgde. Alie was ook blij dat er ook nog iemand was, die haar die winter zo maar spontaan hielp met het bezorgen.

In maart viel eindelijk de dooi in. Met het ontluiken van de eerste voorjaarsbloemen, kwam ook de lente in Alies leven tot bloei. Gerrit, meubelmaker, was geboren in Terwolde en zijn ouders waren toen hij acht jaar oud was naar het Breestuk in Nijbroek verhuisd. De naam Hamer komt al eeuwen in Polder Nijbroek voor. Gerrit zou zo maar een afstammeling kunnen zijn van Gijsbertus Hamer, die in de 14de eeuw landontginner in de Polder was en een kleinzoon had, die Gherit heette.

In 1965 zijn Gerrit en Alie getrouwd. Het huis van Alies ouders was groot genoeg om er twee woningen van te maken en zo mocht het jonge stel zich vanaf hun eerste huwelijksdag in deze tijd van grote woningnood met een eigen onderkomen gelukkig prijzen.

In zijn vrije tijd hielp Gerrit mee in de zaak van zijn schoonvader. Vooral op vrijdagavond moest er flink aangepakt worden om alle boodschappen, die de volgende dag moesten worden afgeleverd, in te pakken. Maar de zangrepetities op die avond bij het Nijbroekse koor “Oefening en Stichting”  liet hij zich niet afpakken.  Na haar trouwen werd Alie ook lid van het koor van Gerrit, waarvoor hij al sinds tientallen jaren vrijwilligerswerk doet.  Toen het 75-jarig bestaan van het koor samenviel met het 60-jarig lidmaatschap van Gerrit, werd hem tijdens het jubileumconcert door burgemeester Jos Penninx een lintje uitgereikt. Gerrit bleef er rustig onder, maar Alie kon van alle opwinding de hele nacht daarna niet slapen.

De kruidenierswinkel bleef voor de Arie van Gortel zijn grote passie, ook nadat zijn vrouw was overleden, ook nadat hij zelf geen brood meer bakte. Voor het 50-jarig jubileum had de buurt tot zijn verrassing alles versierd en het was goed te zien, hoe de mensen meeleefden. “Ik hoop”, zo zei deze diepgelovige man, “dat God het mij geeft, dat ik tot het einde de winkel mag houden.” En de krant kopte: “Na een halve eeuw gaat hij rustig door met zijn werk”. Nog zes jaar zou de winkel aan de Benedenste Kruisweg open zijn. De laatste jaren van zijn leven ging Arie steeds verder achteruit en in 1987 is hij op zijn 88ste verjaardag overleden. Met zijn heengaan verdween ook voorgoed een van de laatste winkels in Polder Nijbroek.

Dit is het vijftiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#14 | Een plek onder de zon

Vanuit hun open keuken zien Tom Vissers en Els Nijenhuis de ochtendzon opkomen. En het is voor hen heerlijk om in de middag en avond in de kamer of op het terras van de zon te genieten, terwijl ze uitkijken over de uitgestrekte weilanden in de richting van Geerstraat. Hier is hun plek onder de zon. Met hun kinderen Luuk en Sara van respectievelijk drie en anderhalf jaar oud wonen zij in het nieuwe wijkje dat ruim 6 jaar geleden werd opgeleverd. Het bekende lied van René Froger was in hun kindertijd hun grote favoriet. Nu hebben ze zelf een eigen huis en waar René simpelweg wel eens wat gelukkiger zou willen zijn, geldt dit voor Tom en Els absoluut niet.

Het stel zocht een woonplek niet te ver van hun werk. En wat doe je dan? Dan trek van je vanuit je – toen gezamenlijke – werkplek een cirkel om naar een woning te zoeken. Zo kwam Nijbroek in beeld, een dorp waarvan ze nog nooit gehoord hadden. Vanaf het eerste moment waren ze helemaal weg van de plek waar hun toekomstige woning gebouwd zou worden.

Het was een goede keuze. O, er was eerst zeker een vooroordeel. Kleine boerendorpen, daar kom je toch moeilijk tussen? Als dat al zo zou zijn, dan zeker niet in Nijbroek. Je wordt overal bij betrokken. Ze woonden er nog maar net toen het Dikke Mik feest begon. Een buurvrouw nam hen mee en zorgde er voor dat ze gelijk al veel mensen leerden kennen. Tom en Els hadden al gauw door, dat mensen die hier betrokken zijn bij de diverse, en soms heel verschillende activiteiten en verenigingen op allerlei manieren samenwerken.

Hoe twee heel verschillende organisaties elkaar kunnen vinden, bewees het beachvolleybaltoernooi op zaterdag 15 september. Dat weekend ging het nieuwe kerkseizoen van start. Kerk en Dorpshuis, vonden elkaar om dit toernooi te organiseren. Het werd een groot succes, maar daar leek het eerst niet op. Op de sluitingsdatum had zich nog maar één team aangemeld, terwijl er op tien ploegen was gerekend. Die kwamen er wel, maar pas drie dagen later. Dat typeert de mentaliteit in Nijbroek. Je kunt op de mensen rekenen, maar verwacht niet dat men al dagen, laat staan weken van te voren, bezig is om zich ergens voor op te geven.

In een gemeenschap waar je je zo opgenomen voelt, blijf je niet buitenspel staan. Op woensdagavonden gingen Tom en Els als vrijwilliger bardiensten in het Dorpshuis draaien. Al gauw zag Tom in, welke spilfunctie het Dorpshuis heeft binnen de Polder Nijbroek. Daarom meldde hij zich aan toen een bestuursfunctie vacant werd. Inmiddels is hij nu voorzitter. Dit vrijwilligerswerk kan hij alleen doen doordat Els hem daarin volledig steunt. Op haar beurt verleent  ook zij nog wel eens als vrijwilliger allerlei hand- en spandiensten.

Tom en Els maken deel uit van Stan (netwerk van burgerhulpverleners in reanimatiesituaties) in Polder Nijbroek. Zij vinden het belangrijk om naar hun medemensen om te kijken. Zelf hebben ze ook ervaren hoe Nijbroekers met hen meeleefden toen Luuk werd geboren. Om zijn geboorte dorpskundig te maken, had Tom een speciale geboorteapp aangelegd. Toen het heugelijke nieuws eenmaal geappt was, schakelde een aantal mensen na hun felicitaties de groepsapp uit. Maar ze kwamen daar snel op terug. Het ging die eerste weken niet goed met Luuk. Zo leefde iedereen met hen in deze eerste spannende weken van zijn leventje mee. Op 28 december kwam Luuk thuis. In de Nieuwjaarsnacht ging de baby mee naar buiten toen Els en Tom naar het vuurwerk bij het Dorpshuis gingen kijken. Ze waren verrast van al die warme reacties die ze daar kregen,  diep onder de indruk hoe een heel dorp met je begaan is als het niet goed gaat.

In het nieuwe wijkje hebben ze gezellige, vaak nog jonge buren. Hoewel ze elkaar bij allerlei activiteiten in het dorp tegenkomen, willen ze ook wel eens graag wat met elkaar doen. Zo kan er spontaan een barbecue of een ander feestje georganiseerd worden, waaraan iedereen zijn steentje bijdraagt.

Het is voor Tom en Els heerlijk om rustig over straat met Luuk en Sara naar de speeltuin te wandelen of om de pony’s wat te eten te geven. Ze hopen dat de kleintjes ook eens zullen beseffen wat een geluk ze hebben in deze prachtige omgeving op te groeien, in een plek onder de zon, ook als het regent.

Dit is het veertiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#13 | Het gelui(d) van Nijbroek

Een mooie zaterdagmiddag in oktober. We gingen naar Nijbroek om aan vrienden ons nieuw aangekochte huis te laten zien. Toen wij de auto uitstapten, sloeg de torenklok half vijf. Meteen daarop werden wij verrast door de klokken die begonnen te luiden; eerst de kleine, gevolgd door de warme klanken van de grote, overgaand in een melodieus samenspel. Het klonk als een feest. En het was alsof ze speciaal voor ons werden geluid. Welkom in Nijbroek. Na al die jaren zijn we aan het luiden gewend geraakt, maar we zouden het niet willen missen en vaak komt nog dat gevoel van blijdschap terug als we de klokken horen.

Jannie Berends, die als koster betrokken is bij de kerk, vertelt dat de kleine klok via een elektrisch systeem in werking gezet wordt, maar de grote wordt daarentegen traditioneel geluid. Meestal doet zij dat. Als je op zondagmorgen via de klokkentoren de kerk betreedt, dan zie je hoe zij het dikke touw, die naar de grote klok leidt, hanteert. En zo kan Jannie tijdens het luiden elke kerkganger welkom heten.

Jaren geleden had haar zwager Aart Berends tijdelijk de openstaande vacature van koster op zich genomen, naast de andere functies die hij al in de kerk had. Jannie en haar man Teun besloten om hem te ontlasten. Dat deden ze klaarblijkelijk zo goed, dat na enige tijd het kerkbestuur hen vroeg om het totale kosterschap op zich te nemen. Dat hebben ze vele jaren op vrijwillige basis gedaan. Hun inzet werd erg gewaardeerd, zo zelfs dat in een speciale kerkdienst beiden door de burgemeester van de gemeente Voorst een lintje uitgereikt kregen.

Een belangrijke taak van de koster is het luiden van de klok, elke zaterdagmiddag. In de winter wordt om 4 uur geluid, in de zomer om 7 uur en in de periodes daartussen op- of aflopend met een half uur. Op zondagen of kerkelijke hoogtijdagen worden de klokken als een oproep aan het dorp een uur voor aanvang van de dienst geluid. Dan volgt er nog een tweede keer, een kwartier van te voren: mensen het is nu tijd om naar binnen te gaan. Komt het daardoor dat je eigenlijk nooit iemand te laat de kerk ziet binnenkomen?

Meestal luidde Teun de klokken en iedereen in de Polder Nijbroek wist dat. Totdat er in juli 2016 een agressieve tumor bij hem werd ontdekt. Twee maanden later, op 11 september, overleed hij, slechts 64 jaar. Een klap voor Jannie, voor het gezin, voor de kerk en de Polder Nijbroek.

Teun was er zo van overtuigd, dat Jannie na zijn overlijden als koster zou aanblijven, dat hij dat al zonder verder met haar te overleggen, had laten weten. En Jannie is koster gebleven en haar werkzaamheden deelt ze nu met Johan en Alie Gerrits. Het drietal weet dat ze er niet alleen voor staan, maar dat ze gedragen worden door de gemeente. Op de eerste plaats wordt om de twee weken de kerk door vrijwilligers schoongemaakt en ook voor de jaarlijkse schoonmaak melden zich voldoende mensen aan. Wanneer er na speciale diensten van alles moet worden opgeruimd, dan is dat in een wip gebeurd door de vele helpende handen.

Het voorbereiden van de wekelijkse diensten maakt ook deel uit van de werkzaamheden van Jannie. Het zijn vaak routinematige dingen, zoals het aansteken van de kaars, het zorgen voor een glas water voor de predikant, maar het ordelijk verlopen van de dienst zit juist in dat soort kleinigheden.

Spannende momenten blijven voor haar de speciale diensten, zoals bij huwelijken en begrafenissen. Jannie komt dan pas tot rust als de dienst begonnen is en de dominee zijn eerste woorden spreekt. Als koster moet je van te voren overal aan denken en van alles regelen. En als je toch iets vergeet, dan word je ’s morgens om 6 uur met een schrik wakker. Zoals die ene keer toen er in de winter een begrafenis was. De kachel was niet aangezet. Teun hals-over-kop naar de kerk, maar zo gauw krijg je die niet op temperatuur. Ze belden rond in het dorp en binnen mum van tijd hadden ze overal blaaskacheltjes vandaan gehaald. Maar alle moeite ten spijt, die hielpen niet veel. Zo werd deze begrafenis een extra koude bedoening.

Jannie zal ook nooit vergeten, dat er twee huwelijksinzegeningen op een en dezelfde dag waren. De eerste was vroeg in de middag, in een sober aangeklede kerk. Maar voor de tweede moest de kerk heel uitbundig versierd worden. Hiervoor hadden de vrienden van het bruidspaar maar enkele uren tijd. Er moesten roosjes en kaarsen langs de lambrisering komen en in het voorste gedeelte arenkoren, stenen en kaarsen. Ook moesten er zijden doeken door de prachtige antieke lampen worden gedrapeerd. Maar dat deed Teun zelf. Niemand anders mocht aan die lampen komen. Het contrast met het eerste huwelijk kon niet groter zijn. Na afloop werd het bruidspaar met rozenblaadjes uitgezwaaid. Hier had het kosterspaar niet op gerekend. Toen de bruiloft al in volle gang was, waren Teun en Jannie nog bezig om alles op te ruimen en om de ingetrapte rozenblaadjes van de vloer te schrobben. Voortaan geen rozenblaadjes meer.

Jannie voelt zich op haar plaats als koster in de gemeente van Nijbroek. Het luiden van de klokken geeft haar voldoening. En op zaterdag in het bijzonder brengt haar dat rust. Na het luiden blijft ze vaak nog even in de kerk achter om die rust op zich te laten inwerken, even terug te denken aan Teun. En daarin weet zij zich niet alleen, want vooral het luiden op zaterdag houdt bij veel dorpsbewoners de herinnering aan Teun nog levend.

Dit is het dertiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#12 | Over serveren en grond omkeren

Samen met zijn broer Martin verspreidt Tonnie Pannekoek in de vroege avond het zand voor het eerste beachvolleybaltoernooi van Nijbroek op 14 en 15 september 2018. Ondanks dat Tonnie nu met pensioen is, is het verplaatsen van grond nog steeds zijn grote hobby. En in dit geval komt die samen met zijn oude passie voor volleyballen.

Die sport beoefende Tonnie graag in zijn jeugd. In Nijbroek werd in de tweede helft van de zestiger jaren de volleybalclub DVS (Door Vriendschap Sterk) opgericht om de jongeren meer aan het sporten te krijgen. Tonnie was er met een groepje van 10-12 jongens en meisjes vanaf het eerste uur bij. Er werd in dit prille begin in de schuur van het houtvezelbedrijf Fikse gevolleybald. De afspraak was wel, dat als tegenprestatie de spelers op zaterdag hielpen met het balen van de houtkrullen.

DVS begon in de laagste regionen van de competitie. De Nijbroekers bleken talent te hebben en ze waren fanatiek. Vier keer achter elkaar werd de ploeg kampioen en promoveerde. Daarmee haalde men zelfs de regionale pers. Geen wonder dat door deze successen de club groeide en op een gegeven moment waren er wel zo’n honderd leden uit Nijbroek en omgeving. De “thuis”-wedstrijden werden in Apeldoorn gespeeld.

Om te trainen was er behoefte aan meer ruimte en die kwam er ook. Dankzij de prestaties van DVS heeft Nijbroek een prachtige gymzaal aan de Middendijk. Helaas heeft DVS maar een jaar of tien bestaan. De club is opgegaan in SVA Emst.

Misschien is het beachvolleyballen de aanzet voor het oprichten van een nieuwe vereniging. Want het is jammer dat DVS niet meer bestaat. Het volleyballen had een belangrijke functie binnen de gemeenschap. Ouders leefden met de sport van hun kinderen mee en brachten hen naar de wedstrijden. En natuurlijk was de club ook een ontmoetingsplaats voor jongens en meisjes. En van het een kwam het ander. Zo hebben Tonnie en Mieke elkaar hier ontmoet. Zij trouwden en gingen in een nieuwgebouwd huis naast de boerderij van Tonnies ouders aan de Veluwsedijk wonen. In 1992 verhuisden zij naar het monumentale pand op het Dorpsplein dat daarvoor de winkel van Willem en Teuntje Jacobs was.

Vanaf zijn dertiende draaide Tonnie al in het bedrijf van zijn vader mee. Hij hielp mee met het snoeien van hoogstambomen en het maaien van gras. Die werkzaamheden waren welkome aanvullingen op het inkomen van het zware boerenbestaan.

Tonnie nam later het bedrijf van zijn vader over. Het landbouwgedeelte stootte hij in 2002 af en het verzetten van grond werd zijn specialiteit. En er was werk genoeg. Het onderhoud aan de sloten werd een belangrijke inkomstenbron voor zijn bedrijf. Deze sloten lopen langs de rechthoekige kavels in Nijbroek, die een breedte van 30, 60 of 90 meter hebben. Tonnie heeft wel eens uitgerekend dat de totale lengte van de sloten wel 150 tot 175 km moet zijn.

Tonnie maakte vaak lange dagen, vooral als het veevoer voor de wintervoorraad werd ingekuild. Langs de randen van de meerdere lagen plastic waarmee zo’n kuilhoop luchtdicht wordt afgedekt, moest Tonnie dan grond aanbrengen. Vaak kleigrond, dat droog keihard is of in natte toestand overal aan blijft plakken. Het afdichten moet altijd snel na het inkuilen gebeuren. Een secuur werk, waarbij je het folie beslist niet mag beschadigen, want dat beschermt een grote waarde aan veevoer.

Maar ook een grondverzetter heeft wel eens een feestje. Het 25-jarig huwelijksfeest van de schoonouders van Tonnie werd op een vrijdag gevierd. Maar voor zaterdagavond moest er nog een aantal kuilhopen worden gedicht. Tonnie besloot om op het op die bruiloft maar bij een paar pilsjes te laten. Toen iedereen na afloop naar huis en naar bed ging, stapte hij op zijn graafmachine en begon de kuilen onder te dekken.

Bij de eerste twee adressen had men hem niet gehoord of men deed alsof. Maar op het derde adres kwam de boer meteen naar buiten. “Wat ben jij van plan? Dit kun je niet maken met je dronken kop!” Maar Tonnie legde uit, dat hij helemaal niet dronken was en dat hij wel die nacht moest beginnen om alle werkzaamheden voor de zaterdagavond af te krijgen. De boer heeft nog een tijdje staan kijken tot hij het vertrouwen had dat het allemaal goed zou gaan.

In de 80-er en 90-er jaren van de vorige eeuw werkte Tonnie ook vaak mee aan het uitvoeren van natuurprojecten. Het gebeurde nog wel eens dat hij dan in aanvaring kwam met boeren, die het nut  niet inzagen van kikkerpoelen die moesten worden aangelegd. “Waarom doe je daar aan mee? Zonde wat hier gebeurt. Dit land kunnen wij veel beter voor onze gewassen gebruiken!” Die poelen zouden er toch wel komen en Tonnie heeft er heel wat aangelegd. En hij is trots op de bijnaam die hij toen kreeg: de Poelenman.

Een aantal jaren is hij gemeenteraadslid geweest. En dat kenmerkt de man, die naast zijn drukke werkzaamheden ook zijn vrije tijd steekt in het belang van de gemeenschap. Zo is hij ook nu nog altijd actief. Vaak zie je hem rijden op een van zijn machines, het gras maaien in de boomgaard naast de kerk of op het kerkhof. Hij maakt deel uit van het project Polder Nijbroek en samen met Mieke laat hij zijn stem horen bij het koor Oefening en Stichting.

En die stem brengt Tonnie ook heel duidelijk naar voren wanneer hij zegt, dat de Polder Nijbroek niet meer de Polder van weleer is. De weteringen, waarop de sloten van Nijbroek uitkomen, werden in de 14de eeuw speciaal om de Polder geleid en de dijken daarlangs markeerden het  oorspronkelijke gebied binnen de Polder. Maar deze grenzen zijn gedeeltelijk verdwenen. Een deel van de dijken behoort nu tot Terwolde en dat is historisch en landschappelijk gezien niet juist. Alle dijken zouden weer deel van de Polder Nijbroek moeten uitmaken.

Een polder die uniek is en waaraan wandelaars en fietsers hun hart kunnen ophalen. Maar op het gebied van recreatie kan er nog veel voor hen worden verbeterd. Zo vindt Tonnie dat de Wellerweg, die vroeger een doorgaande weg tussen Deventer en Apeldoorn was, een goed begaanbare weg voor fietsers en wandelaars moet worden. Ook van de Zeedijk naar de Vloeddijk via de Blankemate zou een fietsroute aangelegd moeten worden. En niet te vergeten het fietspaadje over het schouwpad naar Doevedans moet verbreed worden. Het is nu zo smal is, dat je bij een verkeerde beweging zo de plomp zou kunnen inrijden. En hij heeft nog veel meer ideeën om de dagrecreatie te bevorderen.

“Wist je,” zei Tonnie tot slot, “dat Nijbroek het koudste deel van de gemeente Voorst is? Dat komt door de vlakte en de wind die er overheen waait. Ik vind dat niet zo erg. Voor mij is het belangrijkste, dat de mensen hier warm zijn.”

Dit is het twaalfde verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#11 | De Geitenboerderij van Geert en Oetine

Geert had een nieuwe vriendin, Oetine een nieuwe auto.

Die mocht Geert lenen om ergens in Zuid-Holland een bok voor de geitenfokvereniging te bekijken. Hij nam een paar kenners mee, een wat excentriek echtpaar. De bok werd door hen allen goedgekeurd voor de zware taak die hem wachtte. Het echtpaar vond het geen punt om het dier gelijk mee te nemen. “Nee, dat kan niet”, zei Geert. Hij bedoelde: “Nee, dat wil ik niet in de nieuwe auto van mijn nieuwe vriendin.” Maar de overredingskracht van het stel was te groot. Met de achterbank wat naar voren paste de bok precies in de bak van de Citroën Dyane. Hij kon geen kant meer uit en het arme dier kwam helemaal klem te zitten toen de vrouw met haar dikke achterwerk  op de achterbank plofte. En meuren in die auto. Met het dak open was het nog een beetje uit te houden. Die stank is dagenlang blijven hangen. Oetine was laaiend. Als verpleegster had ze haar uniform al aan als ze in het verzorgingshuis kwam en ze wist het zeker, al die tijd droeg ze die vreselijke stank bij zich.

Nu 37 jaar later kunnen ze er om lachen. Veel kunnen Geert en Oetine over hun grote passie vertellen: het opfokken van geiten en het maken van allerlei geitenproducten.

Pioniers waren zij op dit gebied. Indertijd waren er maar twee geitenboerderijen in Nederland en melk en vlees van geiten kon je hier aan de straatstenen niet kwijt. Toch had Geert in Nieuw-Zeeland gezien, dat er wel degelijk een markt voor deze producten was. Mensen met een koemelkallergie dronken daar geitenmelk. En er was een grote export van ingevroren geitenmelk naar Taiwan.

De liefhebberij voor de geiten zat hem in het bloed, want later besefte hij dat zijn vader vroeger ook melkgeiten had gehad en dat hij thuis geitenmelk te drinken kreeg.

Met Oetine heeft hij 12 jaar zijn geitenhouderij in Apeldoorn opgebouwd tot zij daar door stadsuitbreiding weg moesten. Het perceel aan de Ossenkolkweg, waar ze hun nieuwe bedrijf opbouwden, lag voor hun gevoel in Nijbroek, ook al wonen ze officieel in Terwolde. Geert en Oetine waren helemaal op Nijbroek gericht: de school voor de kinderen, de kerk, de festiviteiten zoals Dikke Mik.

Het echtpaar had een prachtige geitenstal toen in 2001 het noodlot toesloeg: de MKZ. Ook hun dieren moesten preventief worden geruimd. De financiële klap was groot. Voor de koeien die geruimd werden, kregen de boeren een vergoeding volgens een schaalverdeling. Er bestond echter geen norm voor een financiële regeling voor de vernietiging van geiten. Zij kregen voor de dieren slechts een klein deel van de werkelijke waarde. Maar groter dan het financiële verlies was, net als bij de andere boeren in de omgeving, het verdriet bij het zien van de lege stallen. Het heeft enkele jaren geduurd voordat ze hiervan zodanig hersteld waren, dat ze echt weer de draad konden oppakken.

Het monument van de MKZ staat op het Dorpsplein. Het is maar klein en het lijkt een beetje in een hoek te zijn weggedrukt, zoals mensen vaak verdriet wegdrukken. Het gedicht op dit monument werd door Mathilde geschreven, de toen 10-jarige dochter van Geert en Oetine.

Donker
Een koe loeit,
Een schaap blaat,
Een geit mekkert,
Een varken knort.
Geluid maken ze allemaal…
Maar opeens is het in de wei zo kaal.
Iedereen heeft verdriet en iedereen is boos.
Ja… verdriet hebben we allemaal.
De dieren zijn geruimd.

En juist die zin over het mekkeren van de geiten was de kunstenaar vergeten om op het monument aan te brengen. Dat kon natuurlijk niet. De geiten, de dieren van hun boerderij, werden niet genoemd. Mathilde liet het er ook niet bij zitten. Zij heeft hemel en aarde moeten bewegen, maar uiteindelijk heeft de kunstenaar het volledige gedicht op het monument moeten plaatsen.

Het MKZ-monument op het Dorpsplein, met een gedicht van dochter Mathilde.

Na de MKZ-crisis kwamen er diverse koppels geiten, maar het waren eigenlijk geen dieren om te fokken. De ommekeer kwam toen ze bij een meelevende geitenboer een koppel kochten dat uit hun eigen bloedlijn kwam. Ze pakten toen ook het maken van kaas weer op en zo kwam het plezier in hun werk terug.

Het mekkeren dat verstomd was, klinkt nu weer vrolijk in een stal met een paar honderd geiten. De firma v.d. Weerd uit Oene brengt hun de dieren als ze een dag oud zijn. Gedurende een jaar worden ze dan door Geert en Oetine opgefokt. Daarna gaan ze weer terug.

Om niet geheel afhankelijk van de fokkerij te zijn, begonnen Geert en Oetine ook met een camping en met de verhuur van huisjes. De vele gasten genieten er van de prachtige natuur en de rust van de omgeving. Maar blijft dat zo? Zij zijn bezorgd. Dit prachtige landschap, dat niet bij de grens van Nijbroek ophoudt, moeten mensen tijdens wandelingen en fietstochten kunnen ervaren.

Wat dat betreft heeft het echtpaar nog een leuk idee voor het project Polder Nijbroek. Trek de doodlopende weg langs hun boerderij door als wandelpad naar de Wetering en maak hier een bruggetje. Het zou nog mooier zijn als er een trekpont zou komen te liggen. Zó kun je het klompenpad van Nijbroek verbinden met het Welsums Kippeneindje.

Geitenkaas kon je tot 15 jaar geleden alleen maar in de speciaalzaak kopen. Nu vind je die in elke supermarkt. Hun pionierswerk heeft zijn vruchten afgeworpen. Oetine maakt nu nog verse zachte geitenkaas, Libanese yoghurtkaas en geitenyoghurt. De winkel van Geert en Oetine staat bekend om zijn grote diversiteit aan geitenproducten. Daarnaast verkopen ze er ook wijn van biologisch geteelde druiven van eigen bodem. Het beheer van de wijngaard hebben ze uit handen gegeven.

Hoe mooi kan het leven zijn. Genieten, thuis, in je tuin, op je balkon, of op een bankje aan de Wetering, uitkijkend over Polder Nijbroek, met en goed glas wijn, zo maar uit de IJsselvallei en heerlijke geitenkaas erbij.

Dit is het elfde verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.

#10 | Wat doet Nijbroek in Roemenië?

Veel van de tuinen van de inwoners van polder Nijbroek worden bemest met de compost die verkocht wordt door de Stichting Vrienden van Loamnes. Voorafgaand aan de verkoop, altijd op de eerste  zaterdag van maart, staan er op het Dorpsplein 23 pallets compost en potgrond. De negen leden van de Stichting gaan samen met twintig vrijwilligers al vroeg op pad om huis aan huis in Nijbroek en De Vecht de zakken te verkopen. En met succes. Zo langzamerhand weet elke inwoner wel dat de gehele opbrengst bestemd is voor twee dorpen in Roemenië: Loamnes en Hoghilag. Tussen de middag is er een lunch met soep en broodjes voor de mannen die met al die zakken grond moeten sjouwen en aan het eind van de dag komen ze allemaal bij Wim van der Snel thuis samen. Het is daar dan nog even beslist gezellig, want dat kun je wel aan zijn vrouw Minie overlaten. Een week later wordt dezelfde actie in Terwolde vanuit de woning van Willie en Evert Slijkhuis nog eens grondig overgedaan.

De compostactie is niet de enige manier waarop men geld probeert binnen te krijgen. Ook op de kerstmarkt in Nijbroek is de Stichting elk jaar aanwezig en daarnaast zijn er de nodige sponsoren.

Wim vertelt hoe men op het idee is gekomen om een hulpstichting voor deze twee dorpen op te richten. Na de val van Ceaușescu in 1989 werd in Deventer een hulpactie voor de Roemeense stad Sibiu opgezet. Sibiu is een middeleeuwse stad in het hart van Roemenië met 150.000 inwoners. Het enthousiasme waarmee men zich inzette, sloeg over naar twee diakenen uit Terwolde en Nijbroek. Zij hoorden dat er fietsen, vooral kinderfietsen nodig waren. Die wisten ze overal vandaan te halen. De fietsen werden gerepareerd en door de Nijbroeker Johan de Weerd naar Loamnes gebracht.

Er raakten meer mensen bij betrokken en in de loop van de tijd besloten ze om hun hulp op de gemeente Loamnes, 25 km ten noorden van Sibiu, te concentreren. Er werd daarvoor een eigen stichting opgericht. Het eerste wat daar moest worden aangepakt was het schoolgebouw. De kinderen zaten in tochtige en koude ruimten. Dat probleem was voorbij toen binnen twee jaar met geld van de Stichting alle ramen waren vervangen.

Goed schoolmeubilair was er ook niet en dat is nog steeds een probleem, evenals het tekort aan schoolborden. Als er ergens overtollig schoolmeubilair wordt aangeboden, zijn de leden er als de kippen bij om te kijken of ze dat voor een habbekrats of zelfs gratis op de kop kunnen tikken. En dan moeten ze echt even aan het werk.

Zoals enkele dagen voor het gesprek met Wim. Hij was met enkele mensen bij een school in Apeldoorn geweest om banken en stoelen op te halen. Alles moesten ze zelf versjouwen en in een lesvrachtwagen van rijschool De Weerd laden. Dit meubilair gaat in april 2019 naar Roemenië. Het is een prettige bijkomstigheid dat de boel niet hoeft te worden uitgeladen, want tijdens het lessen moet de vrachtwagen beladen zijn. Dus dat komt mooi uit.

De Stichting heeft verder veel kunnen bereiken om de gezondheidszorg te verbeteren. De dokterspost in Loamnes is door de vrijwilligers met hulp van lokale bewoners gebouwd. Op de muur ervan werd een bordje gemetseld met in het Roemeens en Nederlands de tekst: “Deze dokterspost is mede mogelijk gemaakt door de Vrienden van Loamnes”. Gelukkig kan de dokter nu ook beschikken over stromend water. Het valt voor ons moeilijk voor te stellen, dat dit tot voor kort nog niet zo was. Maar er is nu door de overheid een waterleiding naar het dorp aangelegd. Op de school in Hasag, dat deel uitmaakt van de gemeente Loamnes, moet er echter nog altijd water voor de toiletten met een tractor met giertank aangevoerd worden.

Een wel heel bijzonder project wist de Stichting in Sibiu te realiseren. Daar worden dagelijks zo’n 25 lichamelijk en geestelijk gehandicapte leerlingen met busjes naar hun school Casa Luminii (Huis van Licht) gebracht. Hun klaslokaal bevindt zich niet op de begane grond en tot voor kort moesten alle kinderen door de chauffeurs naar boven gedragen worden, een zware klus, elke dag weer. Een traplift was hier onontbeerlijk. Met een gift van “Vrienden van Loamnes” kon die in Roemenië worden aangeschaft. Maar daar bleef het natuurlijk niet bij.  De vrijwilligers installeerden de lift zelf in de school. Zo werd letterlijk een zware last bij de mensen van hun schouders gehaald.

Op een gegeven moment beschikte de Stichting over een eigen bus om de goederen te transporteren. Die had men tot een soort vrachtwagen omgebouwd. Er waren daarin voldoende slaapplekken voor de vrijwilligers. Aan die bus zat nog een aanhangwagen gekoppeld. Bij een van de transporten – ze waren ergens in Oostenrijk – zagen ze tijdens het rijden opeens vlammen onder de bus vandaan komen. Vreselijk geschrokken kon iedereen nog net op tijd de bus verlaten, maar de bus en de vracht waren reddeloos verloren. Sindsdien nemen vaak Roemeense chauffeurs de spullen mee als retourvracht. Als mede-sponsor van de transporten stelt ook Rijschool De Weerd zijn vrachtwagens ter beschikking.

De hulpacties, die door “Stichting Vrienden van Loamnes” worden georganiseerd, vragen veel inzet van de vrijwilligers, niet alleen qua tijd maar ook fysiek. Bovendien hebben ze met mensen uit een heel andere cultuur te maken, die niet gewend zijn om altijd zo snel te reageren als wij hier gewend zijn. Dat kan nog wel eens frustrerend zijn. Ook moet men steeds bedacht zijn op corruptie en misbruik van de goederen.

Maar dat weerhoudt de leden van de Stichting er niet van om vol goede moed door te gaan. De contacten zijn goed. Om kennis op te doen over recycling en waterzuivering is een delegatie uit Loamnes enkele jaren geleden naar Nijbroek gekomen. Zij werden bij particulieren ondergebracht. De leden hadden voor de Roemenen excursies naar de toenmalige VAR en naar de waterzuiveringsinstallatie in Apeldoorn georganiseerd. Het is mooi te zien, dat mede naar aanleiding van dat bezoek een eigen waterzuivering in Loamnes kon worden geïnstalleerd.

Alle hulde voor Stichting Vrienden van Loamnes. Denk eens al die vrijwilligers wanneer je je planten op het terras en in de tuin dankzij hun potgrond en compost weer zo mooi in bloei staan. Via kleinschalige projecten zetten zij zich in om het zware leven van de mensen in de dorpen Loamnes en Hoghilag te verlichten, zodat ook hun leven tot bloei kan komen.

Dit is het tiende verhaal in de reeks Nijbroekers in beeld, geschreven door Herman van den Nieuwendijk. Herman is onderdeel van de werkgroep Polder Nijbroek en woont aan de Dijkhuizenweg.